Lerarenopleiding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een lerarenopleiding is een opleiding tot onderwijzer in het basisonderwijs of leraar in het voortgezet onderwijs / secundair onderwijs. Vroeger heette dit een kweekschool (1795-1968) of normaalschool.

De situatie is sterk afhankelijk van de heersende onderwijswetgeving, zodat er tussen verschillende landen, en zelfs binnen landen, grote verschillen kunnen bestaan.

Nederland[bewerken]

In Nederland wordt de opleiding tot leraar basisonderwijs verzorgd door de Pedagogische academie voor het basisonderwijs (PABO). Deze hbo-opleiding duurt doorgaans vier jaar.

Voor het voortgezet onderwijs zijn er hbo-lerarenopleidingen waarmee men een tweedegraads bevoegdheid kan behalen. Hiermee mag men lesgeven aan de onderbouw van de havo en het vwo, in het gehele vmbo en in het mbo. Om les te mogen geven aan de bovenbouw van havo en vwo is een eerstegraads bevoegdheid vereist. Deze kan men verkrijgen door na een universitaire studie op masterniveau de universitaire lerarenopleiding voor dat vak te volgen, een postdoctorale opleiding van één jaar, of door na een voltooide tweedegraadsopleiding hbo opleiding tot Master of Education te volgen in het betreffende schoolvak. Deze opleiding wordt als driejarige deeltijdopleiding aangeboden door meerdere hogescholen. Als tweejarige voltijdopleiding per 1-9-2015 alleen door Fontys lerarenopleiding Sittard.

Vlaanderen[bewerken]

In Vlaanderen maakt men onderscheid tussen de

  • geïntegreerde lerarenopleidingen. Dit zijn de traditionele opleidingen tot kleuterleider, onderwijzer, regent, ondergebracht bij de verschillende hogescholen, waar men een "Bachelor in onderwijs" kan behalen. Vakkennis en pedagogische vaardigheden worden (geïntegreerd) in één curriculum aangeboden, met sterke nadruk op (vak-)didactiek.
  • specifieke lerarenopleidingen. Hier verwerft men een (specifieke) vakbekwaamheid, die aangevuld wordt met een bewijs van pedagogische bekwaamheid (BPB)[1], vroeger: GPB of aggregatie, nu: diploma van leraar.[2]
    • Zo kunnen universitaire Masters (bijvoorbeeld in economie, fysica, Frans) aan de universiteit of in een Centrum voor volwassenonderwijs het "diploma van leraar" behalen, meestal als "Master-na-Master". Zij mogen dan in de hogere jaren van het secundair onderwijs en in het hoger onderwijs hun vak onderwijzen. Ook in het hoger kunstonderwijs (een Conservatorium, een academie voor beeldende kunsten, het Rits, ...) is de combinatie van hoofdstudie en pedagogisch diploma veralgemeend. Een Master in de muziek, specialiteit instrument (viool) mag dan uiteraard vioolles geven in het Deeltijds kunstonderwijs of in het KSO.
    • Maar ook andere specialisten (schrijnwerkers, interieurarchitecten, slagers,...) kunnen door het behalen van een pedagogisch diploma, nu ook "diploma van leraar" vroeger: GPB-cursus, onderwijsbevoegdheid krijgen om bijvoorbeeld praktijkvakken te geven in het TSO of BSO, of om specifieke vakken in het KSO te mogen onderwijzen.
  • de LIO (Leraar In Opleiding) is een nieuwe vorm van de specifieke lerarenopleiding, die zowel aan de universiteiten als in het volwassenenonderwijs kan gevolgd worden. Om aan het LIO-statuut te kunnen voldoen, moet de student of cursist minimaal 500 uur lesgeven in het jaar dat hij het LIO-statuut aanvraagt. Het voordeel van dat statuut is dat hij/zij de meeste opdrachten kan maken in de school waar hij lesgeeft. Ook het volgen van de opleiding wordt meestal via een systeem van afstandsonderwijs in een elektronische leeromgeving verzorgd. Dit werkplekleren wordt door het Ministerie van Onderwijs sterk gepromoot.

Duitsland[bewerken]

In Duitsland is het onderwijs een zaak van de deelstaten (Bundesländer), en de precieze inrichting verschilt dan ook per deelstaat.

Europa[bewerken]

Samen met de door de lidstaten aangestelde deskundigen is een reeks gemeenschappelijke Europese uitgangspunten voor de competenties en kwalificaties van leerkrachten ontwikkeld. De uitgangspunten werden in 2005 getest tijdens een Europese conferentie van vooraanstaande beleidsmakers, deskundigen op het gebied van de lerarenopleiding en de belangrijkste betrokken partijen. Veel landen maken al gebruik van de gemeenschappelijke Europese uitgangspunten om het denkproces over het beleid inzake lerarenopleiding te verrijken. Het document beschrijft de kenmerken waarover de leerkrachten in Europa zouden moeten beschikken:[3]

  • leerkrachten zijn een goed opgeleide beroepsgroep;
  • leerkrachten leren een leven lang;
  • leerkrachten zijn mobiel;
  • het lerarenberoep is gebaseerd op partnerschappen;

Voetnoten[bewerken]

  1. Gids voor studenten van een lerarenopleiding in Vlaanderen
  2. SLO (aan de Universiteit Gent als voorbeeld)
  3. Europese Commissie: De kwaliteit van de lerarenopleiding verbeteren