Leptorhynchos (dinosauriër)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Leptorhynchos
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Superorde: Dinosauria (Dinosauriërs)
Orde: Saurischia
Onderorde: Theropoda
Familie: Caenagnathidae
Onderfamilie: Caenagnathinae
Geslacht
Leptorhynchos
Longrich et al., 2013
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Dinosauriërs

Leptorhynchos is een geslacht van theropode dinosauriërs, behorend tot de Maniraptora, dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika.

In 2013 hernoemden Nicholas Longrich, Ken Barnes, Scott Clark en Larry Millar Chirostenotes elegans in een apart geslacht Leptorhynchos. De combinatio nova is aldus Leptorhynchos elegans. De geslachtsnaam is afgeleid van het Oudgriekse λεπτός, leptos, "slank", en ῥύγχος, rhynchos, "snuit", een verwijzing naar de nauwe schedelpunt. De naam werd niet gelatiniseerd omdat Leptorhynchus een jonger synoniem is van een andere dinosauriër, de huidige bandsteltkluut. Overigens was ook Leptorhynchos al een bestaande naam, maar van een composiet, en dierennamen mogen synoniemen zijn van plantennamen.

De reden van de hernoeming van de in Canada gevonden soort lag in een vondst in Texas. Daar waren in de Agujaformatie resten gevonden die nu benoemd werden als een tweede soort van Leptorhynchos: Leptorhynchos gaddisi. De soortaanduiding eert het gezin Gaddis.

Een probleem bij de oorspronkelijke publicatie was dat niet expliciet een typesoort was vastgesteld, zoals tegenwoordig verplicht is om tot een geldige geslachtsnaam te komen. Nadat hier door paleoillustrator Jaime Hadden in een blog op gewezen was, werd in een latere publicatie uit 2013 de keuze gemaakt tussen Ornithomimus elegans, de oorspronkelijke naam van C. elegans, en Leptorhynchos gaddisi. Het werd Leptorhynchos gaddisi.

Het holotype van Leptorhynchos elegans is ROM 781, een linkermiddenvoet, waaraan de schacht van het derde middenvoetsbeen ontbreekt. Het geheel moet een kleine twintig centimeter lang geweest zijn.

Het holotype van Leptorhynchos gaddisi is TMM 45920-1. Het betreft een tot een mandibula samengegroeid stel dentaria, voorste onderkaken, gevonden bij Terlingua in Brewster County, Texas. Het fossiel heeft een lengte van ongeveer vijf centimeter wat wijst op een lichaamslengte van ongeveer één meter.

In het verleden hebben onderzoekers Chirostenotes elegans als identiek gezien aan Chirostenotes pergracilis. Longrich meende echter dat er duidelijke verschillen waren: een kleinere omvang, een kortere en hogere onderkaak, en een omhoog gedraaide snuitpunt. Leptorhynchos gaddisi zou weer van Leptorhynchos elegans verschillen in een smallere snuit die juist niet omhoog gedraaid is.

Longrich wees verder een surangulare van de onderkaak, specimen MOR 1107, voorlopig toe aan een ?Leptorhynchos.

Leptorhynchos werd binnen de Caenagnathidae in een als zuiver Noord-Amerikaans beschouwde Caenagnathinae geplaatst. Het zou daarin een aparte tak vormen tegenover een klade gevormd door Chirostenotes en een daarvan te onderscheiden Caenagnathus collinsi. Deze variabiliteit, hoger dan eerdere onderzoekers aannamen, zou een gevolg zijn van nicheverdeling en endemie, veelvuldige soortvorming door een relatieve geografische isolatie die ertoe leidt dat gebieden hun eigen fauna ontwikkelen. Bij een cladistische analyse die aan het beschrijvende artikel toegevoegd werd, vielen L. elegans en L. gaddisi in de resulterende stamboom niet uit als zustersoorten, maar in een polytomie of "kam" met andere soorten.

Literatuur

  • Longrich, N.R., Barnes, K., Clark, S. & Millar, L., 2013. Caenagnathidae from the Upper Campanian Aguja Formation of West Texas, and a Revision of the Caenagnathinae. Bulletin of the Peabody Museum of Natural History 54(1): 23-49. DOI:10.3374/014.054.0102
  • Longrich, N.R., Barnes, K., Clark, S. & Millar, L., 2013. Correction to “Caenagnathidae from the Upper Campanian Aguja Formation of West Texas, and a Revision of the Caenagnathinae”. Bulletin of the Peabody Museum of Natural History 54(2): 263-264.