Gewone lensgalwesp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Lensgalwesp)
Ga naar: navigatie, zoeken
Gewone lensgalwesp
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Hymenoptera (Vliesvleugeligen)
Familie: Cynipidae
Geslacht: Neuroterus
Soort
Neuroterus quercusbaccarum
(Linnaeus, 1758)
Originele combinatie
Cynips quercusbaccarum
Onderkant eikenblad met vrouwelijke lensgal op zomereik
Onderkant eikenblad met vrouwelijke lensgal op zomereik
Afbeeldingen Gewone lensgalwesp op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De gewone lensgalwesp (Neuroterus quercusbaccarum) is een wespensoort uit de familie galwespen (Cynipidae).

Synoniemen[bewerken]

  • Cynips baccarumquercum Fourcroy, 1785
  • Cynips pedunculiquercus Fourcroy, 1785
  • Diplolepis lenticularis Olivier, 1791
  • Cynips longipennis Fabricius, 1793
  • Diplolepis gallaelenticulatae Anthoine, 1794
  • Neuroterus malpighii Hartig, 1840
  • Spathegaster interruptor Hartig, 1841
  • Cynips interruptrix Hartig, 1841
  • Cynips baccarum Blanchard, 1849
  • Diplolepis pedunculi Duméril, 1860
  • Neuroterus striatus Schenck, 1863
  • Neuroterus attenuatus Schenck, 1863
  • Spathegaster giraudi Tschek, 1869
  • Neuroterus histrio Kieffer, 1901
  • Neuroterus hispanicus Tavares, 1916
  • Neuroterus intermedius Tavares, 1916

Uiterlijk[bewerken]

De wesp zelf is zeer klein en veel mensen hebben er nog nooit één gezien, de door de wesp geproduceerde gallen echter zijn wel massaal op de onderkant van de bladeren van de zomereik te zien, vooral in de herfst, vaak is de grond ermee bezaaid. De gallen zien er uit als gelige platronde bolletjes, oudere gallen worden rood van kleur.

Levenswijze[bewerken]

Net als veel eiken galwespen heeft de soort een agame en een sexuele generatie. De platronde bolletjes bevatten alleen larven van de vrouwelijke lensgalwespen, die in de bolletjes overwinteren. De gallen laten eerder los van het blad dan dat het blad van de boom valt, gallen die aan het blad blijven zitten komen niet uit en verdrogen. De larven ontwikkelen zich verder in de op de grond gevallen gallen. In mei komen, van deze inmiddels uitgekomen wespen, zogenaamde besgalletjes voor. Zowel op de jonge bladeren als op de bloemsteeltjes van de zomereik. In deze galletjes kunnen zowel vrouwelijke als mannelijke galwespjes zitten.

Afbeeldingen[bewerken]