Lekenabt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een lekenabt of commanderijabt was de beschermheer, maar niet het leidinggevende hoofd van een abdij. Hij ontving de inkomsten, maar had niet de dagelijkse leiding en had met de spirituele discipline niets van doen. De geestelijke leiding van het klooster was voornamelijk in handen van een monnik van het betreffende klooster. Dit was de abt of prior. De lekenabt woonde meestal niet in de abdij. Commanderijen waren vaak vestigingen van kruisridderorden.

Commanderij in het canonieke recht[bewerken]

In het canoniek recht was de commanderij een vorm van fiduciaire overdracht van kerkelijke prebenden of beneficiën (kerkelijke inkomsten) aan een derde persoon. Deze persoon was de houder van de beneficiën in commendams. De oorsprong ligt in de vroege middeleeuwen, toen in tijden van politieke onrust de kerkelijke goederen op deze wijze veilig werden gesteld tot de orde was hersteld.

Oorsprong[bewerken]

De term in commendams werd oorspronkelijk toegepast bij de tijdelijke bezit van een kerkelijke prebende omdat er geen overgangsregeling was voor ambtsdragers. Met als een logische tegenhanger de term in titulum wanneer de prebende was toegewezen op de juiste en absolute voorwaarde. Ambrosius van Milaan († 397) vermeldde in een brief al het overdragen van een kerk in commendams tijdens zijn tijd als bisschop: "Commendo tibi, Fili, Ecclesiam quae est ad Forum Cornelii ... ordinetur Donec ei episcopus" (epistel II). Het derde Concillie van Orléans in het jaar 538 gaf het recht aan de bisschoppen om eigendomsgoederen in commendams te geven. Dit was een duidelijk stellingname tegen de in Frankische gebieden gebruikelijke gewoonte van de instelling van de eigenkerken. Paus Gregorius de Grote († 604) gaf kerken en kloosters in commendams aan bisschoppen die als gevolg van militaire operaties uit hun bisdommen waren verdreven en aan bisschoppen wier bisdommen niet rijk genoeg waren om de leiding van hun bisdommen te onderhouden.

Leken[bewerken]

In de tijd van de Merovingen en Karolingen in het Frankische Rijk werden ook abdijen aan leken beleend, met als gevolg dat de kloosters hun inkomsten verloren en zij ontvingen hiervoor geen compensatie. Dit gebruik heeft zich voor het eerst voorgedaan tijdens het bewind van Karel Martel. De kerk heeft dit gebruik wel eens waar sterk bestreden maar door de politieke macht en afhankelijkheid van de toenmalige landsheren had de kerk echter geen andere keus dan om deze praktijk maar te accepteren. Toen 1122 de investituurstrijd in het voordeel van de kerk werd beslecht, werd de gewoonte van benoemingen van leken in commendams afgeschaft.

Bekende voorbeelden van lekenabten in de 10e eeuw zijn:

Afloop[bewerken]

Vanaf 14e eeuw kwamen beneficiën in grote aantallen in de handen van de individuele kardinalen, waarbij de belening niet langer werd beperkt in de tijd, maar kan ook worden gedaan voor het leven. Dit was het gevolg van een tussen paus Leo X en koning Frans I van Frankrijk van Frankrijk 1515 tot 1521 gesloten overeenkomst. Hierbij de koning van Frankrijk het recht kreeg om 225 abbés commendataires benoemen (voor bijna alle Franse abdijen). Met de Frans Revolutie in Frankrijk en na de secularisering in Duitsland is, in de praktijk, de toekenning van deze titel aan het begin van de 19e eeuw uitgedoofd.

Bekende kardinalen, die gelijktijdig commendarijabten waren zijn Kardinaal de Richelieu en Kardinaal Mazarin; onder hen viel onder meer de Abdij van Cluny.

In de Rooms-katholieke Kerk heeft de paus nog steeds het recht om beneficiën in commendams sinecures te geven, maar hij maakt hiervan alleen gebruik bij kardinalen die in Rome wonen. In de Anglicaanse Kerk, werd de procedure in 1836 afgeschaft.

Al spreekt het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal van commanderij, de Nederlandse Johanniters houden vast aan de spelling 'commenderij'.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Literatuur
  • Erich Meuthen, Voor de late middeleeuwen Kommendenwesen, uitgever L. Kery, D. Lohrmann, H. Muller Sammelwerk Licet solitum Preter. Ludwig Falkenstein zum 65 Verjaardag stad Aken jaar 1998pages 241–264
  • Ulrich Stutz, Geschiedenis van de Kerk Benefizialwesens vanaf het begin naar de tijd van Alexander III, Aalen, 1961
  • Franz-Josef Felten, Abten en Laienäbte in Gallië, studies over de relatie tussen staat en kerk in de vroege Middeleeuwen, Stuttgart, 1980 (Monografieën over de geschiedenis van de Middeleeuwen ..., ed.. Door Karl Bosl, Volume 20