Léon Degrelle
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Léon Joseph Marie Ignace Degrelle (Bouillon, 15 juni 1906 – Málaga (Spanje), 31 maart 1994) was een Belgisch fascistisch politicus.
Inhoud |
[bewerken] Levensloop
Degrelle werd geboren in een typisch (rooms-katholiek) middenklassengezin als zoon van een bierbrouwer. Hij studeerde rechten in Namen en Leuven en werkte voor de kleine katholieke uitgeverij Christus Rex die onder andere het gelijknamige blad Rex, uitgaf. In 1934 richtte hij zijn eigen uitgeverij Les Éditions de Rex op. Sinds 1934 streefde Degrelle naar een reorganisatie van de Katholieke Partij naar een militanter katholicisme met vooral vele nationalistische trekken. Teleurgesteld over het uitblijven van hervormingen en na een mislukte poging om tijdens een vergadering van de nationale partijleiders te Kortrijk leider van de Katholieke partij te worden, stapte hij begin 1935 uit deze partij.
[bewerken] Rex en het rexisme
Vervolgens richtte hij in 1936 met geestverwanten de autoritaire en naar het fascisme neigende Rex op. De naam was geïnspireerd op het blad Rex van de gelijknamige uitgeverij. Rex ageerde tegen de invloed van de grote bedrijven op de politiek, maar ook tegen het partijenstelsel en de corruptie. Hij dweepte openlijk met het fascisme in Italië en beschouwde Mussolini als zijn grote voorbeeld.
Aanvankelijk was Rex zeer populair onder Waalse katholieke studenten. Nog in 1936 kwam Rex onder de - later door het Vlaams Blok overgenomen - slogan Groote Kuisch op bij de verkiezingen en behaalde 21 Kamerzetels en 12 Senaatszetels bij de verkiezingen. In Vlaanderen kwam Rex op onder de naam Rex-Vlaanderen en behaalde 72.000 stemmen (7%). Door die score gaf Degrelle aan Rex een federale structuur.
De door Degrelle uitgelokte tussentijdse verkiezingen van 1937 liepen uit op een nederlaag. Alle andere partijen -op het VNV na- schoven Paul Van Zeeland naar voor als kandidaat. Deze verwierf 76% der stemmen, Degrelle zelf slechts 19%. In 1939 behaalde Rex nog maar vier zetels in de Kamer der Volksvertegenwoordigers en 1 zetel in de Senaat. Als politieke macht was Rex toen definitief verslagen.
Rex-Vlaanderen ging op 15 oktober 1940 op in de Eenheidsbeweging-VNV.
[bewerken] Collaboratie
Van 29 april tot 3 mei 1933 bezocht Degrelle Berlijn, enkele maanden na de machtsovername door Hitler. Op 27 juli 1936 bezocht hij Benito Mussolini. Tussen augustus 1936 en mei 1937 ontving REX een maandelijkse toelage van 250.000 lire. Op 26 september 1936 ontmoette Léon Degrelle Adolf Hitler in persoon en ontving hij 100.000 rijksmarken.
Na de Duitse inval van 10 mei 1940 besloot de Belgische regering om de als staatsgevaarlijk beschouwde Degrelle te deporteren naar Frankrijk. Op 18 juli kwam hij vrij en op 30 juli 1940 keerde hij naar België terug. Op 25 augustus 1940 verscheen met toestemming van de Duitse bezetter zijn dagblad Le Pays Réel opnieuw. Het katholieke element verdween snel uit de partij en werd vervangen door meer en meer kritiek op de Kerk die de nieuwe orde niet zou ondersteunen, en vooral door racistische theorieën en een openlijke verbintenis met nationaalsocialisme en daaraan verbonden principes.
Het Militaire Bestuur te België wou dat Degrelle enkel in Wallonië actief bleef en behield Brussel en Vlaanderen voor het VNV (later opzij geschoven voor DeVlag).
Op 5 januari 1941 beklemtoonde Degrelle op een bijeenkomst "de ideologische gemeenschap van het Rexisme en het nationaal-socialisme", en verheerlijkte hij Adolf Hitler als "de meest buitengewone man van onze tijd...dit genie... Heil Hitler!". Hierdoor besloot de Belgische regering in ballingschap om na de oorlog lidmaatschap van Rex strafbaar te stellen met ingang van januari 1941. In juli 1941 wees de Führer het verzoek van Degrelle om hem dienst te laten nemen bij de Waffen-SS of het Duitse leger af.
Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie (operatie Barbarossa) keerde de wind echter voor het Derde Rijk en kreeg Degrelle de toestemming om het Légion Wallonie op te richten, dat als onderdeel van de Duitse Wehrmacht aan het Oostfront streed. Op 8 augustus 1941 vertrok Degrelle zelf als gewone soldaat naar het Oostfront. Degrelle werd gepromoveerd tot luitenant en onderscheiden met het IJzeren Kruis.
Vanaf 17 januari 1943 lag volgens Degrelle de toekomst van Wallonië in het Groot-Germaanse Rijk. Hiermee steeg hij in achting bij Adolf Hitler die zou hebben gezegd: "als ik een zoon zou hebben, zou ik willen dat hij op Degrelle leek."
Per 1 juni 1943 werd het Waals Legioen onder de Waffen-SS geplaatst.
In de zomer van 1943 wordt Léon Degrelle door de Rooms-Katholieke Kerk van België geëxcommuniceerd verklaard, nadat hij bij een Requiemmis voor een overleden vriend aanwezig was in vol SS-uniform. In 1940 had de Belgische bisschoppenconferentie het dragen van uniformen in de kerk uitdrukkelijk verboden. Toen Degrelle door de deken op zijn uniform werd aangesproken en fel terecht werd gewezen, verloor Degrelle zijn zelfbeheersing en sloeg de priester hard neer. Hierbij liep hij naar opvatting van het kerkelijk recht automatisch de excommunicatie op.
Op 30 januari 1944 wordt Degrelle tot SS-Hauptsturmführer (kapitein) benoemd.
Zijn eerder a-politieke broer, Édouard Degrelle, werd op 10 juli 1944 tijdens een bezoek aan een drogisterij door het verzet vermoord door meerdere schoten in hoofd en borst, in het bijzijn van zijn kleine kinderen en vele omstanders.
De aalmoezenier van de Légion Wallonie heeft voor een mogelijk dodelijke frontinzet met verlof in de biecht de vroegere excommunicatiestraf vergeven aan Degrelle. In 1944 raakt Degrelle zeer zwaar gewond aan het Oostfront bij Tsjerkasy in de Oekraïne.
Léon Degrelle kreeg het Ritterkreuz uit handen van Adolf Hitler persoonlijk en werd tegelijkertijd bevorderd tot SS-Oberstürmbannführer (luitenant-kolonel).
Tijdens het Ardennenoffensief streed het Waalse Legioen mee met de Duitsers tegen de geallieerden. Op 9 januari 1945 trokken de Duitse troepen zich definitief terug uit België en op 30 maart 1945 werd Rex als politieke beweging officieel ontbonden.
Gedurende de oorlog heeft Degrelle zich - ondanks de theoretische gelijkschakeling met de NSDAP en de rassenideologie - in zijn persoonlijke praktijk en gedrag nooit werkelijk bediend van het radicale antisemitisme en zeker niet van racisme tegenover de bezette volkeren, wel van samenzweringstheorieën en generaliserende opmerkingen tegen "joodse invloeden". Aan het Oostfront is door Spanjaarden van de Blauwe Divisie en Degrelle zelf bevestigd dat de Rex-leider voor de gewone Russische en Oekraïense boeren en burgers sympathieën had, wat door de radicaal-racistische Duitse SS-leiding niet altijd gewaardeerd werd. Zo zou Degrelle te veel "verbroedering" hebben gezocht met de Slavische Oekraïeners en daarbij Orthodoxe en Grieks-katholieke kerkdiensten hebben bezocht.
In maart 1945 vocht Degrelle met zijn Sturmbrigade in Pommeren tegen het Rode Leger, waarbij zijn eenheid zich verdienstelijk maakte door fanatiek verzet te bieden en daardoor Duitse vluchtelingen uit Oost-Pruisen, Danzig en de provincie Pommeren zelf de mogelijkheid te geven te worden geëvacueerd door de Kriegsmarine. Na harde gevechten nabij Stettin en in Mecklenburg viel de Waalse eenheid echter rond 30 april nabij Lübeck uiteen.
Degrelle werd in de laatste weken van de oorlog gepromoveerd tot Generaal maar ontving de promotie nooit persoonlijk.
[bewerken] Na de Tweede Wereldoorlog
In april 1945 wist Degrelle via Noorwegen - nog in handen van de Duitse krijgsmacht - met een militair vliegtuig naar het Spanje van generaal Franco te vluchten waar hij gedurende een halve eeuw gastvrijheid genoot. Tijdens de vlucht stortte hij in de Spaanse Pyreneeën neer vanwege brandstoftekort. Hij herstelt van zijn ernstige verwondingen en wordt door de Falange in Spanje ondersteund door hem een nieuwe Spaanse identiteit te geven. De Belgische regering veroordeelde hem bij verstek ter dood. In 1964 werd het recht tot uitvoering van de doodstraf met tien jaar verlengd. Ondanks deze maatregelen gaan er geruchten dat Degrelle het waagde België met grote regelmaat te bezoeken.
In 1979 schreef hij een openbare brief naar de paus waarin hij de Holocaust als een Joods verzinsel en complot omschreef. Volgens Degrelle waren de Holocaust en het cijfer van zes miljoen joodse slachtoffers "één grote leugen, Heilige Vader". Het Vaticaan stelde zich negatief op jegens Degrelles beweringen in diens brieven. Voor de uitspraak waarin hij de Holocaust ontkent, werd Degrelle in 1986 gerechtelijk vervolgd door een Joodse vrouw die haar familie had verloren in de oorlog. Hij werd tot een hoge geldboete veroordeeld die aan de Joodse vrouw en joodse lobbyorganisaties overgemaakt diende te worden.
Op 11 juli 1992 had Léon Degrelle een onderhoud met Koen Dillen, huidig Euro-parlementariër voor het Vlaams Belang, aan wie hij een gesigneerde foto van zichzelf met Adolf Hitler gaf. Filip Dewinter bezit eveneens een door Degrelle gesigneerde foto.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links en bronnen
- Léon Degrelle in zijn eigen woorden. YouTube. 1/21. Documentaire BRT.
- Léon Degrelle en REX. De collaboratie in Waalse handen. Bron: Verzet i.s.m. Anti-Fascistische Aktie
- Léon Degrelle op Go2War2.nl

