Latijnse School (Gemert)
De Latijnse school van Gemert is een betrekkelijk uniek instituut in de noordelijke Nederlanden.
De school is in 1587 opgericht door Hendrik van Ruijschenbergh, die commandeur was van de Duitse Orde. Deze commandeur was de Contrareformatie toegedaan en tot de aanbevelingen van het Concilie van Trente hoorde ook de zorg voor degelijk godsdienstonderwijs, het oprichten van seminaries enzovoort. De school werd dan ook opgericht tot lof van God almachtig en tot voordeel der christenheid, voornamelijk voor de bloeiende jeugd. Er werden beurzen verleend aan armere studenten. Dit alles zorgde ervoor dat er in de 17e eeuw in Gemert vrijwel geen analfabetisme bestond, wat uitzonderlijk was voor die tijd.
Terwijl tijdens de Tachtigjarige Oorlog de meeste Latijnse scholen in de Noordelijke Nederlanden ophielden te bestaan of gewone lagere scholen werden, bleef de Latijnse School van Gemert bloeien. Men studeerde er etymologica, syntaxis poësis en later ook retorica. Vele afgestudeerden van deze 4-jarige opleiding gingen aan de Katholieke Universiteit van het Hertogdom Brabant te Leuven studeren, vaak in de studierichting theologie. Zo werd in 1728 te Leuven de studentenvereniging Congregatio Municipii Gemertianii opgericht. Een van de eerste leerlingen van de school was waarschijnlijk Laurentius Keizer, die in 1621 de eerste president werd van het College te Leuven, dat eveneens door de Duitse Orde was gesticht.
In 1887 bestond de school 300 jaar. Het eeuwenoude gebouw werd toen gesloopt en vervangen door het huidige, dat zich bevindt aan de Ruijschenbergstraat. In 1891 kwam dit gebouw gereed. Aan de voorgevel vinden we de kleurige wapens van Hendrik van Rijschenberg, met de leuze: Soli Deo Gloria, en van Paus Leo XIII, met de leuze: Lumen in Caelo.
Deze school groeide nog tientallen jaren lang en in 1958 werd een nieuw gebouw neergezet. Na 1965 kwam er echter een eind aan deze bloei, want de animo om priester te worden stagneerde. In 1971 werd het onderwijs stopgezet. Middelbaar onderwijs werd voortaan geboden door onder meer het Macropedius College (1975-1996). Omdat dat volgens eigentijdse bestuurders te weinig uitstraling zou hebben, werd de naam toen veranderd in het Commanderij-College. Het gebouw van de Latijnse School is gerestaureerd en biedt inmiddels onderdak aan het Gemeentearchief van Gemert-Bakel en aan een heemkamer.