Leo Africanus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johannes Leo Africanus
De reisverhalenschrijver Richard Hakluyt gaf de impuls voor het verschijnen van deze Engelse vertaling in 1600. Het inspireerde William Shakespeare. voor zijn Othello.

Leo Africanus of voluit Johannes Leo Africanus (ca. 1494 - ca. 1554?) en oorspronkelijk حسن ابن محمد الوزان الفاسي of al-Hasan ibn Mohammed al-Wazzan al-Zayyati al-Gharnati of al-Hasan ibn Mohammed al-Fasi was een Moors diplomaat. Hij groeide op in Marokko en kwam na een ontvoering door zeerovers aan het hof van paus Leo X terecht. Hij is vooral bekend door zijn Descrittione dell’Africa.

Biografie[bewerken]

Het meeste wat bekend is van zijn leven komt van autobiografische notities uit zijn eigen werk. Leo Africanus werd in 1494 geboren te Granada. Zijn familie verhuisde vlak na zijn geboorte naar Fez. In Fez studeerde hij aan de al-Karaouine Universiteit. Als jonge man vergezelde hij zijn oom in een diplomatieke missie door de Maghreb. Deze missie reikte tot Timboektoe. In 1517 toen hij terugkeerde van een diplomatieke missie uit Constantinopel namens de Sultan van Fez Muhammed II deed hij Rosetta aan tijdens de Ottomaanse verovering van Egypte. Hij reisde verder naar Caïro, Aswan over de Rode Zee naar Arabië. Hier deed hij waarschijnlijk mee aan een Bedevaart naar Mekka. Op zijn weg terug naar Tunis in 1518 werd hij gevangen genomen door zeerovers. Hij werd meegenomen naar Rome en aanvankelijk opgesloten in de Engelenburcht, maar toen zijn ontvoerders realiseerden wat voor waarde hij vertegenwoordigde werd hij gepresenteerd aan paus Leo X. Leo Africanus werd gedoopt in de Sint-Pietersbasiliek. Het is waarschijnlijk dat hij werd verwelkomd in het pauselijke hof omdat paus Leo X vreesde dat Ottomaanse troepen Sicilië en Zuid-Italië zouden binnenvallen en de collaborateur kon op deze manier nuttige informatie geven over Noord-Afrika.

Leo Africanus verliet een tijd later Rome en bracht de drie of vier daaropvolgende jaren reizend door Italië door. Tijdens zijn verblijf in Bologna schreef hij een Arabisch-Hebreeuws-Latijns medisch woordenboek, waarvan alleen het Arabische stuk bekend is. Dit manuscript ligt bewaard in het Escorial bibliotheek te Spanje, en is een van de weinige bronnen die verwijzen naar zijn volledige Arabische naam.[1] Hij keerde in 1526 terug naar Rome en genoot bescherming van paus Clemens VII. Naar verluidt completeerde hij zijn manuscript over Afrikaanse geografie in dat jaar. Het werk werd in 1550 gepubliceerd in het Italiaans met de titel Della descrittione dell’Africa et delle cose notabili che iui sono, per Giovan Lioni Africano door de uitgever Giovanni Battista Ramusio. De Latijnse versie dat veel fouten bevatte werd als bron gebruikt voor de Engelse vertalingen.

Het is onwaarschijnlijk dat Leo Africanus al de plaatsen die hij beschreef heeft bezocht en daarmee moet hij vertrouwd hebben op informatie van andere reizigers. Weinig is bekend over het latere leven van Leo Africanus. Hij was de daaropvolgende drie eeuwen een van de meest gerespecteerde bronnen voor politieke en geografische informatie van de Barbaarse kust, tot door de Europese exploratie en expansie van het Afrikaanse continent zijn werk verouderde.[1]

Rome[bewerken]

In Rome werd hij vermoedelijk onder dwang katholiek. Toen paus Adrianus VI Leo X opvolgde, zwierf Leo Africanus enkele jaren door Italië. Na de verkiezing van Clemens VII tot paus, keerde hij terug naar Rome en voltooide er op 10 maart 1526 zijn Della descrittione dell' Afrika et delle cose notabili che iui sono. Na de plundering van Rome in 1527 trok hij terug naar Noord-Afrika.

Publicatie[bewerken]

In 1550 verscheen zijn werk als een onderdeel van een reeks reisverhalen en aardrijkskundige literatuur. In Antwerpen verschenen vanaf 1556 Latijnse en Franse vertalingen. In het werk beschreef hij onder meer een methode om kamelen te doen dansen; het volstond om een jong dier regelmatig op een hete vloer te plaatsen en een tamboerijn te rinkelen. De pijn doet de kameel afwisselend steunen van de ene poot op de andere. Na het leerproces zorgt de associatie met de tamboerijn ervoor dat de kameel hetzelfde gedrag stelt zonder de hete ondergrond en 'op bevel' danst. Het principe van de klassieke conditionering werd eeuwenlang voor de hond van Pavlov gebruikt.

Trivia[bewerken]

William Butler Yeats zou tijdens een seance op 9 mei 1912 de geest van Africanus oproepen.

Bibliografie[bewerken]

  1. a b http://www.leoafricanus.com/pictures/bibliography/Masonen/Masonen.pdf