Lange telling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De achterkant van Stela C van Tres Zapotes
Dit is een van de oudste artefacten met de lange telling, hier afgebeeld is 7.16.6.16.18 (3 september 32 v.Chr.)

De lange telling van de Mayakalender is een tijdrekeningsstelsel waarmee iedere dag vanaf het begin van de huidige periode eenduidig weergegeven kan worden. Volgens de meest gehanteerde GMT-correlatie (de correlatie van Goodman-Martinez-Thompson) is de lange telling begonnen op 11 augustus 3114 v.Chr. volgens de proleptische Gregoriaanse kalender (het jaar -3113 volgens de astronomische conventie, waarin ook het jaar 0 wordt meegeteld).

De telling is voornamelijk gebaseerd op het twintigtallig stelsel. Dit stelsel is vermoedelijk afgeleid van het aantal tenen en vingers van een mens. Een dag werd een kin genoemd, een 20-tal dagen een uinal. Er gingen 18 uinals in een steen of tun. Bij iedere tun van 360 dagen was het de gewoonte om een steen (of stèle) op te richten. De tun komt dus bijna overeen met een jaar, maar moet niet met een haab van 365 dagen verward worden. Behoudens de 18 uinal in een tun, werden alle hogere periodes meestal in twintigtallen gedacht. Er gingen bijvoorbeeld 20 tun in een katun en 20 katun in een baktun. Boven de baktun waren er nog grotere eenheden, bijvoorbeeld de calabtun = 20 pictun = 400 baktun (= ca 157700 jaar).

Het einde van een katun ging vaak met rituelen gepaard en met het oprichten van een gedenksteen. Voor de baktun en de nog hogere tijdseenheden gold dit veel minder. Hoewel de grotere kringlopen niet vaak gebruikt werden, hadden ze bijzondere betekenis; er bestaat zelfs een enkele aanduiding van de ouderdom van het universum (zie hieronder).

De creatiehistorie van de lange telling volgens de klassieke Maya's[bewerken]

De vroegst bekende in de lange telling gedateerde monumenten die zijn opgegraven dateren uit de eerste eeuw voor Christus[1]. Dit betekent dat de lange telling met terugwerkende kracht van zo'n 3000 jaar is ingevoerd.

Wel zijn er ten minste 3 monumenten die elk op geheel eigen wijze een beschrijving geven van de mythologische schepping van de lange telling in relatie tot het begin daarvan in het jaar 3114 v.Chr., namelijk Quiriguá Stella C[2], Palenque, Temple XIX[3] en Cobá, Stela 1. De creatiehistorie van de lange telling zoals die is beschreven in Palenque is zeer uitgebreid.

In Coba (stele 1) vinden we de creatiehistorie van de lange telling terug in een ogenschijnlijk raadselachtige formule, weergegeven als:

13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13. || 13.0.0.0.0 4 Ahau 8 Cumku.

Dit betekent dat de schepping van 13 baktuns is voltooid op de dag 4 Ahau en dag 8 van de Uinal Cumku (de 18e en laatste Uinal van de Haab), op de stele weergegeven als "er waren voltooid 13 Baktun".[4] Dezelfde datum (4 Ahau, 8 Cumku) vinden we ook terug op de andere monumenten die verwijzen naar de creatiehistorie. Hoewel in de Maya-onderzoekswereld de datum 4 Ahau, 8 Cumku algemeen wordt beschouwd als een "einddatum" en niet als een voltooiingsdatum van een (relatief kort durende) schepping die 13 Baktuns gaat duren (verwijzing naar de toekomst), wordt naar die schepping met als voltooiingsdatum 4 Ahau, 8 Cumku op talloze monumenten uit de klassieke tijd van de Maya's gerefereerd en wordt als de basisdatum van de lange telling beschouwd.

Echter in Coba wordt de reeds omvangrijke tijdspanne van 13 baktuns (5125 jaar) voorafgegaan door weer 19 andere tijdperken van elk 13 periodes, telkens een factor 20 langer dan het opvolgende tijdperk. Aangezien 13 Baktun overeenkomt met een periode van circa 5125 jaar, betekent dit dat de eerste 5 tijdperken die daaraan vooraf gaan overeenkomen met een periode van 20 × 20 × 20 × 20 × 20 × 5125 = 16,4 miljard jaar. Dit komt bij benadering overeen met de leeftijd van het heelal, die wetenschappelijk is vastgesteld op 13,7 miljard jaar (zie oerknal). Daarbij moet worden bedacht dat de berekende tijdsperiode van 16,4 miljard jaar een theoretische berekening is die bijvoorbeeld geen rekening houdt met het gegeven dat de dag in het grijze verleden wezenlijk korter duurde (bij de tijdsrekening wordt gerekend in dagen). De 14 tijdperken die volgens Stele 1 in Coba daaraan nog vooraf gaan hebben betrekking op nog veel langere "tijdsperioden", alhoewel het de vraag is of we daarbij nog wel over "tijd" mogen spreken: volgens de theorie van de oerknal is bij de oerknal niet alleen ruimte, maar ook de tijd ontstaan.

Uitleg datum[bewerken]

121.192.63.154.05
Nr. Dagen Periode Naam In jaren
5 1 1 K'in K'in
4 20 20 K'in Uinal
3 360 18 Uinal Tun ~1
2 7.200 20 Tun K'atun ~20
1 144.000 20 K'atun B'ak'tun ~395

Een datum werd meestal aangeduid door in een dubbele kolom het aantal baktuns, katuns, tuns, uinals en kins weer te geven. In moderne notatie schrijft men deze vijf aanduidingen achter elkaar gescheiden door punten, bijvoorbeeld 12.19.6.15.0 (overeenkomend met 1 januari 2000). Naast de lange (op)telling leidende tot de bedoelde datum zou echter meestal ook de aanduiding van de bereikte dag in tzolkin en haab gegeven worden. Voor ons voorbeeld, 1 januari 2000, is dat 9 Ahau 9 Kankin. In de lange telling komt aan de 20e dagnaam, Ahau 'Vorst', een bijzondere betekenis toe, daar twintigtallige periodes zoals baktun en katun steeds op deze dag eindigden.

Volgens de lange telling zou het vandaag (22 oktober 2014) de volgende datum zijn: 0.0.1.15.10

Einde[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie 2012-fenomeen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De einddatum van de huidige kringloop wordt soms weergegeven als 13.0.0.0.0, maar strikt genomen bestaat er geen enkel monument waarop we deze datum terugvinden (wel als einde van een tijdsperiode van 13 Baktun). Volgens de meest gehanteerde GMT-correlatie (de correlatie van Goodman-Martinez-Thompson) valt deze dag op 21 december 2012. Deze dag is een datum 4 Ahau 3 Kankin (niet 4 Ahau 8 Cumku) en is door de Maya's vermeld op Tortuguero Monument 6, met tevens een verwijzing naar het einde van de periode van 13 Baktun. Deze dag heeft volgens de Maya's betrekking op het neerdalen van de God "Bolon Yokte"[5]. De Maya's hechtten dus belang aan deze datum, maar het is niet bekend of ze deze dag met angst en beven begroet zouden hebben.

De huidige pictun komt pas op 15 oktober 4772 ten einde, maar valt na het einde van de lange telling. Een indirecte verwijzing naar het einde van de huidige pictun (middels een afstanddatum) vinden we wel terug in de tempel van inscripties in Palenque, namelijk in verband met het gegeven dat deze vrijwel samenvalt met de 80ste kalenderrondeverjaardag van de datum van de troonbestijging van Kinich Janaab Pakal[6].

In Maya-onderzoeksland zijn twee hoofdstromingen te onderscheiden met betrekking tot de wijze waarop de lange telling (ook wel aangeduid met Grote Cyclus) in het grotere geheel moet worden geplaatst. Volgens één stroming dient de Grote Cyclus in het kader van steeds korter wordende tijdperken te worden geplaatst, waarbij met name wordt gerefereerd aan het begin van de schepping van ruimte en tijd (gebaseerd op Stele 1 in Coba, zie boven). De Maya-onderzoeker Carl Johan Calleman is de grondlegger van deze stroming, alhoewel hij de feitelijke lange telling (zoals deze in de klassieke tijd door de Maya's werd gebruikt) als basis van de schepping verwerpt[7].

Daarnaast bestaat er een stroming die de Grote Cyclus plaatst in het kader van een 5 keer zo lange cyclus die bij benadering overeenkomt met de precessiecyclus. Een vertegenwoordiger van deze stroming is John Major Jenkins[1]. Uit deze bron kan worden afgeleid dat het geloof van een indeling van de precessiecyclus in 5 wereldtijdperken is gebaseerd op het gegeven dat de Maya's en de Azteken melding maken van een geloof in 4 of 5 wereldtijdperken[8], maar er zijn geen bronnen uit de oudheid die het directe verband tussen die 4 of 5 wereldtijdperken en de precessiecyclus aantonen. Volgens deze stroming komt in 2012 de Vijfde Grote Cyclus ten einde.

Beide stromingen zijn niet per se onverenigbaar, want 13 Pictun (zoals vermeld op Coba stele 1 en overeenkomend met precies 20 keer de duur van de Grote Cyclus) komt bij benadering overeen met 4 keer de precessiecyclus.

Hier volgt een overzicht van de reconstructie van de laatste vijf Grote Cycli (overeenkomend met de precessiecyclus):

Grote Cyclus Begin Eind
Eerste 23.614 v.C. 18.489 v.C.
Tweede 18.489 v.C. 13.364 v.C.
Derde 13.364 v.C. 8.239 v.C.
Vierde 8.239 v.C. 3.114 v.C.
Vijfde 3.114 v.C. 2012 na C.

De lineaire lange telling bleef tot het einde van de klassieke tijd in gebruik. De jongste datum erin is van 909. Nadien werd de telling vervangen door de vereenvoudigde en cyclische korte telling.

Bronnen[bewerken]

  • J.E.S. Thompson, An Introduction to Maya Hieroglyphic Writing. University of Oklahoma Press, Norman 1962.
  • P. Toonen, Wat wisten de Maya's?. Uitgeverij Petiet Laren, 1997.

Referenties[bewerken]

  1. a b John Major Jenkins: Het einde van de Maya-kalender 2012
  2. Quiriguá
  3. David Stuart: The inscriptions from Temple XIX at Palenque
  4. The Long Count and 2012 AD
  5. Prophecy Notes on Tortuguero Monument 6
  6. The Tomb of K’inich Janaab Pakal: The Temple of the Inscriptions at Palenque
  7. Carl Johan Calleman: Solving the Greatest Mystery of Our Time: The Mayan Calendar; Appendix II
  8. John Major Jenkins: Het einde van de Maya-kalendar 2012; pagina 34