Le Corbusier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Charles-Édouard Jeanneret-Gris
Le Corbusier
Le Corbusier
Le Corbusier
Persoonsinformatie
Nationaliteit Vlag van Zwitserland Zwitserland
Vlag van Frankrijk Frankrijk
Geboortedatum 6 oktober 1887
Geboorteplaats La Chaux-de-Fonds, Zwitserland
Overlijdensdatum 27 augustus 1965
Overlijdensplaats Roquebrune-Cap-Martin, Frankrijk
Werken
Belangrijke gebouwen Villa Savoye (Poissy, Frankrijk)
Notre Dame du Haut (Ronchamp, (Frankrijk))
Bouwwerken in Chandigarh (India)
Sainte-Marie de La Tourette (Éveux, Frankrijk)
Belangrijke projecten Plan Voisin (Parijs)
Plan Obus (Algiers)

Le Corbusier, geboren als Charles-Édouard Jeanneret-Gris (La Chaux-de-Fonds, 6 oktober 1887- Roquebrune-Cap-Martin, 27 augustus 1965) was een Zwitsers-Frans architect en stedenbouwkundige (hij nam de Franse nationaliteit aan in 1930[1]). Zijn betekenis en invloed zijn zo groot geweest, dat hij de 'architect van de 20e eeuw' wordt genoemd. Zijn werk oogstte veel lof, maar ook veel kritiek. Velen beschuldigen hem van de dood van de architectuur, en concreet, van de stad in moderne tijden. Toch zien architecten en kenners van de kunsten hem vaak als een genie vergelijkbaar met Michelangelo of Picasso.[2]

Leven[bewerken]

1906-1916[bewerken]

Le Corbusier afgebeeld op een bankbiljet van tien Zwitserse frank

Als zoon van een emailleur van horlogekasten en een amateurpianiste, groeit hij op in zijn geboortedorp, La Chaux-de-Fonds in Zwitserland, en gaat er vanaf zijn 14de (1901) naar de School voor decoratieve kunsten om lessen in graveren te volgen. Daar wordt hij beïnvloed door zijn mentor Charles L'Eplattenier. Op 19-jarige leeftijd (1906) bouwt hij met René Chappalaz Villa Fallet in zijn geboorteplaats La Chaux-de-Fonds. De eerste van een reeks van zes in de periode 1906-1916.

Hij wisselde zijn bouwactiviteiten af met langdurige studiereizen naar de Donaulanden, de Balkan en Toscane (1907). In Wenen werkt hij een tijdje bij Josef Hoffmann (Oostenrijks architect en ontwerper) en komt zo ook in contact met het werk van Adolf Loos (Oostenrijks architect), dat een sterke indruk op hem maakte. In 1909 trekt hij naar Parijs, waar hij veertien maanden voor het ingenieursbureau van Auguste Perret werkt, architect en specialist in gewapend beton. Perret had ongetwijfeld een grote invloed op Le Corbusier, aangezien deze er van overtuigd was geraakt dat gewapend beton het materiaal van de toekomst was.

In 1910 werkt hij als tekenaar in het atelier van Peter Behrens in Neubabelsberg, waar toen ook Walter Gropius en Ludwig Mies van der Rohe werkten. Het hechte samenwerkingsverband tussen architecten, ingenieurs, industriële ontwerpers en kunstenaars binnen de groot-industrie was uniek in Europa. Le Corbusier realiseerde zich wat men kon bereiken met standaardisatie en machinale serieproductie. In 1911 reist hij de naar de Balkan en het oostelijke deel van het Middellandse Zeegebied, waar hij geboeid geraakt door de architectonische kwaliteiten van de traditionele woning met zijn karakteristieke witte kleur en kubistische vormgeving.

Werken van na 1920 zouden gebaseerd zijn op deze architectonische waarnemingen. Na de laatste villa van zes in Zwitserland, in 1916, besloot hij zich definitief in Parijs te vestigen. Via Auguste Perret leert hij de schilder en publicist Amédée Ozenfant kennen. Deze zou zijn ontwikkeling een definitieve richting geven. Ozenfant introduceerde hem in kringen van de Parijse avant-garde, kubisten, futuristen en dadaïsten. Sindsdien heeft Le Corbusier zich met veel energie op het schilderen geworpen. Hij ging in zijn schilderkunst echter niet over tot volledige abstractie. In samenwerking met Ozenfant ontwikkelde hij zo een nieuwe theorie, namelijk die van het Purisme, die werd gepubliceerd in het boek Après le Cubisme (1918).

Leven als schilder[bewerken]

In de periode rond 1920 leefde Le Corbusier vooral van zijn schilderwerk, dat hij beschouwde als een soort 'laboratorium' waarin hij vrij kon experimenteren met vormen, kleuren en ordeningsprincipes. Deze experimenten uitten zich ook in zijn architectonisch werk in die jaren.

Tijdschrift L'Esprit Nouveau[bewerken]

Een belangrijke stap in zijn ontwikkeling zette Le Corbusier in 1919, toen hij, samen met Ozenfant en dichter Paul Dermée, het maandtijdschrift L'Esprit Nouveau oprichtte. Le Corbusier maakte deel uit van de redactie en verzorgde de productie en financiering. In deze 'revue internationale d'esthétique' werd aan een scala van actuele ontwikkelingen op het gebied van de cultuur aandacht besteed: muziek, theater, politiek, literatuur, film en beeldende kunst. De onderwerpkeuze en de faam van de medewerkers maakten het blad tot een succes en tal van leden van de Parijse culturele elite abonneerden zich. In dit tijdschrift publiceerde Le Corbusier een lange reeks van artikelen over architectuur, stedenbouw en toegepaste kunst. Een deel ervan is samengebracht in het boek Vers une Architecture.

Vijf Punten van een nieuwe architectuur[bewerken]

La petite maison, 1923, Zwitserland
Weissenhof, Stuttgart 1927

Deze werden gebundeld in de boeken Vers une Architecture (1923), Urbanisme (1925) en L'Art Décoratif d'Aujourd'hui (1925). In 1926 stelde Le Corbusier zijn architectonische concept voor in een handzame formule van ' 5 Points', de 'Vijf Punten van een nieuwe architectuur':

  • Les pilotis: het gebouw moet van de grond verheven worden
  • Le toit-jardin: het platte dak wordt als buitenruimte ingericht
  • Le plan libre: vrije indeling op elk niveau dankzij het skelet
  • La façade libre: de gevels zijn niet dragend
  • La fenêtre en longeur: het horizontale bandraam

De jaren '20[bewerken]

De meeste ontwerpen van de jaren hierna vertonen een dergelijke 'assemblage' of samenvoegen van volumes binnen de doosvorm. In de constructies van Maison Cook in Parijs (1926) en de Villa Savoye in Poissy (1929) werkte hij bovendien het element van de kolommen verder uit. Hij zette deze huizen op vrijstaande kolommen en de begane grond is, op een toegangsportaal en een garage na, vrijgehouden. De laatstgenoemde villa wordt ook de tempel van het machinetijdperk genoemd, vanwege de uitzonderlijke manier waarop de verkeersfunctie zichtbaar wordt gemaakt. In 1928 levert de oprichting van het Congrès internationaux d'architecture moderne (CIAM) hem een nieuw platform op. Jarenlang zou hij bij die gelegenheden de agenda en de discussie bepalen. Omstreeks 1930 was Le Corbusier uitgegroeid tot een internationaal bekende architect, vooral dankzij het indringende en strijdbare karakter van zijn publicaties, die elkaar in hoog tempo opvolgden. Ze spraken een groot publiek aan en vulden kennelijk een gat in de markt, in een tijdperk waarin, in tal van landen, architecten vorm probeerden te geven aan de moderne architectuur van de twintigste eeuw. Hij bereikte zijn succes dan ook door duidelijke taal te spreken in zijn felle manifesten. Dat hij populair raakte in de loop van de jaren twintig, blijkt uit het feit dat er in 1926 al een eerste biografie over hem verscheen. In 1930 verscheen het eerste deel van zeven boeken: het oeuvre Complète.[3]

De jaren '30[bewerken]

Le Corbusier (midden) met Erik Lallerstedt (links) en Ivar Tengbom (rechts) in 1933 in Stockholm

In de jaren dertig houdt Le Corbusier zich meer en meer bezig met stadsontwerpen. In 1933 neemt hij deel aan het vierde CIAM-congres in Athene met als thema 'de functionele stad', in 1934 bezoekt hij de nieuwe steden in de Pontijnse moerassen en in 1935 stelt hij het stadsontwikkelingsproject voor het Zlin-Dal, in het Tsjechische Moravië, voor. Hij reist ook voor de eerst keer naar de VS, maar komt teleurgesteld terug. In 1937 wordt hij tot ridder van het légion d'honneur benoemd, ontwerpt hij het 'Les Temps Nouveaux-paviljoen' voor de Parijse wereldtentoonstelling en organiseert hij het vijfde CIAM, met als thema 'wonen en ontspannen'.

De jaren '40[bewerken]

Het eerste deel van de jaren veertig wordt vooral gevuld met het schrijven van publicaties. Na de bevrijding in 1944 zit hij de Commissie voor stadsplanning van het Nationale front van architecten voor. Een jaar later ontwerpt hij het plan tot wederopbouw van de stad Saint-Dié en dat voor Saint-Gaudens en La Rochelle- La Pallice, maar geen van allen worden uitgevoerd. In 1946 begint hij aan het ontwerp voor de Unité d'Habitation in Marseille en maakt hij samen met de Bretonse meubelmaker Joseph Savina zijn eerste sculpturen.

De jaren '50[bewerken]

Chandigarh secretariaat

Begin jaren vijftig publiceert hij het eerste deel van zijn boek over de modulor en presenteert hij het modulorsysteem in een werkgroep op de Milanese Triënnale, die als thema 'goddelijke verhoudingen' had. Op de wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel laat hij het Phillips-paviljoen verrijzen. Dat jaar doet hij ook mee aan de competitie om het stadscentrum van Berlijn.

De jaren '60[bewerken]

In de jaren zestig krijgt hij nog tal van opdrachten. Hij overlijdt op 27 augustus 1965 in Roque-Cap-Martin (bij Nice, Frankrijk), waar hij zelf een klein huis had gebouwd.[4]

Standaardisering en samenhang[bewerken]

Le Corbusiers gebruik van rationele structuren, simpele materialen en standaardisering, vindt zijn wortels in de ascetische en harmonieuze doctrine van het Orphisme. Le Corbusier wedijverde voor een monniksleven, waarbij lange uren in afzondering worden doorgebracht. Één van de belangrijkste doelstellingen van Le Corbusier was, om mensen te helpen in het proces van 'savoir habiter': weten hoe te leven.[5]

Standaardisering[bewerken]

Le Corbusier had een obsessie voor de orde van de natuur. Hiervoor zijn drie motieven te vinden:

  • het leveren van goedkope hoge-kwaliteitswoningen;
  • het vergemakkelijken van het leven;
  • het verbinden van mensen door hun medegebruik van standaard elementen.

Centraal in Le Corbusiers idee van gemeenschap was het concept van de Radiant city. Stralende architectuur zou invloed uitoefenen op zijn omgeving en bovendien kan architectuur 'stralend worden gemaakt' door het gebruik van de modulor, Corbusiers eigen proportiesysteem. Le Corbusier benadrukt het belang van de relatie en communicatie om zo een hogere vorm van beschaving tot stand te brengen.[6] Hierbij zou duidelijke standaardisering de hoofdrol spelen.

Le Corbusier streeft tot op het einde van zijn carrière, naar een minutieus onderzoek van elk detail verbonden met het huis, en een gesloten onderzoek voor een standaard.

Standaardmaterialen[bewerken]

Le Corbusier was zodanig geobsedeerd door standaardisatie dat hij zocht naar een standaardpalet van materialen:

  • natuurlijke materialen, die oneindig wijzigbaar zijn in samenstelling, moeten vervangen worden door vast(staand)e.

Met dit laatste bedoelde hij dat hun karakter voorspelbaar en onveranderlijk moest zijn, het product van een productielijn.

Materialen konden worden ingedeeld in twee categorieën:

  1. natuurlijke en
  2. artificiële.[7]

In zijn vroegere werk behandelde hij beton als een "vast" materiaal, tegengesteld aan een natuurlijk materiaal; hij wilde een ongerepte afwerking creëren of ten minste de illusie van een ongerepte afwerking.[8]

In zijn latere werk zou dit veranderen. Beton werd voor hem een materiaal van eenzelfde orde als steen, hout of klei. Het leek mogelijk om beton te zien als een gereconstrueerde steen,[9] zelfs brute beton.

Toch groeit in zijn werk de spanning tussen zijn verlangen naar een ongerepte fabrieksafwerking, met gegarandeerde structurele capaciteiten enerzijds, en de noodzaak om ter plaatse gevonden materialen en vaardigheden anderzijds. Het enthousiasme voor standaardisatie werd strijdig met het enthousiasme voor regionalisme. Dit belette niet dat Le Corbusier meer en meer geïnteresseerd werd in de 'mogelijke pracht van een architectuur die was aangepast aan de omgeving en de plaatselijke materialen'[10].

Le Corbusier bleef evenwel de universele en eenmakende kwaliteiten van zijn structurele oplossingen benadrukken. Hij was duidelijk verliefd op de monumentale mogelijkheden van betonconstructies en had het moeilijk om openbare gebouwen te ontwerpen in een ander materiaal.

Standaardstructuren[bewerken]

Fundamenteel voor Le Corbusiers zoektocht naar gestandaardiseerde woningbouw was de zoektocht naar een gestandaardiseerde structuur ter ondersteuning. Zijn doel was de ideale structuuroplossing te vinden, en dit voor elk voorhanden zijnde materiaal.

Betonnen skeletten[bewerken]

Het skelet, dat in zijn werk wordt teruggevonden, is gebaseerd op het domino-frame dat sinds 1914 in zijn werk is toegepast.[11] Dit skelet is opgebouwd uit een vloer-, een verdiepings- en een daktuinplaat, die via een eenvoudige dubbele trap verbonden zijn en ondersteund worden door slanke kolommen, die de vroegere structurele rol van de voorgevel en de muren hebben overgenomen. Dit geeft de architect een grotere vrijheid voor zijn ontwerpen.
Het Maison Domino (en de hiervan afgeleide Villa Savoye) zijn 'symbolen van emancipatie', met hun implicaties van 'sociale vrijheid'.[12] Deze ontwikkeling liep parallel met Le Corbusiers verklaring over de 'vijf punten voor een nieuwe architectuur'.

Zoals blijkt uit het Carpenter Centre sluipen soms structurele 'oneerlijkheden' in het werk van Le Corbusier. Hij bleek soms meer geïnteresseerd in kwesties als compositie en geometrische harmonie. Zoals hij zelf schreef in Towards a New Architecture : 'de ingenieur werd uitgewist en de beeldhouwer komt tot leven – contouren gaan verder dan het bereik van de praktische man, de durvende man, de ingenieuze man; zij vragen naar de plastische artiest.'[13]

Staalstructuren[bewerken]

Terwijl Le Corbusier voornamelijk bekend is van zijn voorliefde voor beton, toont een nauwkeurige blik op zijn Oeuvre Complète een even grote passie voor staal. Staal vervulde een vooraanstaande rol in zijn visie op droogbouw.[14]

Gewelfde daken[bewerken]

De schoonheid van een gewelfd dak bestaat erin dat een huis kan worden opgebouwd uit herhaalde modules of cellen. Le Corbusier schreef: 'Het ontwerpen van zulk huis vereist extreme zorg aangezien de bouwelementen de enige architectonische middelen zijn.'[15] De gewelven worden niet door de muren gedragen, maar door massieve betonlateien. De compositie bestaat erin openingen te creëren in de parallelle muren om een spel te spelen tussen het solide en de openheid. De muren van de gewelfde huizen bestonden meestal uit steen of gestampte leem. Le Corbusier had zeer wel bepaalde ideeën over de te gebruiken types steen en de verbindingen. Le Corbusier hoopte dat de materialen en vormen van zijn gebouwen de bewoners zou verheffen, door bepaalde levenswijzen aan te moedigen en te versterken.[16] Zo diende de interieurafwerking van elk uit aarde gebouwd huis extreem eenvoudig te zijn, waarbij hout en stenen tegels tot het primitieve gevoel van het geheel dienden bij te dragen, samen met het met gras bedekte dak.

Somatisch detail[bewerken]

Le Corbusier was heel bezorgd om de manier waarop het lichaam op de kunst en de architectuur zou reageren. Hij geloofde dat de voornaamste middelen om gedachten te beïnvloeden, het beïnvloeden van het lichaam in het onbewuste was.[17] Le Corbusier zal daarom in zijn architectuur, een beroep doen op de zintuigen en dit op verschillende manieren, zoals hieronder zal worden besproken.

Antropomorfisme[bewerken]

Le Corbusier schreef over zijn plan van de Radiant city dat er een balans was tussen mannelijke en vrouwelijke elementen. Hij definieerde mannelijke architectuur als 'sterke objectiviteit van vormen', terwijl vrouwelijke architectuur als 'grenzeloze subjectiviteit'[18]. Zijn architectuur werd een huwelijk tussen deze beide tegengestelde types. Le Corbusier was dol op het maken van analogieën tussen gebouw en lichaam. Daarom hield hij er ook van om zijn gebouwen een kleurcode te geven, gebaseerd op de functie. Kleur wordt gebruikt om een verschil te maken tussen de hoofd- en bijstructuren, het lichaam en het gebouw. Le Corbusier zou de antropomorfe vormen in zijn architectuur opnemen om zo zijn psychologische impact op de bezoeker te maximaliseren.[19]

Aanraking[bewerken]

De menselijke hand speelt in het werk van Le Corbusier een heel belangrijke rol. Hij geloofde dat: 'Aanraking is een tweede soort zien. Sculptuur en architectuur, wanneer hun vorm inherent succesvol kan worden gestreeld; inderdaad, onze handen worden naar hen toe gedreven'.[20]

Kenmerkende architectonische principes[bewerken]

Muren en pilotes[bewerken]

Le Corbusier koos voor de afwerking steeds voor schurende, onsympathieke en ronduit defensieve kwaliteiten, maar slaagde desondanks er toch altijd in om een heel comfortabele architectuur te maken, een architectuur waarin het lichaam zich ondersteund voelde. Hij maakte ook altijd gebruik van contrast en dit vaak op een heel sensuele manier. Het is namelijk zo dat de ervaring van zachte of schurende materialen zou worden verhoogd als ze werden geplaatst in juxtapositie met een ander. Het gebruik van contrast is één van de meest gebruikte technieken bij architecten en designers om de inherente schoonheid van uiteenlopende texturen en vormen er uit te halen, maar in het werk van Le Corbusier is het ook vaak symbolisch.

Deurklinken en leuningen[bewerken]

Le Corbusier ontwierp deurklinken als uitnodiging tot aanraking en leuningen om het lichaam te ondersteunen. Hoewel zijn smaak in handgrepen en andere details veranderde gedurende zijn carrière, waren ze altijd glad en gebogen om aan te raken. Le Corbusier ontwierp deze duidelijk met de zintuigen in gedachten.

Meubels[bewerken]

Le Corbusier schreef: 'Een nieuwe term heeft het oude woord meubels vervangen, dat stond voor traditie en beperkt gebruik. Die nieuwe term is "uitrusting".'[21] De meubels van het huis waren voor Le Corbusier 'human-limb objects'[22], met andere woorden een uitbreiding van het menselijk lichaam. Deze objecten zijn in proportie met onze ledematen en aangepast aan onze bewegingen. Zij hebben een gelijke schaal en passen in een module.[23] Deze nieuwe huiselijke uitrusting, die niet lang meer is gemaakt uit hout maar uit metaal, wordt gemaakt in fabrieken die gewoon zijn kantoorinrichting te vervaardigen. Samen met Perriand onderscheidde Le Corbusier vier verschillende wijzen van zitting, elk leidend tot een bijzonder stoeldesign. Zo heb je siege à dossier basculant, de fauteuil grand confort, chaise longue (de LC4) en siege tournant.

Vloeren[bewerken]

Niet enkel onze handen zijn in contact met de structuur van een gebouw, maar ook onze voeten. Door de afwerking van de vloer kan een stilzwijgend hiërarchie worden gelezen en gevoeld, intrinsiek tot de ervaring van de architecturale wandeling. Vloervlakken zijn vaak gebruikt als erkenning van de aanwezigheid van een speciale plaats in Le Corbusiers architectuur.

Kleur[bewerken]

Kleur werd bij Le Corbusier symbolisch gebruikt om het humeur te beïnvloeden en de aanwezigheid van bijzondere architecturale elementen te versterken of te verzwakken. In zijn beginjaren deelde zijn architectuur het gedempte Mediterrane palet en de uniforme gladheid van zijn vroegere puristische schilderijen. In het later werk van Le Corbusier, werden grote gekleurde vlakken geïntroduceerd in de oppervlakken van de meubels, die zo vaak zijn gebouwen bewoonde. Het creëren van harmonie door kleuren en het cederen van harmonie door proportie waren steeds parallelle processen.

Ruimte[bewerken]

Een verder middel om het lichaam te beïnvloeden was door geometrie. In zijn vroege jaren, gebruikte Le Corbusier regulerende lijnen om harmonieuze ruimtelijke berichten te zenden naar de zintuigen; In zijn later werk zal de modulor bij deze taak helpen.

Geluid[bewerken]

Deze bespreking over hoe Le Corbusiers architectuur beroep doet op het lichaam zou incompleet zijn zonder een vermelding van het geluid. Het innerlijke oor was namelijk een ander deel van de menselijke anatomie waarvoor Le Corbusier grote interesse had, dat is ook de reden dat het geluid een belangrijke rol speelt in veel van zijn gebouwen.

Licht en donker[bewerken]

Le Corbusier was niet onmiddellijk geïnteresseerd om uniform licht te creëren. Hoewel hij van oordeel was dat licht en schaduw een vorm kracht gaven, hadden zijn ontwerpen nood aan een gerichte verlichting voor de creatie van schaduwen. Een voorbeeld waar enorm gespeeld is met licht en donker is in Le Notre-Dame du Haut.

Zin en Betekenis[bewerken]

De tegenstelling tussen licht en donker was uiterst belangrijk voor Le Corbusiers werk, daarom hield hij ook steeds rekening met de 24-uren-dag, de beweging van de zon boven en onder de horizon.Zo werd het gebruikt voor de toegangssteen van Unité d'habitation in Marseille. Duidelijk zien is een thema dat steeds wordt herhaald in Le Corbusiers werk. De ontsporingen van betekenis tussen licht en kennis worden daarom vaak voorkomen in zijn werk.

Ramen[bewerken]

Le Corbusier toonde in verschillende kleine schetsen 'de geschiedenis van ramen door de eeuwen heen'[24] aan, dit beschrijft hij als 'struggle for light'. Deze geschiedenis wordt geconcludeerd met het hoogtepunt van de beschaving, nl. het horizontale raam, één van de vijf punten van een nieuwe architectuur en één van de vier raamtypes van Le Corbusier. Deze vier raamtypes zijn: het horizontale raam, het pan de verre, de brise soleil en de ondulatoire, zij zullen hieronder worden besproken.

Horizontale ramen[bewerken]

Le Corbusier was onvermurwbaar over de voordelen van het horizontale raam in termen van licht.[25] Hij spande zich erg in voor het onderzoek naar de verbetering van het raam, om zo de complexiteit te verminderen en er voor te zorgen dat ze makkelijker konden worden gebouwd.

Pan de verre[bewerken]

Le Corbusier zijn bedoeling was om zo veel mogelijk licht binnen te trekken als mogelijk, dit kon hij doen door het gebruik van zijn geliefde airconditioning. Zijn visie op de 'juiste ademhaling' vergemakkelijkte de ontwikkeling van de pan de verre, dat bijna een onbeperkte toegang tot licht.

Brise soleil[bewerken]

Zoals meestal het geval is, keert Le Corbusier terug naar het verleden indien er zich een probleem aandient. Zo vond hij de oplossing voor zijn oververhitte gevels in de 'loggia' dat een echt brise soleil was. Deze brise soleil geeft koelte in de zomer en warmte in de winter. 'Gepositioneerd ten opzichte van de zon, zou de brise soleil, volgens Le Corbusier, helpen om 'een regel te brengen in de architectuur'. De brise soleil werd daar geplaatst waar zon en schaduw elkaar ontmoeten, volgens Le Corbusier een plaats van grote betekenis.

Ondulatoires[bewerken]

De ondulatiores werden voor het eerst gebruikt in La Tourette. Zij werden uitgevonden om geld te besparen, aangezien het glas direct in de betonnen frames kan worden geplaatst. Het basisdetail zou hergebruikt kunnen worden, maar zijn vorm zou bij elke situatie moeten herbekeken worden. Het is dus duidelijk dat de bepaling van zo een raam niet zo een simpele oefening was als het zou moeten zijn.

Dakverlichting[bewerken]

Le Corbusier onderscheidde verschillende soorten dakverlichting, afhankelijk van de onderscheiden doeleinden. De eerste dakverlichting was vaak schokkend naakt in zijn detail. Op een pragmatisch niveau voegde Le Corbusier vaak klassieke lichtbreuk ramen om licht en ventilatie te voorzien op dakhoogte.

Reflectie[bewerken]

Reflectie heeft een belangrijke bijdrage bij de toegang van licht, maar het creëert ook mogelijkheden met de ruimte te spelen. In zijn vroegere huizen maakt hij hiervoor gebruik van spiegels. De reflectie mogelijkheden van water waren bij Le Corbusier ook steeds rijp voor toepassing. Hij beperkte zichzelf niet tot het gebruik van echt water om een subtiel en gevarieerd lichteffect te bereiken.

Kunstlicht[bewerken]

Reflectie speelde ook een belangrijk deel in Le Corbusiers benadering tot kunstlicht. Aan het einde van zijn carrière gebruikte hij lichtsystemen om de puurheid van de structuur te accentueren. Gedurende heel zijn carrière, had Le Corbusier een voorliefde voor uplighters. Dit licht creëert een hol en atmosferisch ruimtegevoel en zou daarom heel efficiënt zijn in de gewelfde huizen. Ze werden ook vaak gebruikt voor benedenniveau met pilotis, zo leek het gebouw erboven te zweven op een kussen van licht.[26]

Omkadering[bewerken]

Centraal in Le Corbusiers design filosofie staat het idee van omkadering, hij dacht voortdurend in termen van kaders. Deze kaders zijn vaak gebaseerd op de modulor en kunnen vast, impliciet of doorschijnend zijn. Voor Le Corbusier geeft het creëren van kaders hem een kans om zijn bijzondere inzicht van ruimte te accentueren en te prijzen.[27]

Zichten[bewerken]

Één van de meest eenvoudige gebruiken van de architecturale kader is om de buiten omgeving binnen te trekken in de gesloten ruimte. Uit alle types ramen van Le Corbusier, is het horizontale raam het meest succesvol in het binnenbrengen van de omgeving, dit omdat de horizon zichtbaar is in een lang ononderbroken panorama. Het vierkante raam geeft daarentegen een zicht vooruit. Dit soort ramen heeft niets te maken met beweging, maar met het statisch zijn. Een ander type van omkadering is de opening. Het statische gebruik van de opening is heel karakteristiek voor Le Corbusiers benadering tot detail.[28] Le Corbusier laat de schaduw, de elementen van zijn architectuur benadrukken. Maar soms keert hij deze relatie ook om, door vormen van zijn architectuur eruit te halen en ze in licht te plaatsen.

Objecten[bewerken]

Le Corbusier wou, als deel van de beweging richting de ascetische eenvoudigheid, het huis vrij maken van overbodige hoekjes en kantjes en wilde een gevoel van 'kalmte' creëren binnenin het huis door het gebruik van gegroepeerde zitplaatsen en oplossingen voor berging.

Ruimte[bewerken]

Voor Le Corbusier was het raam duidelijk een kader, waarvan de diepte en limieten oneindig veel mogelijkheden tonen. Door het gebruik van de instrumenten van het perspectief, textuur en kleur en het oordeelkundige keuze en plaatsing van kaders, zou hij een spel spelen met waargenomen diepte van de ramen.[29]

Werken[bewerken]

Belangrijkste gebouwen en projecten[bewerken]

Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Le Corbusier.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. COHEN, J-L., Le Corbusier, Köln: Taschen, 2005, p. 92
  2. BAKER, GEOFFREY H., Le Corbusier, The Creative Search, London: Chapman & Hall, op de omslag
  3. BOSMAN J., LOOTSMA B., MENS R., Le Corbusier en Nederland, Utrecht: Kwadraat, 1985, p. 9-18
  4. COHEN, J-L., Le Corbusier, Köln: Taschen, 2005, p. 92-94
  5. CORBUSIER, LE, The Marseille block, in: SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 15
  6. SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 16
  7. CORBUSIER, LE; JEANNERET, P., Oeuvre Complète Volume 2, in: SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 18
  8. SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 18
  9. CORBUSIER, LE; Oeuvre Complète Volume 5, 1946-1952, in: SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 18
  10. CORBUSIER, LE; Oeuvre Complète Volume 4, in: SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 19
  11. CORBUSIER, LE, Ideas and Forms, in: SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 21
  12. ROWE, C., The Architecture of Good Intentions, in: SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 19
  13. CORBUSIER, LE, Towards an New Architecture, in: SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 18
  14. SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 26
  15. CORBUSIER, LE; Oeuvre Complète Volume 3, in: SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 30
  16. SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 32
  17. CORBUSIER, LE, The decorative art of today, in: SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 39
  18. CORBUSIER, LE, Modulor, in: SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 41
  19. SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 42
  20. CORBUSIER, LE, Talks with students, in: SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 44
  21. CORBUSIER, LE; JEANNERET, P., Oeuvre Complète Volume 1, 1910-1929, Zurich, 1995, p. 70
  22. SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 59
  23. CORBUSIER, LE, Precisions, in: SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 59
  24. CORBUSIER, LE, Precisions, in: SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 75
  25. CORBUSIER, LE; JEANNERET, P., Oeuvre Complète Volume 1, 1910-1929, Zurich, 1995, p. 129
  26. CORBUSIER, LE; Oeuvre Complète, Volume 5, in: SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 80
  27. SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 92
  28. SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 105
  29. SAMUEL, F., Le Corbusier in detail, Boston: Elsevier Limited, 2007, p. 117