Leermiddel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Een leermiddel of didactisch middel is ieder middel dat in een formele lessituatie wordt gebruikt om de leerling of student kennis en vaardigheden bij te brengen. Dit kan variëren van de meest basale hulpmiddelen tot zeer geavanceerde materialen.

Inhoud

[bewerken] De basissituatie

De meest eenvoudige leersituatie is die van de mondelinge kennisoverdracht: de onderwijzer of leraar vertelt aan de leerlingen datgene wat zij geacht worden vervolgens te weten. Daarbij is het in feite de leraar zelf, met zijn stem en gebaren, die het leermiddel vormt. Deze belangrijke rol heeft hij overigens ook in meer gecompliceerde leersituaties niet verloren. Een variant, bedoeld om het gehoorde beter te onthouden, is de herhaling van het gehoorde, of de beantwoording van vragen; vaak in collectief verband, en in de middeleeuwen, maar ook tegenwoordig nog toegepast.

[bewerken] Concrete leermiddelen

Concrete leermiddelen doen hun intrede met de vijftiende-eeuwse abecedaria of abc-boekjes. Zij zijn van het type A is aan aapje, waarbij de opeenvolgende zinnen steeds met een volgende letter van het alfabet beginnen, en op elkaar rijmen. Dit laatste vormt een krachtige steun voor het onthouden van het gelezene. De vroege abc-boekjes werden gekenmerkt door teksten met een moraliserend karakter: leesonderwijs werd aldus gecombineerd met opvoeding.
Een veel latere variant is het leesplankje uit de negentiende eeuw, in Nederland ingevoerd naar Duits voorbeeld. Plaatjes waren voorzien van benamingen, en met losse letters konden de scholieren de woorden zelf vormen. Een aangepaste versie van dit leesplankje is het bekende Aap-noot-mies, ontwikkeld in combinatie met een serie leesboekjes.

Het schrijfonderwijs maakte in eerste instantie gebruik van lei en griffel: goedkope leermiddelen, doordat het geschrevene met een natte spons kon worden uitgewist, zodat voortdurend hergebruik plaatsvond. Ondertussen gebruikte de schoolmeester ter instructie van zowel lees- als schrijfonderwijs de leermiddelen schoolbord en schoolkrijt.

Uit het hoofd leren was ook een beproefd leermiddel bij het rekenonderwijs. Te denken valt aan het automatisch leren opdreunen van de tafels van vermenigvuldiging; een effectieve methode, aangezien goed rekenen zonder zulke automatisch parate kennis niet goed mogelijk was. Maar in de middeleeuwen nam dit memoriseren veel ruimer vormen aan. Een standaardwerk over wiskunde presenteerde de meer gevorderde leerlingen de stellingen van Euclides in hun kale vorm, zonder uitleg of bewerking.
Speciale studieboeken bestonden overigens vaak niet: naarmate de leerling of student vorderde, werd van hem meer en meer de lectuur verwacht van geleerde werken.

[bewerken] Moderne leermiddelen

Door nieuwe didactisch-pedagogische inzichten, maar ook door verbeterde productiemethoden, hebben de moderne leermiddelen een bijzonder grote ontwikkeling doorgemaakt. Die ontwikkeling laat zich ten dele kenschetsen als visualisatie en participatie.

[bewerken] Visualisatie

Het schoolbord evolueerde aanvankelijk zonder zijn wezenlijke karakter te verliezen. Het contrast zwart (bord) met wit (krijt) werd als fel ervaren, en allengs deden in de twintigste eeuw groene schoolborden hun intrede. Inmiddels was aan dat schoolbord wel een nieuw leermiddel toegevoegd: de viltfiguur, die tijdelijk op een speciaal geprepareerd gedeelte (vaak de omklapbare achterkant) kon worden aangebracht, en zo een verhaal illustreerde. Varianten als de flipover deden hun intrede, maar brachten geen wezenlijke verandering: nog steeds werd de leerling frontaal geconfronteerd met een geschreven tekst.
De visualisatie en de participatie namen toe toen audiovisuele media hun intrede deden. Dia's werden vertoond, van tijd tot tijd kregen de leerlingen een educatieve film te zien. Maar belangrijker was de komst van de schooltelevisie, die in een sterk visueel georiënteerd tijdperk een geduchte concurrent werd van het schoolboek.
De mondelinge uitleg van de docent krijgt inmiddels concurrentie van een ander visueel middel, de powerpointpresentatie.

[bewerken] Participatie

In de negentiende en twintigste eeuw had het schoolboek zich ontwikkeld van een moeilijk toegankelijk, ogenschijnlijk voor volwassenen geschreven boekwerk, tot een scholierenboek met tekeningen, zwart-witfoto's en vragen en opdrachten. In de tweede helft van de twintigste eeuw werd de concurrentie van de bovengenoemde audiovisuele middelen steeds sterker, en de leerboeken moesten zich ontwikkelen. Het werden complete leerpakketten. Een theorieboek ging vergezeld van een werkboek, vierkleurendruk werd een noodzaak, en vaak werden nog andere materialen bijgeleverd (audiocassettes, software). Deze noodzaak tot concurrentie bracht een even noodzakelijke prijsverhoging van de leermiddelen met zich mee.

Participatie door de leerlingen was vanouds het prominentst aanwezig in het practicum. Het begrip heeft een concrete en een meer abstracte betekenis. Concreet is het een opstelling of lokaalinrichting waarin de leerlingen of studenten proeven of praktisch werk verrichten: scheikundige experimenten, natuurkundeproeven of het bekijken van biologiepreparaten door een microscoop. In meer abstracte zin duidt het woord practicum op die activiteiten zelf.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam daar het talenpracticum bij: met koptelefoon en taalmateriaal leerden de studenten nu, beter en efficiënter dan in andere leeropstellingen mogelijk was, vreemde talen verstaan en spreken.

Een vorm die het midden hield tussen leermethode en leermiddel was het projectonderwijs, een aan het begin van de twintigste eeuw ontwikkelde onderwijsvorm, die in de jaren zestig van die eeuw werd herontdekt, en overigens uiteenlopende subvormen kent. Kenmerkend is dat leerlingen, vaak in groepsverband, semi-zelfstandig aan een afgeronde taak werken met concreet resultaat.

[bewerken] Modellen

In een andere categorie vallen de modellen die als leermiddelen worden ingezet. De bovengenoemde viltfiguren zijn een tweedimensionaal voorbeeld. Daarnaast kunnen modellen nog een veelheid van verschijnselen aanschouwelijk maken:

  • een globe brengt de aarde in "kaart"
  • bij de biologieles wordt een (kunststof of papieren) skelet getoond, dan wel een plastic model van de menselijke romp, met uitneembare organen
  • molecuulmodellen, tot dat van de dubbele helix toe, maken structuur en samenstelling van fysische en chemische stoffen inzichtelijk.

Overigens kunnen modellen en audiovisuele media in één leermiddel samengaan, bijvoorbeeld wanneer een proces door animatie aanschouwelijk wordt gemaakt.

[bewerken] Externe links

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken