Lancia Gamma

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lancia Gamma berline
Lancia Gamma berline
Gamma coupé FL 2500 IE
Gamma coupé FL 2500 IE
Styling: brede langsstrip en welving in de portierlijn boven de spiegel
Styling: brede langsstrip en welving in de portierlijn boven de spiegel
Styling: vin-vormige c-stijl; kniklijnen in kofferdeksel en schuining in zijkant achterlicht
Styling: vin-vormige c-stijl; kniklijnen in kofferdeksel en schuining in zijkant achterlicht
Styling: de lijn van de C-stijl is in een opvallende ril doorgezet in het dak
Styling: de lijn van de C-stijl is in een opvallende ril doorgezet in het dak

De Lancia Gamma is een model van het automerk Lancia dat op de 'Salon van Genève' van 1976 werd gelanceerd en tot 1984 in productie bleef. FIAT had het financieel slecht presterende Lancia in 1969 ingelijfd en de Gamma is het laatste model dat nog geheel door Lancia werd ontworpen: nadien nam FIAT definitief alle beslissingen en was het bij ieder nieuw model de vraag onder welke merknaam het zou verschijnen. Zo is er bijvoorbeeld lang over gedelibereerd of de latere Croma als FIAT of als Lancia op de markt zou worden gebracht.

Carrosserie[bewerken]

De Gamma was het topmodel van de Lancia-lijn, een luxueuze 4-deurs berline met een door Pininfarina ontworpen carrosserie die evenwel bij de introductie al een enigszins bedaagde lijnvoering had. Het was een fastback, een auto met een aflopende achterzijde maar met afzonderlijke kofferbak: modellen met een vijfde deur (hatchback) zouden pas later in zwang komen.

In 1977 werd ook een coupé-uitvoering geïntroduceerd die weliswaar technisch geheel gelijk was aan de Berline maar qua carrosserie werkelijk in niets op het zusje leek. Volgens de overlevering zouden Sergio Pininfarina en zijn chef-ontwerper Aldo Brovarone zich bij de berline erg hebben (moeten) laten leiden door de wensen van de fabrikant en hebben zij zich op de coupé - die zij op eigen intiatief ontwierpen - helemaal uitgeleefd. Eén blik op de beide auto's maakt het gerucht geloofwaardig. De enige uitwisselbare delen zijn de clignoteurs, de koplampen en de grille, al het overige aan de beide koetswerken is anders.

De Gamma coupé heeft, met name in zij-aanzicht, sterke trekken van de vrijwel gelijktijdig door Pininfarina getekende Ferrari 412.

Aanloopproblemen[bewerken]

De Lancia Gamma leek alles te bieden te hebben wat op dat moment vereist was voor een auto uit deze klasse: de pers roemde unaniem het veercomfort en de uitmuntende wegligging en handelbaarheid van de auto die verkregen waren door onder meer voorwielaandrijving en een zeer goede gewichtsverdeling die voor een bijna neutraal stuurkarakter zorgde. De auto werd standaard geleverd met stuurbekrachtiging; rondom bekrachtigde schijfremmen en handgeschakelde vijfbak (viertraps automaat als optie).

De auto leed echter de eerste jaren aan problemen met de motor. Er was een unieke, geheel uit aluminium vervaardigde 2,5 liter-boxer ontworpen met bovenliggende nokkenassen (voor de Italiaanse markt was er om fiscale redenen ook een tweeliter-versie). Deze motor was uiterst soepel doordat bij 2000 toeren al 90% van het maximum koppel beschikbaar was en op hoge toeren was hij prachtig in balans. Achttien jaar lang bleef dit de grootste 4-cilinder boxer ooit gebouwd. Er waren evenwel kwaliteitsproblemen met de nokkenassen, die veel te snel sleten en er was een constructiefout gemaakt. De nokkenassen werden met getande riemen aangedreven en de linker nokkenas dreef op zijn beurt met een V-snaar de pomp van de stuurbekrachtiging aan. Vooral bij een winterse koude start wilde de belasting door die pomp vanwege de dan dikke olie wel eens zo groot zijn, dat de snaar van de nokkenas een tandje versprong. Dan liepen de linker zuigers op de kleppen met rampzalige gevolgen. Ook hadden de auto's vaak koelproblemen, wat kapotte cilinderkoppakkingen en dus eveneens ingrijpende reparaties ten gevolge had.

Facelift[bewerken]

In 1980 vond een facelift plaats: de "Gamma FL". Toen waren successievelijk alle problemen opgelost en werden de motoren van elektronische brandstofinjectie (Bosch L-Jetronic) voorzien. De prestaties bleven gelijk: 140 DIN-pk en een topsnelheid van 195 km/uur (coupé: 200 km/uur) maar de "iniezione" had een lager brandstofverbruik, wat bepaald geen kwaad kon: de carburateurversie muntte niet uit door zuinigheid.

Zoals echter in de auto-industrie al zo vaak is ervaren: de technische problemen met de eerste modellen hadden de reputatie van het model al onherstelbaar beschadigd. Al was de FL nog zo'n prima auto: het koperspubliek had zich van de auto afgewend en gaf Lancia geen tweede kans. Het model moest ook concurreren met BMW, Mercedes-Benz en Volvo, die ieder in hetzelfde prijssegment auto's met 6-cilindermotoren aanboden die daardoor vooral op acceleratie beter scoorden.

De auto heeft in zoverre navolging gevonden dat een vrijwel identieke motor werd gebouwd door Subaru en dat er in 1982 een Toyota Celica, de TA60 coupé, verscheen met een koetswerk waarin zo ongeveer alle stylingdetails van de Gamma Coupé waren terug te vinden, zij het met esthetisch onvergelijkbaar resultaat.