Leo Adriaenssen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Leonardus Franciscus Wilhelmus (Leo) Adriaenssen (Amsterdam, 1945) is een Nederlandse historicus. Hij studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en werkte daarna als docent Nederlandse filosofie, maatschappijleer en didactiek. Vanaf 1979 wijdde hij zich fulltime aan woningnood, discriminatie en vluchtelingen. Hij publiceerde over racisme, vluchtelingenbeleid en historische onderwerpen.

[bewerken] Promotie

Leo Adriaenssen promoveerde op 26 oktober 2007 aan de Universiteit van Tilburg. Centraal in de promotie staat de wording van de Nederlandse staat aan de Spaanse kroon. Dit ging in de 16e en 17e eeuw gepaard met oorlogsgeweld onder leiding van Willem van Oranje, Maurits van Nassau en de Staten-Generaal. Leo Adriaenssen onderzocht in zijn proefschrift hoe de plattelandsbevolking in de Meierij van 's-Hertogenbosch dat geweld onderging.

Hij concludeert dat de Opstand geen glorieuze bevrijdingsstrijd was, maar een misdadige oorlog. De plattelandsbevolking van de Meierij van 's-Hertogenbosch werd tussen 1572 en 1629 geteisterd door veel oorlogsgeweld. Zij was geen partij in de oorlog, maar zat klem tussen de Republikeinse Staten, het koninkrijk van Spanje en het bestuur van de stad 's-Hertogenbosch.

Leo Adriaenssen onderzocht welke fysieke, politieke, economische en andere middelen de bevolking hanteerde om het geweld te overleven tot de bevrijding van de Spaanse overheersing in 1629 bij het Beleg van 's-Hertogenbosch. Militair-technologische vernieuwingen, professionalisering, fiscalisering en bureaucratisering van de strijd betekenden dat de bevolking zich nauwelijks kon verweren. Ieder verzet werd volgens Adriaenssen beantwoord met gijzeling, brandstichting, marteling en roof. Andere opties voor de boeren waren recht zoeken, om genade smeken, betalen en vertrekken. Het recht werd echter met voeten getreden, de bevolking was te arm om te betalen en vluchten was een allerlaatste optie: boeren konden hun bedrijf niet meenemen en slechts ver onder de waarde verkopen. Omdat smeken en betalen de enige strohalmen waren, organiseerde de bevolking zich. Er werden regionale assemblees en dorpskassen opgericht om de oorlogsschade enigszins te pareren. Beide instanties werden later echter door de staat gebruikt om de bevolking te onderwerpen en belasting te heffen. Toch hielpen ze volgens Adriaenssen een totale maatschappelijke ontwrichting voorkomen.

De bevolking van de meierij moest de bevrijdingsoorlog tegen Spanje niettemin betalen met een demografisch verlies van bijna 70 procent. Volgens Adriaenssen was er sprake van een uithongeringspolitiek, waarbij Staatse troepen stelselmatig oogsten verwoestten, landerijen onder water zetten en dorpen verbrandden. Willem de Zwijger was een van de initiatiefnemers van dit beleid en zijn zoons Maurits en Frederik Hendrik van Oranje waren als bevelhebbers mede verantwoordelijk. Gezien de mate van geweld waaraan de bevolking werd blootgesteld, en omdat de plattelandsbevolking van de meierij in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Hollandse kooplieden weinig belangen had bij de nieuwe staat, was de Tachtigjarige Oorlog volgens Adriaenssen niet te rechtvaardigen.

De conclusies van Adriaenssen hebben geleid tot veel discussie in de media. Het beeld van Willem van Oranje als 'bevrijder des vaderland' kent blijkbaar ook een keerzijde. In een interview in de Telegraaf zegt Adriaenssen hierover: "Het heldhaftige beeld van de bevrijdingsstrijd dat nu bestaat, is absoluut niet representatief. Willem van Oranje maakte met zijn tactiek van de verschroeide aarde zich schuldig aan oorlogsmisdaden tegen zijn eigen bevolking."

[bewerken] Bibliografie

  • Staatsvormend geweld. Overleven aan de frontlinies in de meierij van Den Bosch, 1572-1629, ISBN 978-90-70641-82-5
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren