Landdrost

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een landdrost, drost of drossaard was een Nederlands bestuursambtenaar die een bepaald gebied bestuurde.

De drost van Muiden bijvoorbeeld werd door de burgemeesters van Amsterdam aangesteld en had als taak de toegang tot de Vecht en de route naar Amsterdam vanuit Het Gooi te bewaken. Het was een eervol baantje, met veel tijd voor liefhebberijen als schrijven, dichten en muziek maken. P.C. Hooft is een van de bekendste drosten geweest.

Het drostambt bestond reeds in de middeleeuwen in het Sticht Utrecht. De drosten van Twente resideerden oorspronkelijk waarschijnlijk te Goor, later gewoonlijk op hun eigen kasteel of havezate. In de 18e eeuw voerden drosten in Overijssel opnieuw de middeleeuwse drostendiensten in, wat betekende dat boeren tweemaal in het jaar zonder vergoeding hand-en-spandiensten voor de drost moesten verrichten. Joan Derk van der Capellen tot den Pol maakte afschaffing van deze in zijn ogen onrechtvaardige en onwettige situatie een van zijn speerpunten.

In het Koninkrijk Holland (1806-1810) was de landdrost het hoofd van een departement (provincie).

Tussen 1949 en 1963 werden de geannexeerde Duitse gebieden Elten en Selfkant door een landdrost bestuurd. Ook de polders van het Zuiderzeeproject werden bestuurd door landdrosten, van wie Han Lammers en Roelf Hofstee Holtrop de bekendste waren. Deze polders werden na het droogvallen nog niet meteen gemeentelijk ingedeeld, maar hadden een tijdlang de status van openbaar lichaam. Met de opheffing van het Openbaar Lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders in 1996 verdween de functie van landdrost uit het Nederlandse openbaar bestuur.

Ook in de Nederlandse Kaapkolonie werd de titel van landdrost gebruikt. Zo staat in Graaff-Reinet nog steeds een prachtig Drostdy-huis (of Drostdij-huis) uit deze tijd. In het Afrikaans wordt een magistraat nog steeds landdros genoemd.

Zie ook[bewerken]