Le Rouge et le Noir

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het rood en het zwart
Illustratie uit 1884
Illustratie uit 1884
Oorspronkelijke titel Le Rouge et le Noir
Auteur(s) Henri Beyle (Stendhal)
Vertaler Hans van Pinxteren
Land Frankrijk
Oorspronkelijke taal Frans
Onderwerp Julirevolutie
Uitgever Veen
Oorspronkelijke uitgever Levasseur
Uitgegeven 1989, 2007
Oorspronkelijk uitgegeven 1830
Pagina's 576
ISBN-code 90-204-2392-4
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Le Rouge et le Noir (Nederlands: Het rood en het zwart), met als ondertitel Chronique de 1830, is een roman van Stendhal, die in 1830 bij Levasseur te Parijs verscheen. Na Armance is het Stendhals tweede roman. Hij kreeg in 1954 een eervolle vermelding door William Somerset Maugham, in zijn essay Ten Novels and Their Authors, een essay dat handelt over de tien grootste romans.

Samenvatting[bewerken]

De roman bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschrijft de weg van Julien Sorel in het stadje Verrières - waarvoor waarschijnlijk de plaats Dole aan de Doubs model heeft gestaan - en zijn intrede bij de familie de Rênal. Ook zijn verblijf in een seminarie wordt hier beschreven. Het tweede deel vertelt het verhaal van de held in Parijs waar hij als secretaris werkt voor Monsieur de La Mole en beschrijft zijn verdeeldheid tussen ambities en gevoelens, waaronder de liefde voor de dochter van Monsieur de La Mole en zijn poging tot moord op Madame de Rênal, die zal leiden tot zijn terdoodveroordeling.

Eerste deel[bewerken]

Le Rouge et le Noir, Chronique de 1830 draagt als opschrift het citaat “La vérité, l’âpre vérité. DANTON" ("De waarheid, de bittere waarheid. DANTON"). Vanaf het begin beschrijft Stendhal met precisie het decor van het stadje Verrières sur le Doubs en de sociale en politieke situatie, en schept daarmee de sfeer waarin de geestesgesteldheid van de held zich ontwikkelt.

Julien Sorel is de derde zoon van de oude Sorel, een houtzager die neerkijkt op alles wat met intelligentie te maken heeft. Zo minacht hij ook zijn zoon, wanneer deze al snel een begaafd student blijkt te zijn. In tegenstelling tot zijn broers heeft Julien geen goede lichaamsbouw om hard werk te verrichten, en zijn nieuwsgierigheid zorgt ervoor dat hij op alle mogelijke manieren wil bijleren (wat zijn vader luieren noemt). Aangezien de jongen het Nieuwe Testament uit het hoofd kan opzeggen, kan hij rekenen op de bescherming van pastoor Chélan, de pastoor uit het dorp. Julien kent ook het boek ‘Herinnering aan Sint-Helena’ tot in de kleinste details, hij koestert vreemd genoeg ook een grenzeloze bewondering voor Napoleon Bonaparte, die hij tegelijkertijd beschouwt als een god en als een voorbeeld bij uitstek van een succesvol man. Omdat zijn familie hem zonder ophouden belachelijk maakt of met geweld behandelt, neemt pastoor Chélan hem in bescherming. Meneer de Rênal, de burgemeester van Verrières, neemt Julien op aanraden van de pastoor aan als gouverneur voor zijn kinderen. Daarna laat Chélan Julien zijn intrede doen in het seminarie. Dit zijn de eerste stappen van Julien in de wereld van de provinciale bourgeoisie. Ondanks zijn verlegen karakter, slaagt hij er langzaam aan in om mevrouw de Rênal te verleiden. Zij is een nogal knappe jonge vrouw, die echter net op zo'n naïeve manier verlegen is als hij.

Het leven van Sorel bij de familie de Rênal wordt dus beheerst door zijn passie voor mevrouw de Rênal en zijn onmetelijke ambitie. Hij droomt ervan om een tweede Napoleon Bonaparte te worden. Hierdoor staat zijn leven in het teken van de hypocrisie: op het kasteel van de heer de Rênal moet hij zijn gevoelens voor zijn geliefde verbergen en tegenover de pastoor zijn adoratie voor Napoleon. Op het kasteel wint de jongeman al snel de harten van de kinderen en maakt er een gewoonte van zijn zomeravonden door te brengen in het gezelschap van mevrouw de Rênal, die hem aangenaam verrast wanneer zij hem een cadeau probeert te geven. De trots van de jongeman bevalt de dromerige jongedame, die het stadsleven niet kent. Ze valt voor hem zonder het te beseffen. Zijn lichtgeraaktheid en zijn trots zullen echter gauw alles kapot maken: de loonsverhoging van meneer de Rênal slaat hij af en de avances van Elisa, het kamermeisje van mevrouw de Rênal, verwerpt hij. Elisa blijft niet bij de pakken zitten en stuurt een roddel de wereld in over de gevoelens tussen Julien en mevrouw de Rênal. Enkele jaloerse mensen beginnen te roddelen in Verrières (Julien was een veelbesproken man geworden.) Uiteindelijk bereikt het nieuws ook meneer de Rênal: in een anonieme brief wordt hem het overspel van zijn vrouw onthuld.

Hoewel hij deze roddels niet gelooft, beslist de burgemeester van Verrières de samenwerking met zijn gouverneur stop te zetten. Julien verlaat, op aanraden van pastoor Chélan, het familiedomein en treedt in in het seminarie van Besançon. Voordat Julien vertrekt, heeft hij nog een laatste gesprek met Mevrouw de Rênal. Ze komt bij hem koud over terwijl ze hem nog steeds een warm hart toedraagt. Dat misverstand dat zal tragische gevolgen hebben. De ongeduldige Julien verwart gereserveerdheid en onverschilligheid.

In het seminarie van Besançon wordt Julien gehaat door zijn kameraden, een soort van uitgehongerde boeren voor wie het grootste verlangen het avondmaal van spek met eieren is. Hij maakt er kennis met abt Pirard, die wel zijn ambitie doorziet maar die hem ook zal beschermen. Julien zal er enkele moeilijke momenten doorstaan tot de dag waarop abt Pirard hem voorstelt om de secretaris van de markies de La Mole te worden. Daarna vertrekt hij naar Parijs om in dienst te treden bij de bekende aristocraat.

Tweede deel[bewerken]

De markies de La Mole, een invloedrijke persoonlijkheid afkomstig uit de buitenwijk Saint-Germain, merkt zeer vlug dat Julien erg intelligent is. Julien ontmoet er ook de dochter van de markies, Mathilde, een vrouw met een opvallende en niet onopgemerkte persoonlijkheid uit de jonge Parijse aristocratie. Ondanks haar talrijke huwelijkskandidaten van hoge klasse en de bescheiden afkomst van Julien wordt ze al gauw verliefd op hem. In haar ogen is hij een adellijke en trotse ziel alsook een fitte geest die fel contrasteert met de apathie van de aristocraten uit haar salon. Er ontstaat een onstuimige passie tussen de twee jonge mensen, bij de ene uit ambitie en bij de andere om de verveling te ontvluchten. Ze bekent hem later dat ze zwanger is en brengt haar vader ervan op de hoogte dat ze graag met de jonge secretaris zou trouwen. Mathilde slaagt er uiteindelijk niet in om haar vader volledig van haar trouwplannen met Julien te overtuigen, maar in afwachting van een besluit laat de markies Julien tot edelman benoemen en verschaft hem ook een functie als luitenant van de Husaard in Straatsburg. De zoon van de schrijnwerker wordt zo M. de ridder Julien Sorel de la Vernaye. Mathilde de La Mole vraagt vervolgens uitdrukkelijk aan haar geliefde om haar naar Parijs te vergezellen: De markies de La Mole verwerpt het huwelijk sinds hij een brief van Madame de Rênal ontvangen heeft waarin de onzedelijkheid van haar voormalige geliefde aangekaart wordt (op uitdrukkelijk advies van haar pastoor).

Julien, onverschrokken als hij is, gaat vervolgens van Parijs naar Verrières, waar hij de kerk binnengaat en in het midden van de mis tot twee maal toe op zijn voormalige meesteres schiet. Op dat moment beseft hij echter niet dat het hem niet gelukt is haar om het leven te brengen. Julien wacht vervolgens in de gevangenis de dag van zijn vonnis af, in de gevangenis waar Mathilde hem dagelijks komt opzoeken. Maar door haar opdringerige heldhaftigheid ontmoedigt ze haar geliefde. Ze onderneemt verschillende pogingen, eerst onder een pseudoniem en later onder haar echte naam, om hem vrijgesproken te krijgen, onder meer door de meest invloedrijke geestelijke van Besançon een bisschoppelijke brief onder de neus te duwen. Ondertussen probeert Madame de Rênal het proces in het voordeel van Julien te krijgen door de juryleden te schrijven dat het een grote vergissing zou zijn en dat ze hem vrijwillig zijn ‘stuntelige’ daad vergeeft.

Ondanks een publieke volksraadpleging m.b.t. de zaak van de jonge Sorel, slaagt monsieur Valenod (die deel uitmaakt van de jury) er in Julien tot de guillotine te veroordelen, ten gevolge van een uitdagende toespraak waarin de hogere klasse en de gevestigde orde werden beschuldigd. Bij de ontknoping van het vonnis hoopten Mathilde en Mevrouw de Rênal nog in beroep te kunnen gaan, maar voor Julien was niets anders weggelegd dan de guillotine. Madame de Rênal die ondanks de tegenkanting van haar man in Besançon was gaan wonen, krijgt de toelating om Julien te bezoeken. Julien voelt voor haar opnieuw een grenzeloze passie. Ondanks alle opofferingen die ze wou doen, legde Julien zich bij zijn lot neer.

Net na de executie van Julien, koopt Fouqué (zijn eeuwige vriend) zijn lichaam vrij bij de beul. Mathilde vraagt om het hoofd van de vader van haar kind te zien. Ze neemt het hoofd van Julien vast en kust hem op het voorhoofd. Ze zal zelf het hoofd naast het graf begraven, in een grot niet ver van Verrières, waar Julien vaak ging. Madame de Rênal zou zich ontfermen over hun kind, maar ze sterft zelf drie dagen na Julien.

Le Rouge et le Noir binnen zijn tijdperk[bewerken]

De zaak Berthet[bewerken]

Voor de plot van zijn Roman liet Stendhal zich in de eerste plaats inspireren door de zaak Berthet, een fait divers die zich afspeelde in Brangues, een klein dorpje uit zijn region Isère. Antoine Berthet was de zoon van bescheiden handarbeiders. Een priester merkt al snel zijn intelligentie op en stuurt hem op seminarie. Wanneer hij veroordeeld wordt door de jury van Isère, bezoekt zijn vriendin hem bij de executie. Zijn zwakke gezondheid zetten Berthet ertoe aan het seminarie en de te zware levensomstandigheden te verlaten, en om werk te zoeken. Hij werd huisleraar voor de kinderen van de familie Michoud. Kort daarna werd hij de minnaar van Madame Michoud, maar hij moest haar al vlug verlaten.

Na een volgend verblijf in een seminarie, een vermaarder dan het vorige (dat van Grenoble) vindt Berthet nogmaals werk als huisleraar, deze keer bij een familie van adel: de familie Cordon, waar hij de dochter van zijn werkgever verleidde, die hem voortdurend achtervolgde. Berthet was zeer verbitterd omdat hij ondanks zijn grote intelligentie geen carrière wist te maken en besloot zich te wreken. Op het moment dat de pastoor de mis aan het voordragen was in de dorpskerk stormde hij binnen en schoot zijn oude geliefde, Madame Michoud, neer.

Zijn proces vond plaats in december 1827, en een paar maanden later, op 23 februari 1828, werd hij op 25-jarige leeftijd geëxecuteerd.

Sociale, politieke en historische studie[bewerken]

Le Rouge et le Noir is tevens een historische roman, waarin Stendhal een beeld tracht te schetsen van de maatschappelijke context waarbinnen de Revolutie van 1830 plaatsvond. De sociale structuur van het Frankrijk van toen en de tegenstellingen tussen de hoofdstad en het platteland, de adel en de burgerij en tussen de jansenisten en de jezuïeten lopen als een rode draad doorheen het verhaal.

Een psychologische roman Volgens Nietzsche is Stendhal de laatste grote Franse psycholoog. Stendhal is een van de mooiste "toevalligheden" in mijn leven. Zo heb ik alles wat ooit een gedenkwaardige indruk op me heeft achtergelaten, door toeval ontdekt en niet op aanraden van een ander. Stendhal bezit een eigenschap van onschatbare waarde : een dubbel psychologisch inzicht, een werkelijkheidszin die zijn verwantschap met de grootste realist aller tijden verraadt (ex ungue Napaleonem ofwel aan de kaak kent men Napoleon), enfin, en hiervoor komt hem alle eer toe, een ongeveinsd atheïsme dat men in Frankrijk maar zelden tegenkomt, om niet te zeggen bijna nooit. (...) Misschien ben ik zelfs jaloers op Stendhal. Hij heeft de mooiste zin gestolen die ik als atheïst had kunnen bedenken: Het enige excuus voor God is dat Hij niet bestaat.

In Le Rouge et le Noir wordt Julien Sorel uitgebreid onder de loep genomen. Ambitie, liefde, verleden, alles wordt geanalyseerd. De lezer volgt met een groeiende interesse zijn kronkelige gedachtegang, die zijn handelen bepaalt. Mathilde de la Mole en Madame de Rênal moeten niet onderdoen. Hun even grote liefde voor Julien wordt belicht. Iedereen wordt door de pen van Stendhal tot in het kleinste detail beschreven.

Bewerkingen[bewerken]

Le Rouge et le Noir is verschillende keren bewerkt als bioscoop- en televisiefilm:

  • Le Rouge et le Noir (Il Corriere del re), Italiaanse film uit 1947 van Gennaro Righelli, met Rossano Brazzi, Valentina Cortese
  • Le Rouge et le Noir, Frans-Italiaanse film uit 1954 van Claude Autant-Lara, met Gérard Philipe, Danielle Darrieux, Antonella Lualdi, Jean Martinelli.
  • Le Rouge et le Noir (televisiefilm uit 1961), van Pierre Cardinal, met Robert Etcheverry, Michel Etcheverry, Micheline Presle, Marie Laforêt, Jean-Roger Caussimon
  • Le Rouge et le Noir, televisiefilm uitgebracht in 1998, van Jean-Daniel Verhaeghe met Carole Bouquet, Kim Rossi Stuart, Judith Godrèche, Claude Rich, Olivier Sitruk