Landsheer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaart van de landsheerlijkheden of gewesten in de Nederlanden in 1350.

Landsheer is een algemene benaming voor een vorst die in een bepaald gebied de territoriale soevereiniteit bezat. De benaming landsheer ontstond in de 18e eeuw.

De positie van een vorst als landsheer was niet afhankelijk van zijn adellijke titel. Een landsheer kon zowel hertog, graaf, heer zijn. Ook aartsbisschopen, bisschoppen, abten konden landsheerlijke rechten uitoefenen. Vaak viel het gebied dat zij als landsheer bestuurden slechts gedeeltelijk samen met het gebied dat onder hun geestelijk gezag viel.

In de 14e en 15e eeuw wisten de hertogen van Bourgondië de meeste landsheerlijkheden in de Nederlanden in personele unie te verenigen. De landsheer kon daardoor niet meer in alle gewesten persoonlijk aanwezig zijn. Vaak stelde hij een stedehouder aan om bij zijn afwezigheid zijn plaats (stede) in te nemen en in één of meerdere gewesten tijdelijk het gezag uit te oefenen.

Keizer Karel V was de landsheer van de Habsburgse Nederlanden. Voor het uitoefenen van zijn gezag stelde hij een landvoogdes aan.