Lappenkameleon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lappenkameleon
Ondersoort C. d. petersii.
Ondersoort C. d. petersii.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Infraorde: Iguania (Leguaanachtigen)
Familie: Chamaeleonidae (Kameleons)
Geslacht: Chamaeleo
Soort
Chamaeleo dilepis
Leach, 1819
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De lappenkameleon[1] (Chamaeleo dilepis) is een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae).[2] Een andere benaming is flapnekkameleon. De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door William Elford Leach in 1819. Later werd de wetenschappelijke naam Chamaeleo bilobus gebruikt.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De lappenkameleon is een middelgrote soort, een vrouwtje kan tot 45 centimeter lang worden, het mannetje blijft meestal rond de 35 centimeter. Bij veel andere soorten kameleons worden juist de mannetjes groter. Deze soort kent een scala aan kleurvariaties, maar is meestal groen met drie of vier grote lichte of juist donkere vlekken, afhankelijk van de gemoedstoestand van het dier en de daarmee samenhangende basiskleur. Soms zijn de vlekken breder en lijken het eerder vertebrale strepen of kleiner en lijkt het op een nettekening. De lappenkameleon heeft een normale oorkwab, rugkam en geen hoorns, maar wel een keelzak die wordt gebruikt bij de balts en voor de verdediging; als de keelzak wordt opgeblazen komt de gele of fel oranje kleur tevoorschijn, die in de normale toestand niet te zien is door de grote schubben.

Algemeen[bewerken]

De lappenkameleon komt voor in het grootste deel van Afrika, niet in landen ten noorden en westen van Nigeria. Het is hiermee een van de wijdst verbreide soorten kameleons ter wereld. De lappenkameleon leeft in wat drogere gebieden, de habitat bestaat uit de vegetatie in savannen, steppen en graslanden, meestal grenzend aan bosranden. Het voedsel bestaat uit kleine ongewervelden zoals insecten die met de schietende tong worden gevangen. Het is voor een kameleon een onrustig dier dat niet veel in gevangenschap wordt gehouden. Soortgenoten verdragen elkaar slecht waardoor het zich laten voortplanten van de dieren in gevangenschap niet eenvoudig is. Er is hierdoor niet veel bekend over de voortplanting van de soort.

Ondersoorten[bewerken]

Er worden acht verschillende ondersoorten erkend, die verschillen in in uiterlijk en verspreidingsgebied.

Bronvermelding[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Referenties
  1. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 270 ISBN 90 274 8626 3.
  2. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database – Chamaeleo dilepis
Bronnen
  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Chamaeleo dilepis - Website Geconsulteerd 8 november 2014
  • Adcham.com