Leghorn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Toom witte Leghorns

De Leghorn is een oorspronkelijk Italiaans kippenras.

Geschiedenis[bewerken]

De Leghorn werd al aan het begin van onze jaartelling door de Romeinse schrijvers Marcus Terentius Varro Reatinus en Columella beschreven. Rond 1835 werden deze patrijskleurige hoenders via de havenstad Livorno in Italië naar Amerika verscheept en werden daar Leghorns genoemd. Leghorn is de Engelse naam voor Livorno. Later zijn er nog diverse importen van witte hoenders uit Italië in Amerika aangekomen. Deze hoenders zijn in Amerika sterk verbeterd tot een specifiek legras.

Deze Amerikaanse Leghorns zijn bijzonder sierlijk van vorm en hebben een grote rijk bevederde goed gespreide staartpartij. De kamstructuur is gladder dan men over het algemeen bij hoenders aantreft terwijl ook de kamhiel vrij lang is en recht naar achteren steekt. Verder zijn gele poten en een omvallende kam bij de hen typische kenmerken van de Leghorn. Leghorns leggen witte eieren van ca. 55 gram.

Aan het eind van de 19e eeuw kwamen tijdens de landbouwcrisis veel Leghorns, dankzij hun goede leg, terug naar Europa en veel landen gingen op hun eigen manier deze dieren verbeteren. Zo ontstonden verschillende typen, allen met een minder royale staart en zonder de typische kamvorm en structuur. Ook is de kam per land groter tot veel groter. De Engelse Leghorns zijn wat groter en zwaarder, hebben een veel grotere kam en een duidelijk kleine en geknepen staart. De Deense Leghorns zijn wat kleiner en hebben een steile staartdracht. De Duitse Leghorns waren wat langer van lichaam en hadden een duidelijk lagere staartdracht en worden daar Italiener genoemd. De Nederlandse Leghorns benaderen de Amerikaanse Leghorns nog het meest maar hebben een vlakkere ruglijn en een wat kleinere en minder gespreide staartpartij. Tegenwoordig zijn de meeste Leghorns in Duitsland iets plomper van bouw en worden daar Italiener genoemd.

Leghornkrielen[bewerken]

Krielen bestaan al heel lang, volgens Androverdi waren ze er al volop in de 16e eeuw, dus moeten ze nog veel eerder zijn ontstaan. Hoe ze zijn ontstaan is niet bekend. Mogelijk zijn ze door mutatie of selectie destijds ontstaan.

De eerste poging om Leghornkrielen te fokken is in Engeland is al rond 1800 door dhr. Jones gedaan. Dit is niet gelukt. De oorzaak is waarschijnlijk dat getracht is krielen te maken in de moeilijke kleurslag buff. Vanaf begin 1900 kon men op Duitse tentoonstellingen af en toe patrijs Leghornkrielen zien die onder de naam Zwerg-Italiener(Leghornkriel) ingeschreven werden. Dat waren echter kleine landhoenkrielen die niets gemeen hadden met Leghornkrielen, behalve de veerkleur, maar omdat in die tijd Leghorns meestal in de patrijskleur gefokt werden, benoemden leken deze kleine bruine krielen al gauw als Leghornkrielen. Op de Berlijnse pluimveeshow in 1919 stelde een fokker uit Thuringer echte patrijs Leghornkrielen (Duits type) tentoon van beide geslachten. Deze krielen waren echte Leghornkrielen op basis van type en kopversierselen. De Duitse Leghornkrielen hebben dezelfde wijziging in fokrichting gevolgd, die de grote naamgenoten sindsdien hebben ondergaan. Geleidelijk werden ze ook omgevormd tot een bijzonder slank, gestrekt hoen met lage staartdracht.

In Nederland werd door dhr. A. Hoogendijk uit Vlaardingen rond 1923, na zijn succes met de creatie van Hollandse witkuifkrielen, de fok van witte Leghornkrielen gestart. Binnen enkele jaren had hij al heel wat bereikt. Hij zou voor zijn creatie in hoofdzaak grote witte Leghorns en witte Oud Engelse vechtkrielen gebruikt hebben. In Amerika zijn de Amerikaanse Leghornkrielen rond 1930 ontstaan. Er wordt beweerd dat de gebroeders Schilling, die rond 1910 de beste Leghornfokkers waren in Amerika, omstreeks 1930 zijn begonnen met de creatie van de krielen. Eerst de witten door het inkruisen van witte Phoenix- en Yokohamakrielen. Dat is bijzonder goed gelukt. Het duurde natuurlijk wel heel wat jaartjes van selecteren, maar formaat, contouren, kopversierselen en de staarten waren toen dan ook uitmuntend.

Raskenmerken[bewerken]

In Nederland zijn door de Nederlandse Kleindierenbond "Kleindier Liefhebbers Nederland" drie verschillende typen Leghorn erkend: de Amerikaanse, Nederlandse en de Engelse Leghorns. Alle types hebben gele benen, witte oren en meestal een enkele kam die bij de hen naar één kant omvalt. Ook zijn ze met rozekam erkend. In 2006 heeft ook Italië een rasbeschrijving (Standaard) gemaakt van de oorspronkelijke Italiaanse hoenders op basis van oude Italiaanse beschrijvingen en de oude benaming: Livorno.

De Engelse en Amerikaanse Leghorns zijn in Nederland alleen erkend in de kleur wit maar komen in de landen van oorsprong in veel meer kleurslagen voor. De Nederlandse Leghorns zijn in Nederland erkend in wit, zwart, blauw, rood, witbont (exchequer), buff, gestreept, patrijs, zilverpatrijs, roodgeschouderd zilverpatrijs, geelpatrijs, bruinpatrijs, blauwpatrijs, koekoekpatrijs, isabelpatrijs, witpatrijs, patrijs goudflitter, zilverflitter, porselein en wit zwartcolumbia.

Ook in kriel zijn deze 3 typen erkend. De Nederlandse Leghornkrielen zijn erkend in wit, zwart, blauw, rood, witbont (exchequer), buff, gestreept, patrijs, zilverpatrijs, roodgeschouderd zilverpatrijs, geelpatrijs, bruinpatrijs, blauwpatrijs, koekoekpatrijs, koekoekzilverpatrijs, witpatrijs, patrijs goudflitter, zilverpatrijs zilverflitter, blauwpatrijs goudflitter, porselein, buff zwartcolumbia en wit zwartcolumbia. De Engelse Leghornkrielen zijn erkend in wit en zwart en de Amerikaanse in wit en buff.

De Leghorn is puur voor de productie gefokt. Dat het daarnaast ook een bijzonder fraai ras is, was mooi meegenomen zodat je ook heel regelmatig grote aantallen Leghorns op tentoonstellingen zag en nog steeds ziet. Eind jaren dertig van de vorige eeuw bestond 75-80% van onze productiepluimveestapel uit witte Leghorns. Vanaf begin vijftiger jaren kwamen steeds meer tweerassenkruisingen voor en daarna de hybriden die uiteindelijk de paar productierassen die er nog waren verdrongen hebben. Nu wordt de Leghorn alleen nog door liefhebbers gehouden die het ras in stand houden. De meeste fokkers zijn verenigd in de Nederlandse Leghornclub.

Etymologie[bewerken]

De leghorn heet, zoals gezegd, naar de stad Livorno. Met de uitstekende eierproductie heeft de naam dus niets te maken. Soms wordt, door onbegrip over de herkomst van de naam, 'leghoen' gezegd.

Externe links[bewerken]