Lech Wałęsa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lech Wałęsa Nobel prize medal.svg
Lech Wałęsa in 2009
Lech Wałęsa in 2009
President van Polen
Ambtstermijn 19901995
Voorganger Ryszard Kaczorowski (President in ballingschap) en Wojciech Jaruzelski in Polen
Opvolger Aleksander Kwaśniewski
Geboren 29 september 1943
Politieke partij Solidarność
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Lech Wałęsa en George H.W. Bush (Warschau, 1990).

Lech Wałęsa (Geluidsfragment uitspraak (info / uitleg) [ˈlɛx vaˈwɛ̃ŋsa]?) (Popowo, 29 september 1943) is een Pools politicus, oud-vakbondsleider, nobelprijswinnaar en ex-president.

Biografie[bewerken]

Wałęsa werd in volle oorlogstijd geboren in Popowo in Polen. Hij werkte lange tijd als elektromonteur op de Lenin-werf in Gdańsk. Hij richtte in het communistische Polen de onafhankelijke vakbond Solidarność (Pools voor solidariteit) op. In Polen bestond echter, net als in de Sovjet-Unie en andere communistische landen, geen vrijheid van organisatie van werknemers. De staat is immers al in handen van de arbeiders, de bedrijven ook, zo was de gedachtegang. Men kan toch niet tegen zichzelf staken? Wałęsa werd dan ook ontslagen na eerdere stakingen in 1976. Deze waren met grof geweld onderdrukt, waarbij doden waren gevallen. In 1980 koos het regime voor onderhandelingen.

Delegatieleiders waren premier Jagielski en Lech Wałęsa. Op 31 augustus sloten zij een historisch akkoord. Voor het eerst werd in een Oostblokland een onafhankelijk vakverbond erkend door de regering. Solidarność kreeg zelfs beperkte toegang tot radio en televisie.

In december 1981 riep de nieuwe premier generaal Jaruzelski de staat van beleg uit. Vooraanstaande leiders van het KOR en Solidariteit, onder wie Wałęsa, werden gearresteerd. Tot 12 november 1982 zat Lech Wałęsa gevangen. Toen hij vrijkwam, werd zijn vakverbond weer verboden. En ook na de opheffing van het oorlogsrecht in juli 1983 werd hij overal gevolgd door de geheime politie.

Wałęsa kreeg voor zijn vreedzame inzet voor de Poolse werkers in 1983 de Nobelprijs voor de Vrede. Zijn vrouw reisde naar Stockholm om de prijs in ontvangst te nemen. In 1989 ontving hij de Europese Mensenrechtenprijs van de Raad van Europa.

Na een nieuwe ronde van stakingen in 1988 werden Wałęsa en de zijnen door de regering uitgenodigd voor een rondetafelconferentie. Voorjaar 1989 kwam een akkoord tot stand dat tot een deling van de macht moest leiden. Bij te houden verkiezingen behielden de communistische partij en haar bondgenoten de meerderheid in de Sejm, het Poolse parlement. Maar er werd een vrij te kiezen senaat in het leven geroepen en in die senaat gingen alle zetels naar Solidarność.

In 1990 werd Wałęsa bij de eerste directe presidentsverkiezingen sinds de omwenteling gekozen tot president van Polen.

Na zijn verkiezing liet Wałęsa de president van de Poolse regering die sinds 1940 in ballingschap in Londen verbleef, Ryszard Kaczorowski, naar Warschau komen waar deze als het wettig Pools staatshoofd werd ontvangen. Ryszard Kaczorowski droeg de macht aan Lech Wałęsa over, premier Jaruzelski werd niet gevraagd om daarbij aanwezig te zijn. Zo distantieerde Polen zich van de regering die het na de oorlog door Moskou was opgedrongen. Als president herstelde Wałęsa een aantal symbolen van het Poolse presidentschap zoals dat voor 1940 had bestaan. De presidentiële garde kreeg de oude uniformen terug en Wałęsa gebruikte het oude wapen en het oude zegel.

Zijn ambtstermijn werd gekenmerkt door een succesvolle transitie van een centraal geleide economie naar markteconomie, volgens een plan van minister van financiën Leszek Balcerowicz en premier Tadeusz Mazowiecki. Polen was daardoor het eerste land van het voormalige Oostblok dat zijn negatieve economische groei omboog in een sterke positieve groei. Zijn enigszins onorthodoxe stijl als president en de problemen die deze omvorming van de Poolse economie met zich meebracht, waaronder een hoge werkloosheid, maakten Wałęsa echter weinig populair bij de meeste kiezers. Buitenlandse investeerders en de meeste macro-economen waren echter zeer te spreken over Wałęsa's economische politiek. Wałęsa (en Balcerowicz) hadden ook te kampen met tegenwerking van coalitiepartijen die geen hardere maatregelen wilden. Hij trachtte zich keer op keer te redden door het ontslaan van regeringen, waardoor Polen zeer instabiel werd.

Binnenslands was zijn populariteit tegen het eind van zijn termijn zo ver gedaald, dat hij de verkiezingen van 1995 verloor van de "postcommunist" Aleksander Kwaśniewski. In 2006 verliet hij Solidarność vanwege de steun die zijn oude bond gaf aan de nieuwe president Lech Kaczyński.

Voorganger:
Ryszard Kaczorowski (President in ballingschap) en Wojciech Jaruzelski in Polen
President van Polen
1990–1995
Opvolger:
Aleksander Kwaśniewski
Winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede

1901: Dunant, Passy · 1902: Ducommun, Gobat · 1903: Cremer · 1904: Institut de Droit International · 1905: Von Suttner · 1906: Roosevelt · 1907: Moneta, Renault · 1908: Arnoldson, Bajer · 1909: Beernaert, Balluet d'Estournelles de Constant · 1910: IPB · 1911: Asser, Fried · 1912: Root · 1913: La Fontaine · 1917: ICRC · 1919: Wilson · 1920: Bourgeois · 1921: Branting, Lange · 1922: Nansen · 1925: Chamberlain, Dawes · 1926: Briand, Stresemann · 1927: Buisson, Quidde · 1929: Kellogg · 1930: Söderblom · 1931: Addams, Butler · 1933: Angell · 1934: Henderson · 1935: Von Ossietzky · 1936: Lamas · 1937: Cecil · 1938: Office international Nansen pour les réfugiés · 1944: ICRC · 1945: Hull · 1946: Balch, Mott · 1947: Friends Service Council, American Friends Service Committee · 1949: Orr · 1950: Bunche · 1951: Jouhaux · 1952: Schweitzer · 1953: Marshall · 1954: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1957: Pearson · 1958: Pire · 1959: Noel-Baker · 1960: Luthuli · 1961: Hammarskjöld · 1962: Pauling · 1963: ICRC, IFRC · 1964: King · 1965: UNICEF · 1968: Cassin · 1969: Internationale Arbeidsorganisatie · 1970: Borlaug · 1971: Brandt · 1973: Kissinger, Lê Đức Thọ · 1974: MacBride, Satō · 1975: Sacharov · 1976: Williams, Corrigan · 1977: Amnesty International · 1978: Sadat, Begin · 1979: Moeder Teresa · 1980: Esquivel · 1981: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1982: Myrdal, Robles · 1983: Wałęsa · 1984: Tutu · 1985: IPPNW · 1986: Wiesel · 1987: Arias · 1988: VN-vredesmacht · 1989: Gyatso · 1990: Gorbatsjov · 1991: Suu Kyi · 1992: Menchú · 1993: Mandela, De Klerk · 1994: Arafat, Peres, Rabin · 1995: Rotblat, Pugwash Conferences on Science and World Affairs · 1996: Ximenes Belo, Ramos-Horta · 1997: ICBL, Williams · 1998: Hume, Trimble · 1999: AzG · 2000: Dae-jung · 2001: VN, Annan · 2002: Carter · 2003: Ebadi · 2004: Maathai · 2005: IAEA, El-Baradei · 2006: Grameen Bank, Yunus · 2007: Gore, IPCC · 2008: Ahtisaari · 2009: Obama · 2010: Liu · 2011: Johnson Sirleaf, Gbowee, Karman · 2012: Europese Unie · 2013: OPCW · 2014: Satyarthi, Yousafzai