Laurent-Benoît Dewez

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kasteel van Seneffe (L.B. Dewez, 1763-68)

Laurent-Benoît Dewez (Petit-Rechain, 1731 - Groot-Bijgaarden, 1 november 1812) was de meest vooraanstaande 18e-eeuwse architect in de Oostenrijkse Nederlanden.

Biografie[bewerken]

De abt van Saint-Hubert stuurde de jonge Dewez op studiereis naar Italië. Daar kreeg hij de kans om zich de nieuwe stijl, het neoclassicisme, eigen te maken. Hij was er de leerling van de Schot Robert Adam en kwam in contact met andere belangrijke architecten zoals Charles-Louis Clérisseau, Giovanni Battista Piranesi en Johann Winckelmann. Na een studiereis naar Split vervolmaakte hij zich in 1758 nog een jaar in het befaamde atelier van de gebroeders John, William en Robert Adam in Londen, tot hij in 1759 werd teruggeroepen voor de wederopbouw van de Abdij van Orval. Dat zou de eerste worden in een lange reeks opdrachten van abten en edelen. Dewez introduceerde hiermee het neoclassicisme in de Zuidelijke Nederlanden.

In 1760 vestigde hij zich in Brussel. In 1767 werd Laurent Dewez hofarchitect van Karel van Lotharingen, gouverneur-generaal van de Nederlanden. Zijn meesterwerk is het kasteel van Seneffe waar nu het Museum van Edelsmeedkunst is ondergebracht. Een kleinere versie daarvan is het Kasteel La Motte in Sint-Ulriks-Kapelle. Jaloerse concurrenten betichtten hem van fouten en zelfs van fraude bij de bouw van de gevangenis te Vilvoorde. Hij viel in ongenade en verloor in 1780 zijn functie van hofarchitect.

In 1793 vluchtte hij voor de Fransen naar Praag waar hij ook verschillende herenhuizen ontwierp. In 1804 keerde hij terug naar België. Hij stierf in armoede in een woning in de buurt van de kerk te Groot-Bijgaarden in 1812.

Selectie van werken[bewerken]

Zie ook[bewerken]