Leo Major

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Leo Major

Leo Major (1921 - Montreal, 12 oktober 2008) was een Canadese korporaal in het Régiment de la Chaudière in de Tweede Wereldoorlog.

In de nacht van 13 april 1945, nam hij een voortrekkersrol in de bevrijding van Zwolle waar hij vrijwel zelfstandig verantwoordelijk was voor de terugtrekking van de Duitse oppositie. Voor deze acties kreeg hij zijn eerste Distinguished Conduct Medal. Hij ontving zijn tweede DCM tijdens de Koreaanse Oorlog voor een leidende rol in de verovering van een belangrijke heuvel.

Bevrijding van Zwolle[bewerken]

De boerderij van de familie Van Gerner

Begin april naderde het Régiment de la Chaudière Zwolle, waar nog veel Duits verzet aanwezig was. De commandant vroeg om twee vrijwilligers voor een verkenningsmissie om de Duitse aanwezigheid in kaart te brengen, voor de stad met artillerie beschoten zou worden. Major en zijn vriend Willie Arsenault meldden aan zich voor de missie. Om de stad heelhuids in handen te krijgen, besloten ze om te proberen om met hun tweeën de stad in handen te krijgen. Dit ondanks dat hun missie slechts het in kaart brengen van de Duitse troepen en het in contact komen met het Nederlandse verzet inhield.

Over de Heinoseweg gingen ze te voet richting Zwolle. Onderweg klopten ze aan bij de boerderij van de familie Van Gerner, waar ze om de weg vroegen. Rond middernacht werd Arsenault gedood door Duits vuur, waarschijnlijk omdat hij met een geluid hun positie had weggegeven. De woedende Major doodde twee Duitsers; de rest van de groep wist met een voertuig te ontkomen. Major besloot daarop zijn missie alleen voort te zetten.

Hij kwam het centrum van de stad binnen via de Sassenpoort en stuitte daar op een Duitse officiersauto. Hij besloop de wagen en nam de chauffeur gevangen, die hem naar een café leidde waar een Duitse officier wat aan het drinken was. Het bleek dat ze in het Frans konden spreken, aangezien de officier uit de Elzas kwam. Major vertelde hem dat de Canadese artillerie om 6 uur 's ochtends zou beginnen met beschietingen, wat zou leiden tot grote aantallen slachtoffers, onder zowel Duitsers als burgers. Als teken dat hij ter goeder trouw was, gaf Major de Duitser zijn wapen terug.

Vervolgens trok Major door de stad, terwijl hij zo veel mogelijk met zijn machinegeweer schoot en granaten wierp. Zo wilde hij de Duitsers misleiden en niet duidelijk maken dat hij alleen handelde. Tijdens zijn tocht die nacht nam hij ongeveer tien keer groepjes Duitsers gevangen van acht tot tien man. Die escorteerde hij dan de stad uit, om ze vervolgens over te dragen aan zijn regiment dat aan de rand van de stad stond te wachten. Telkens ging hij weer alleen terug naar de stad om zijn aanval voort te zetten. Tijdens die nacht brak hij vier keer in burgerwoningen in om tot rust te komen.

Uiteindelijk vond hij het hoofdkwartier van de Gestapo en stak het in brand. Later stuitte hij ook op het hoofdkwartier van de SS, waar hij in een kortstondig, maar dodelijk vuurgevecht waar hij vier van de acht officieren wist te doden; de andere helft sloeg op de vlucht. Hij kwam erachter dat de officiers zich verkleed hadden als verzetsleden. Het Zwolse verzet was dus geïnfiltreerd door de nazi's - of zou dat nog gaan worden.

Rond half vijf 's ochtends werd het voor de uitgeputte Major duidelijk dat de Duitsers zich hadden teruggetrokken en dat Zwolle bevrijd was. Ook was er contact gelegd met het verzet. Op straat kwam hij vier verzetsleden tegen die hij vertelde dat de stad vrij was van Duitse soldaten. Later die ochtend kwam Major er achter dat de Duitsers westwaarts richting de IJssel waren gevlucht en dat de geplande beschietingen door de Canadezen van de baan was. Zijn regiment kon de stad verder zonder slag of stoot innemen.

Major bracht het lichaam van Arsenault naar de boerderij van Van Gerner, waar versterkingen van zijn regiment het later ophaalden. Rond negen uur 's ochtends meldde hij zich weer terug bij het regimentskamp.

Leo Majorlaan in Zwolle. Een stuk van de Zuidbroeklaan kreeg in 2009 die naam. Major was Zwolle via deze route binnengetrokken.

Ereburgerschap[bewerken]

Op 14 april 2005, exact 60 jaar na de bevrijding van Zwolle, werd Leo Major ereburger van de stad.

Overlijden[bewerken]

Leo Major overleed in Montréal op 12 oktober 2008, na 57 jaar huwelijk met Pauline De Croiselle. Hij liet vier kinderen en vijf kleinkinderen achter en is begraven op de Last Post Fund National Field of Honour in Pointe-Claire, Quebec.

Externe links[bewerken]