Les pêcheurs de perles

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Les pêcheurs de perles (De parelvissers) is een opera in drie bedrijven van Georges Bizet uit 1863, geschreven te Parijs, op een libretto van Eugène Cormon en Michael Carré.

"Au fond du temple saint" is een duet uit deze opera dat door menige operazanger is vertolkt.

Rolverdeling[bewerken]

  • Léïla, priesteres - sopraan
  • Zurga, hoofd van het dorp - bariton
  • Nadir, visser, vriend van Zurga - tenor
  • Nourabad, hogepriester - bas
  • Vissers, bevolking - koor

Synopsis[bewerken]

Plaats: Ceylon
Tijd: oude tijden

Eerste bedrijf[bewerken]

Een groep parelvissers verzamelt zich langs het strand. Zij kiezen Zurga tot hun hoofd. Tijdens hun viering keert Nadir, een van de vissers, terug na een jaar doorgebracht te hebben in het woud. Zurga haalt Nadir, zijn vroegere vriend, over om in het dorp te blijven. Als ze alleen zijn halen de beide mannen de gebeurtenis op die hen uit elkaar dreef. Ze waren eens verliefd op dezelfde vrouw, maar om hun vriendschap te behouden, zwoeren zij elkander om haar niet het hof te maken. Ze beloven nooit meer hun vriendschap teniet te laten gaan om de liefde van een vrouw.

De vissers keren terug met het nieuws dat er in de omgeving een boot is geland. Zurga legt uit dat een onbekende maagd van een ander eiland is gekozen om voor hen te bidden als ze naar zee gaan, om hen zo te beschermen tegen stormen en om boze geesten af te weren. Een gesluierde vrouw verschijnt, begeleid door de hogepriester, Nourabad. Zurga legt haar haar plichten uit. Haar getrouwe gehoorzaamheid zal beloond worden met de mooiste parel, maar als ze haar geloften breekt, is haar straf de dood. Hoewel ze reageert op het zien van Nadir in de buurt, belooft ze haar zuiverheid te behouden.

Nadir wordt getroffen door de gelijkenis van de onbekende priesteres met Leïla, de vrouw die hij en Zurga hadden gezworen nooit meer te zullen zien. De priesteres beklimt de rots die uitziet op de zee om haar wake beginnen. Terwijl ze bidt, wordt haar sluier even opgeheven en Nadir herkent de priesteres als zijn geliefde, Leïla.

Nadir weet dat hij zijn eed aan Zurga niet kan houden bij het zien van haar naar wie hij verlangde. Als hij alleen is bekent hij dat hij lang heeft gedroomd van Leïla en haar hierheen heeft gevolgd. Leïla’s aanbidding van de godin Shiva wordt onderbroken door Nadirs stem, en haar hymne verandert in een liefdesverklaring.

Tweede bedrijf[bewerken]

Bij de oude tempel herinnert Nourabad Leïla eraan dat als ze trouw blijft aan haar eed, ze niet behoeft te vrezen voor haar veiligheid. Leïla verhaalt een geval toen ze trouw bleef in het aangezicht van de dood. Als meisje heeft ze eens een voortvluchtige een schuilplaats geboden, en hoewel haar leven bedreigd werd, weigerde ze om zijn schuilplaats te onthullen. Hij beloonde haar met de parelketting die ze nog altijd draagt.

Als de priester is vertrokken, is Leïla niet in staat om te slapen, in de wetenschap dat Nadir nabij is. Als hij nadert, waarschuwt ze hem dat als ze samen worden gezien, ze gestraft zullen worden met de dood. Zijn hartstocht overweldigt haar echter, en de twee verlustigen zich in elkander.

Nadir glipt weg, na Leïla beloofd te hebben terug te keren. Kreten worden gehoord. De boze dorpelingen en priesters arresteren Nadir en maken voorbereidingen om zowel hem als de vrouw die bij hem was te offeren. Ze herkennen Leïla, die gesluierd is, niet. Zurga stopt de mannen, zich erop beroepend dat hij als leider degene is die beslist wie gestraft wordt en wanneer. Op zijn nieuwe gezag als leider beveelt hij dat hun levens worden gespaard, en hij fluistert hen in om ogenblikkelijk te vertrekken. Echter, Nourabad trekt Leïla's sluier af en Zurga wordt ontsteekt in woede. Nadir en hij hebben elkander beloofd om af te zien van hun liefde voor deze vrouw; Nadir heeft hem verraden. Hij veroordeelt hen beiden ter dood. Als ze worden weggeleid bidden zowel zij als die hen wegleiden om de hulp van Brahma.

Derde bedrijf[bewerken]

Zurga betreurt wat hij heeft gedaan. Nadir is al zijn hele leven zijn vriend, en hij heeft hem nu ter dood veroordeeld wegens liefde voor de vrouw van wie hij zelf zo wanhopig houdt. Hoewel Nadir een aan hem gedane gelofte heeft verbroken, wil Zurga de edelste zijn. Leïla komt bij hem, hem smekend Nadir redden. Ze beweert dat zij Nadir opzocht, en niet andersom. Wanneer Zurga beseft hoeveel ze van Nadir houdt, ontsteekt zijn afgunst.

Nourabad verschijnt om Leïla weg te nemen. Terwijl ze wordt weggeleid, geeft Leïla haar ketting aan een van de dorpelingen, met het verzoek om het aan haar moeder te geven als ze dood is. Zurga ziet de ketting en grist deze weg van de man.

Net voor zonsopgang maken de dorpelingen een brandstapel voor Leïla en Nadir in afwachting van de zonsopgang. Als de dorpelingen zingen en dansen in bloeddorstige verwachting, bidt Nadir dat hij Leïla kan redden. Ze wordt binnengebracht door Nourabad en enige fakirs. Leïla en Nadir bereiden zich voor op de dood. Als er een rode gloed verschijnt in de verte, bereidt Leïla zich voor om de vlammen in te stappen. Zurga verschijnt plotseling, schreeuwend dat het dorp in brand staat. Terwijl de dorpelingen in verwarring wegrennen, vertelt Zurga aan Nadir en Leïla dat hij het vuur heeft aangestoken, om hen te bevrijden. Hij had Leïla's ketting herkend, want hij was de vreemdeling die Leïla lang geleden had gered. Zurga’s woede is over, en hij weet dat hij nooit zou kunnen leven met zichzelf als hij de dood zou toestaan van de vrouw die hij liefheeft en van zijn jeugdvriend. De minnaars ontsnappen en Zurga luistert naar hen terwijl zij van hun geluk zingen als ze vertrekken.

Historische achtergrond[bewerken]

Georges Bizet componeerde de opera in de jaren zestig van de 19de eeuw. Het is dus geen toeval dat het verhaal zich afspeelt in Sri Lanka. Na 200 jaar kwam in de 19de eeuw de kolonisatie opnieuw op. Dit ging gepaard met een groeiend exotisme. Een van de trends van die eeuw was dus de passie voor verre en vergeten culturen.

De tweede helft van de 19de eeuw is in de Industriële revolutie. De rijke burgerij zoekt een manier om zich te ontspannen door naar de opera te gaan. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze opera net als vele is gecomponeerd in de latere 19de eeuw. Bizet was een man van zijn tijd en ging mee met de trends.

Externe link[bewerken]