Leo Polak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
1rightarrow blue.svg Voor de prijs vernoemd naar Leo Polak, zie Leo Polak Scriptieprijs

Leo Polak (Steenwijk, 6 januari 1880Sachsenhausen, 9 december 1941) was een Nederlands filosoof, rechtsgeleerde en een bekende vrijdenker.

Loopbaan[bewerken]

Polak studeerde aan de Universiteit van Amsterdam, slaagde in 1903 cum laude voor het doctoraalexamen rechtsgeleerdheid en promoveerde in 1921 op het proefschrift De zin der vergelding. Aanvankelijk was hij privaatdocent in de kennistheorie. Hij trouwde in 1917 met Henriette Antoinette Schwarz (1893-1974), een van de erfgenamen van de essencefabriek Polak & Schwarz. Zij kregen drie dochters. Polak was een oom van de uitgever Johan Polak. In 1925 werd Leo Polak buitengewoon hoogleraar aan de universiteit van Leiden in de wijsbegeerte en het recht. In 1928 werd hij benoemd tot gewoon hoogleraar in de wijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit Groningen, als opvolger van Gerard Heymans. Hij zou dit tot zijn dood blijven. Na 1910 werd hij actief in de vrijdenkerij voor de Vrijdenkersvereeniging De Dageraad (zijn eerste artikel dateert uit 1913). Hij gaf in 1931, 1932 en 1933 onder meer radiolezingen over diverse onderwerpen voor de Vrijdenkers Radio Omroepvereeniging (VRO) en hij was een vooraanstaand medewerker en adviseur van de vrijdenkersvereniging De Dageraad, maar voor zover bekend, geen lid. Wel was hij voorzitter van de Nederlandse Atheïstenbond. Polak was tevens actief als raadslid voor de Volksuniversiteit in Groningen.

Levenseinde en geestelijke erfenis[bewerken]

Polak was een van de vroege slachtoffers van de Holocaust. In november 1940 werd hij als hoogleraar van Joodse afkomst op non-actief gesteld. In februari 1941 werd hij gearresteerd. Hij was verraden door de toenmalige rector magnificus van de Groninger universiteit, de fervente pro-nazi Kapteyn. In een brief waarin Polak bezwaar maakte tegen zijn schorsing had hij de Duitse bezetter 'de vijand' genoemd. Kapteyn liet deze brief lezen aan de Duitse autoriteiten. Polak werd in mei 1941 op transport gesteld naar kamp Sachsenhausen. Naar verschillende getuigenissen toonde hij grote geestkracht: hij gaf er zelfs nog college en hield tot op het laatst een dagboek bij. Op 9 december 1941 overleed hij, daags na een darmbreukoperatie, door fysieke uitputting bij het sjouwen van stenen.

Zijn tweede dochter Henriëtte jr. ('Jetteke') (geboren te Amsterdam op 11 oktober 1921) nam ook deel aan het verzet. Zij werd in 1941 op straat in Groningen opgepakt en eerst naar Ravensbrück en vervolgens naar Auschwitz gedeporteerd, waar zij op 11 november 1942 stierf. Henriette sr. en de twee andere kinderen, Bettina (geboren te Amsterdam, 23 maart 1919) en Annie ('Ans') (geboren te Amsterdam, 21 mei 1924), verlieten Groningen, kwamen in Nederlandse kampen terecht, doken onder en overleefden de oorlog. Henriette sr. verwierf na de oorlog vermaardheid als mecenas. Zij wordt wel de moeder van het Humanistisch Verbond genoemd. Ook behoorde zij onder meer tot de stichters van het humanistische A.H. Gerhardhuis in Amsterdam Slotermeer, dat zorg droeg voor de huisvesting van buitenkerkelijke bejaarden, het Rosa Spier Huis in Laren en het naar haar genoemde Museum Henriette Polak in Zutphen. In 1972 stichtte zij ter ere van haar man het Leo Polakhuis in Amsterdam-Osdorp.

De Stichting Bijzondere Leerstoel Leo Polak is sinds 2012 in onderhandeling met de Rijksuniversiteit Groningen om daar de Leo Polak-vrijdenkersleerstoel te vestigen.

Bibliografie[bewerken]

Bronnen[bewerken]