Lengtegraad
De lengtegraad is de hoek tussen het meridiaanvlak van Greenwich en het meridiaanvlak van het meetpunt. Het is samen met de breedtegraad een geografische positieaanduiding in bolcoördinaten. Voor de coördinaten op aarde varieert de lengtegraad van 0° tot 180°, met de toevoeging O.L. (oosterlengte, ten oosten van de nulmeridiaan, op het oostelijk halfrond) of W.L. (westerlengte, ten westen van de nulmeridiaan, op het westelijk halfrond). Wanneer een teken wordt toegekend, wordt oosterlengte als een positieve waarde en westerlengte als een negatieve waarde weergegeven.
Een lengtecirkel of meridiaan is de lijn die alle punten verbindt met dezelfde geografische lengte. Alle lengtecirkels zijn even lang en lopen als halve grootcirkels tussen de polen. De afstand tussen de lengtecirkels varieert sterk met de geografische breedte: op de evenaar is de afstand tussen twee lengtecirkels met een verschil van één graad ongeveer 111 km. Op de polen is deze afstand gelijk aan nul. De afstand op de evenaar tussen twee lengtecirkels die 1 boogminuut (1/60°) van elkaar liggen is één zeemijl:
- 1 NM (Zeemijl, Engels: Nautical Mile, afgekort NM) = 40.000 km / (360 graden x 60 minuten) = 1,852 km.
Inhoud |
Nulmeridiaan [bewerken]
De keuze van de nulmeridiaan door Greenwich als referentiemeridiaan voor de geografische lengte is volstrekt (geografisch) willekeurig. Op deze plaats ligt wel het voormalige Koninklijke Observatorium waar onderzoek werd gedaan naar sterrenkaarten die als hulpmiddel moesten dienen ter bepaling van de lengtegraad. Engeland ambieerde een sterke zeemacht, en zonder lengtegraadbepaling zou het voor de scheepvaart onmogelijk zijn een plaatsbepaling te maken.
In Nederland heeft men de Westertoren te Amsterdam vroeger als referentie gebruikt.
Tegenwoordig heeft de meridiaan door de Onze Lieve Vrouwetoren in Amersfoort een speciale betekenis: de spits van de toren is het kadastrale referentiepunt voor het Nederlandse stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, en deze meridiaan valt exact samen met de noord-zuid as van dit kadastrale coördinatenstelsel.
Een andere speciale meridiaan is de Internationale datumgrens of de 180° meridiaan.
Lengtebepaling [bewerken]
Afhankelijk van de lengtegraad staan zon en sterren en andere hemellichamen op een ander moment op hun hoogste punt aan de hemel. Dit verschil in zonnetijd of sterrentijd tussen twee plaatsen kan worden berekend: er zijn 360 lengtegraden, een dag duurt ongeveer 24 uur of 1440 minuten, dus één graad verschil is 1440 minuten / 360 graden = 4 minuten.
Bij de navigatie op zee kan de lengtecirkel worden bepaald door te kijken op welk moment de zon op zijn hoogste punt of in het zuiden staat. Een nauwkeurige klok is dan wel noodzakelijk. Wanneer de zon 1 uur later dan in Greenwich in het zuiden staat betekent dat 60 minuten / 4 minuten per graad = 15 graden westerlengte. De indeling in tijdzones wordt ook bepaald door de geografische lengte. Een tijdzone van een uur komt overeen met een lengteverschil van 15°. Lokaal kan hier van worden afgeweken.
Op andere hemellichamen wordt, net als bij meetkundige bolcoördinaten, in één richting gemeten, waardoor de toevoeging of een teken overbodig is en de lengte van 0° tot 360° loopt. Bij de positie van sterren spreekt men over rechte klimming met als referentiepunt het lentepunt.
Standaardtijd in België [bewerken]
In België treft men in verschillende steden meridiaanlijnen aan. Op 22 februari 1836 verscheen een Koninklijk Besluit dat de aanleg ervan regelde. De aanleg gebeurde onder de leiding van Adolphe Quételet. De meridiaanlijnen dienden om de ware tijd te bepalen. Door de tijdsvereffening toe te passen, kwam men op de middelbare tijd voor de plaatselijke meridiaan, de lokale middelbare tijd. Met de lengte in tijd kon men dan de lokale middelbare tijd van Brussel berekenen en daarop het uurwerk afstellen. Die tijd gold toen als standaardtijd voor het hele grondgebied van België. Een uniforme tijd was immers nodig om de uurroosters voor de treinen op te stellen. Die reden in België sinds 2 mei 1835.
Van die meridiaanlijnen zijn er nog te zien in Aalst, Antwerpen, Brugge, Brussel, Dendermonde, Gent en Lier. In Antwerpen ligt de meridiaanlijn in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, in Brussel in de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele. Zij liggen er in de vorm van een koperen strip in de vloer. Daarop valt 's middags een lichtvlek omdat de zon dan door een oculus in een glasraam valt. Dat is ook het geval in de Sint-Martinuskerk in Aalst en in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Dendermonde. Op de markt te Brugge is een meridiaan gevisualiseerd (restauratie 1997) met behulp van bronzen reuzespijkers in het marktplein. Op deze meridiaanlijn valt 's middags de schaduw van een koperen bol die boven op het dak staat van het zogenaamde "Huis Bouchoute" dat dateert van 1480. Ook in Lier ligt de meridiaanlijn op de Grote Markt, hier in de vorm van witte kasseien, waarop 's middags de schaduw valt van de hoek van het stadhuis. In Gent ligt de meridiaanlijn in de aula van de universiteit.
Ook nadien, toe ze niet meer nodig waren om de Brusselse tijd af te leiden, werden nog meridiaanlijnen aangelegd. In de kerk van Wiemesmeer (Zutendaal) valt het zonlicht 's middags door een sleuf in de muur en op merktekens in de vloer. In het Zonnewijzerpark in Genk valt het zonlicht 's middags door de spleet tussen twee blokken graniet en verder op een meridiaanlijn, waar afhankelijk van de datum, een schaduw valt op merktekens voor de nationale feestdag van 12 Europese landen. In de kruidentuin van de Abdij van Herkenrode in Hasselt loopt een meridiaanlijn 90 meter over een tuinpad en is er een analemmatische zonnewijzer op aangebracht. In Sint-Truiden valt de schaduw van de paal met het beeld van Sint-Trudo 's middags op een meridiaanlijn die de paal met de abdijtoren verbindt. In Herk-de-Stad valt de schaduw van het perroen 's middags op een meridiaanlijn.