Leopold III van België

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Leopold III
1901-1983
Princess Astrid engaged in 1926.jpg
Koning der Belgen
Periode 1934-1951
Voorganger Albert I
Opvolger Boudewijn
Vader Albert I
Moeder Elisabeth in Beieren
Dynastie Saksen-Coburg en Gotha & België
Coat of Arms of the King of the Belgians (1921).svg
Wapen als koning van België

Leopold Filips Karel Albert Meinrad Hubertus Maria Miguel (Brussel, 3 november 1901 - Sint-Lambrechts-Woluwe, 25 september 1983) regeerde als koning der Belgen van 1934 tot 1951, toen hij troonsafstand deed ten gunste van de kroonprins, zijn oudste zoon Boudewijn.

Leopold III werd geboren in Brussel als prins Leopold van België, prins van Saksen-Coburg en Gotha en besteeg de troon op 17 februari 1934 na de dood van zijn vader, koning Albert I van België.

Hij werd benoemd tot de 1154e ridder van de Orde van het Gulden Vlies in Spanje in 1923, het 355e grootkruis van de Orde van de Toren en het Zwaard in 1927 en de 833e ridder van de Orde van de Kousenband in 1935.

Biografie[bewerken]

Geboorte en jeugd[bewerken]

Leopold werd geboren in het Paleis van Assche in de Wetenschapsstraat (Leopoldswijk), waar thans de Raad van State is gevestigd.[1] Bij zijn doopsel was zijn grootoom, koning Leopold II, peter. In 1909 werd hij troonopvolger en kreeg hij de titel hertog van Brabant. De jonge Leopold kreeg al snel een militaire opleiding. In 1925 ging hij op studiereis in Congo.[2]

Eerste huwelijk[bewerken]

Nadat een jaar lang het gerucht ging dat Leopold zich met de Italiaanse prinses Mafalda zou verloven[3], trouwde hij op 4 november 1926 in Stockholm met de Zweedse prinses Astrid. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren:

Koning[bewerken]

Koninklijk monogram van koning Leopold III.

Leopold werd op 23 februari 1934 beëdigd nadat koning Albert I op 17 februari in Marche-les-Dames het leven liet bij een rotsbeklimming. Op 29 augustus 1935 raakte hij als chauffeur gewond bij het verkeersongeval in het Zwitserse Küssnacht, waarbij zijn vrouw Astrid omkwam.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Prins Leopold en zijn vader

Onder invloed van de Duitse herbewapening liet België de bondgenootschappen uit de Eerste Wereldoorlog los en ging een neutrale koers volgen. Nazi-Duitsland erkende, na het opzeggen van het Verdrag van Locarno, de Belgische en Nederlandse neutraliteit. Leopold bracht ook snelle verbetering in de koele betrekkingen met de noorderbuur. Samen met koningin Wilhelmina nam hij in 1938 en 1939 enkele initiatieven met de bedoeling de vrede in Europa te bewaren.

In mei 1940, bij de inval van België door nazi-Duitsland, stond Leopold erop om persoonlijk het opperbevel over het Belgische leger te voeren. Zijn functie als staatshoofd vond hij hieraan ondergeschikt. Omdat hij weigerde naar het buitenland te vluchten, kwam het tot een breuk met de regering van Hubert Pierlot. Dit gegeven vormde de kiem van de latere Koningskwestie. Het laatste en dramatische gesprek tussen de koning en zijn ministers vond plaats in Wijnendale op 25 mei. Na de capitulatie op 28 mei 1940 werd hij krijgsgevangen genomen door de Duitsers. De ministerraad ontnam hem op 28 mei 1940 zijn bevoegdheden, op basis van artikel 82 van de Grondwet: de koning "verkeerde in de onmogelijkheid om te regeren". Na de nederlaag in de Slag om Frankrijk werd Leopold III door de toenmalige Franse premier Paul Reynaud als zondebok gepresenteerd om zijn eigen fouten te maskeren. De koning had zogenaamd eigenmachtig zijn leger te vroeg laten capituleren en daardoor zijn bondgenoten in de steek gelaten. Een koning kon door het republikeinse Frankrijk verantwoordelijk gesteld worden voor het eigen falen. Kort na de gebeurtenissen kwam aan het licht dat Leopold de Britten en de Fransen wel degelijk had ingelicht over zijn voornemen. Hij achtte de capitulatie onvermijdelijk om een grote slachting onder de Belgische soldaten te vermijden. Een groot deel van de Belgen volgde hem in die gedachtegang en rond zijn persoon ontstond een ware cultus.

Leopold verbleef gedurende de Tweede Wereldoorlog in België. Officieel onthield hij zich van elke politieke daad. Maar kort na de capitulatie ondernam hij een poging om eigenhandig een regering te vormen. Toen dat juridisch niet mogelijk leek probeerde hij toch nog politieke invloed uit te oefenen via zijn naaste medewerkers en via de hem trouw volgende Belgische ambassadeur in Bern, graaf D'Ursel. Zo trachtte hij o.a. de Belgische ministers in ballingschap te verhinderen om de strijd voort te zetten aan de zijde van de Engelsen. Op 19 november 1940 reisde hij naar Berchtesgaden voor een onderhoud met Adolf Hitler, op zijn verzoek georganiseerd door zijn zuster Marie José. Daarin pleitte hij voor behoud van de Belgische onafhankelijkheid in een door Duitsland gedomineerd Europa. Het gesprek had geen enkel resultaat.

In januari 1944 schreef hij een "politiek testament", dat gepubliceerd moest worden in het geval hij niet in België zou zijn als de geallieerde troepen het land zouden bevrijden (zelf schreef hij "bezetten".) In het testament eiste hij excuses van de regering in ballingschap voor de gebeurtenissen van 1940 en verwierp hij de verdragen die zij in Londen gesloten had. Dit zette hernieuwd kwaad bloed, zowel bij de regering als bij de geallieerden.

Geheime dochter[bewerken]

Tussen zijn eerste en tweede huwelijk had Leopold twee minnaressen: Francesca Erik[4] en Liselotte Landbeck. Samen met Liselotte Landbeck kreeg hij in 1940 in Antwerpen een dochter, Ingeborg Verdun. Er zou nog gewag gemaakt worden van twee bastaardzonen, nl. graaf Michel Didisheim die tussen 1962 en 1986 kabinetschef was van de toenmalige prins Albert en een zoon die geboren werd in de periode 1954-1955, maar daar is geen bevestiging van.

Tweede huwelijk[bewerken]

Kardinaal Van Roey

Op 6 december 1941 trouwde koning Leopold met de op dat ogenblik reeds van hem zwangere Lilian Baels, dochter van oud-gouverneur van West-Vlaanderen Hendrik Baels. Het burgerlijk huwelijk werd op 7 december via een kerkelijke brief van kardinaal Van Roey bekendgemaakt. Daarin maakte deze ook melding van hun kerkelijk huwelijk dat reeds op 11 september door hem zou ingezegend zijn.

De geboorte, zeven maanden later, van hun zoon Alexander op 18 juli 1942 maakte de reden van het burgerlijk huwelijk en het kerkelijk huwelijk dat er drie maand aan vooraf ging (wat ook in strijd is met de grondwet[5]) voor iedereen duidelijk.

Dit huwelijk, dat slecht onthaald werd bij de onder de bezetting lijdende bevolking (zeker na de bekendmaking van de geboorte) zou de koning ook parten spelen bij de afwikkeling van de Koningskwestie na de oorlog. Lilian is sindsdien nooit geaccepteerd geweest; in de ogen van de meeste Belgen bezoedelde zij de erfenis van Astrid. Ook andere monarchieën stonden niet echt te wachten op een burgermeisje.

Vlak voor het einde van de bezetting van België in juli 1944 werd de koninklijke familie door de Duitsers gedeporteerd, eerst naar Hirschstein in Saksen, later naar Strobl (Oostenrijk).

Koningskwestie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Koningskwestie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Zijn breuk met de regering tijdens de Duitse inval in mei 1940 en daaropvolgend zijn houding tijdens de bezetting zouden de aanleiding vormen tot de Koningskwestie die zich na zijn bevrijding uit krijgsgevangenschap in mei 1945 nog vijf jaar lang zou voortslepen.

Na hun bevrijding door de geallieerden in 1945 verhuisde de koninklijke familie naar Zwitserland. In België had de uit Londen teruggekeerde regering ondertussen prins-regent Karel (graaf van Vlaanderen, en broer van Leopold) aangesteld als tijdelijk staatshoofd. Terwijl regeringen elkaar vijf jaar lang in snel tempo opvolgden zonder tot een akkoord te komen over de toekomstige rol van Leopold III, organiseerde eerste minister Gaston Eyskens ter oplossing van de Koningskwestie in 1950 een referendum over de eventuele terugkeer en het aanblijven van Leopold als Koning der Belgen. 57,68% stemde voor terugkeer, in Vlaanderen was de meerderheid overweldigend met 72%, in Wallonië en Brussel echter was meer dan de helft tegen terugkeer.

Op 20 juli 1950 stelde het parlement het einde vast van de onmogelijkheid tot regeren van Leopold III. Dit betekende het einde van het regentschap, en twee dagen later landde de koning in België, met de bedoeling zijn koninklijke functies weer op te nemen. Dit leidde bijna tot een burgeroorlog.

Daarop besloot Leopold III, na zware politieke druk van regeringswege en in de onmogelijkheid om iemand te vinden die een nieuwe regering wilde vormen die hem zou ondersteunen, de macht over te dragen aan zijn oudste zoon Boudewijn en op termijn af te treden en het koningschap aan zijn zoon te laten. Met de wet van 10 augustus 1950 werd de "koninklijke prins" Boudewijn tot plaatsvervanger van zijn vader aangesteld, en op 11 augustus legde hij de eed af. Tijdens deze plechtigheid werd de kreet 'Vive la république' geroepen, waarvoor algemeen de communist Julien Lahaut verantwoordelijk werd geacht. Een jaar later, op 16 juli 1951 tekende Leopold zijn troonsafstand, en de volgende dag werd Boudewijn beëdigd als vijfde koning der Belgen. Hij was daarmee de eerste Belgische vorst die abdiceerde. Zijn tweede zoon Albert II deed ditzelfde in 2013.

Na het koningschap[bewerken]

Koning Leopold III (1963)

Leopold III en prinses Lilian zouden na zijn aftreden nog blijven wonen op het Kasteel van Laken en pas na het huwelijk van Boudewijn met Fabiola in december 1960 verhuizen naar het domein Argenteuil te Waterloo. Enkel tijdens de begrafenis van koningin Elisabeth in 1965 zouden ze nog samen te zien zijn.

Ook postuum bleef Leopold III voor controverse zorgen door de publicatie in 2001, in opdracht van prinses Lilian, van "Leopold III, kroongetuige" met als ondertitel "over de grote gebeurtenissen tijdens mijn koningschap". In dit boek bleef hij, op basis van zijn weergave van de feiten, zijn toenmalige houding en visie verdedigen, tegen de historische kritiek in.

Koning Leopold en prinses Lilian van Retie kregen na de oorlog nog twee dochters

Leopold kreeg een staatsbegrafenis en ligt begraven in een praalgraf in de Koninklijke Crypte, tussen koningin Astrid en Lilian, prinses van Retie. Koning Boudewijn liet - op verzoek van zijn vader - het lichaam van zijn moeder en vader opgraven en de kelder vergroten zodat ook Lilian er na haar overlijden in 2002 bijgezet kon worden.

Bronnen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Jan Velaers & Herman van Goethem - Leopold III: de koning, het land, de oorlog - 1994, Tielt, Lannoo, 1152 blz., ISBN 90-209-2387-0