Lebuïnus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De heilige Lebuïnus
Fresco van Sint-Lebuïnus
Fresco van Sint-Lebuïnus
Geboren  te Engeland
Gestorven omstreeks 773 te Deventer
Verering Rooms-katholieke Kerk
Schrijn Broederenkerk te Deventer
Naamdag 12 november
Lijst van christelijke heiligen
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Lebuïnus (ook Liafwin) was een Angelsaksische missionaris uit de achtste eeuw. Hij werd heilig verklaard. Zijn eigenlijke naam Liafwin werd door de Katholieke Kerk vertaald naar het Latijn. Lebuïnus betekent Lieve vriend. Hij is patroonheilige van Deventer.

Verblijf in de Lage Landen[bewerken]

Lebuïnus - geboren uit Angelsaksische ouders in Engeland - verbleef het grootste gedeelte van zijn leven in de Lage Landen. In 754 meldde hij zich bij de leider van de Utrechtse kerk, Gregorius van Utrecht. Deze gaf hem de opdracht om in het gebied van het huidige Gelderland en Overijssel de Saksen te kerstenen. Door de succesvolle prediking van bisschop Lebuïnus werd de heidense Saksische religie in het gebied door steeds meer inwoners verlaten voor het Christendom. Er kwam echter ook een heidense reactie op gang, en Lebuïnus' bekeringswerk werd door sommige Saksische leiders ongedaan gemaakt. Naar aanleiding van de vervolging, ging Lebuïnus naar de algemene vergadering van het ding te Markelo (Marclo, mogelijk op de Dingspelerberg) waar hij echter door een wonder aan de wraak van de Saksische leiders kon ontkomen.[1] Het is echter ook mogelijk, dat dit feit en het wonder zich afspeelden in een verdwenen nederzetting met dezelfde naam nabij Nienburg/Weser in Nedersaksen, Duitsland.

De vroegmiddeleeuwse heiligenlevens en geschiedwerken mogen niet worden gelezen als teksten waarin de auteurs historische feiten en gebeurtenissen vastlegden. De schrijvers van heiligenlevens hadden daartoe de intentie niet, zij wilden allereerst met hun 'biografie' de hoofdpersoon door verheerlijking een status geven waardoor hij of zij als heilige vereerd kon worden. Ook de twee heiligenlevens die het optreden van Lebuïnus in de Saksische Volksvergadering beschrijven, de anonieme Vita antiqua van omstreeks 850 en de Vita Lebuini die Hucbald (ook wel Hucbaldus genoemd) omstreeks 920 schreef, moeten met de nodige omzichtigheid worden geraadpleegd. Dat deze beide vitae geen weergave zijn van historische feiten, was in het historische onderzoek naar Lebuïnus vanaf het begin duidelijk. Zo laten zowel de anonieme auteur als Hucbaldus Lebuïnus in zijn toespraak tot de Saksische volksvergadering dingen zeggen die ten tijde van Lebuïnus nog niet waren gebeurd. De auteurs maakte gebruik van zijn kennis achteraf. Want als de Saksen niet zouden bekeren, zo dreigde Lebuïnus, dan staat in het buurland een koning klaar om jullie land binnen te trekken, te plunderen en te verwoesten en om jullie krachten in vele oorlogen uit te putten. Hij zal jullie in ballingschap leiden, je beroven van je erfdeel, je doden met het zwaard en jullie bezittingen geven aan wie hij wil, en naderhand zullen jullie zijn slaven zijn van zowel hem als van zijn opvolgers. Die dreigementen van Lebuïnus komen geheel overeen met hetgeen de Saksen overkwam in de oorlog die Karel de grote van 772 tot 804 tegen hen voerde. Hij was de koning die in het buurland klaarstond om de Saksen met veel geweld te kerstenen. Lebuïnus zou uiteindelijk niet meer zijn geweest dan een onbelangrijke, lokale evangelieprediker. Timerding (1929) kwalificeerde Lebuïnus expeditie naar Marklo als 'zweifellos sagenhaft, oder von dem verfasser frei erdichtet' Ongeveer even ver gaan de conclusies van Matthias Springer in zijn boek 'Die Sachsen' uit 2004. [2]

Als onderdeel van zijn activiteiten stichtte hij diverse kerken in het gebied, onder andere in Wilp (Wilpa) nabij Voorst, waar de Saksische bekeerde weduwe Averhilde hem bijstond in de oprichting van parochie en kerk. De heidense reactie van leidende Saksen vernietigde echter veel kerken tot aan de versterking van de Frankische heerschappij in latere decennia.
Hij overleed omstreeks 773 en werd begraven in een door hem gesticht kerkje in Deventer, later herbouwd door de heilige Ludgerus. Op de plaats van dit kerkje verrees in de elfde eeuw een kapittelkerk, die later uitgroeide tot de huidige, sinds 1591 protestantse, Grote of Lebuïnuskerk. Na de Reformatie werden de processies waarin zijn relieken werden rondgedragen verboden. Deze relieken bevinden zich thans in de voormalige Broederenkerk, tegenwoordig eveneens gewijd aan Lebuïnus.

Lebuïnuskelk

Iconografie[bewerken]

In de christelijke iconografie wordt Lebuïnus afgebeeld met een dalmatiek of een kazuifel. In zijn ene hand heeft hij een gouden kruis en in de andere een boek. Aan het kruis zit soms een vaantje.[3]

Voorwerpen en relieken[bewerken]

In Museum Catharijneconvent in Utrecht bevindt zich een kelk waarvan de legende vertelt dat deze aan Lebuïnus heeft toebehoord. Tegenwoordig wordt aangenomen dat dit onjuist is, omdat de kelk vervaardigd zou zijn in de negende eeuw in de paleisschool van Karel de Grote in Aken. Ook bevinden zich in het Catharijneconvent drie geweven relieken van Lebuïnus: een gedeelte uit de sierrand van een kazuifel en fragmenten van een albe en een cingel. Restanten van zijn stoffelijk overschot bevinden zich in de voormalige Broederenkerk te Deventer.

Door Lebuïnus gestichte kerken[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties

Referenties

  1. Heiligen.net Lebuïnus, Sint
  2. [D.Otten, Hoe god verscheen in Saksenland : pag. 53 en 54]
  3. Website OKKN

Bronnen

  • Dirk Otten, Lebuïnus, een gedreven missionaris, middeleeuwse studies en bronnen XCII (Hilversum 2006). ISBN 90-6550-914-3