Lezen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lezen tussen de boeken
Lezen op school
Lezen in de kunst: portret van Rembrandts moeder
Processen die bij woordlezen een rol spelen. De gestippelde pijl is de fonetische route

Lezen of lexicale verwerking is het opnemen en verwerken van geschreven of gedrukte woorden. Bij lezen moeten zowel individuele woorden als het zinsverband worden begrepen.

Algemeen[bewerken]

Lezen is een van de manieren waarop taal kan worden gebruikt. Taalgebruik is gebaseerd op het vermogen geschreven of gesproken taal te begrijpen of te produceren. Bij lezen gaat het om het begrijpen van geschreven woorden en zinnen.

Woordlezen[bewerken]

Basiselementen bij het woordlezen spelen de woordvorm en woordbetekenis. Bij woordvorm kan een onderscheid worden gemaakt tussen de visuele woordvorm (het woordbeeld of orthografische code) en auditieve woordvorm (hoe het woord klinkt; de fonologische code). Bij het lezen van woorden spelen interne verwerkingsprocessen een rol waarbij de lezer toegang krijgt tot het mentale lexicon, een soort mentaal woordenboek. Het lexicon is de opslagplaats van woorden in het netwerk van het geheugen. Vermoedelijk worden in het lexicon woordvorm en betekenis samengesmeed. Het kan informatie bevatten over de syntaxis, van het woord in zinsverband. Men spreekt van lexicale eenheden of lexicale representaties. Bij het begrijpend lezen van woorden moeten zowel woordvorm en woordbetekenis worden geanalyseerd voordat men toegang heeft tot de woordrepresentatie in het lexicon.

  • Stadia van verwerking

Het herkennen van de visuele woordvorm (de orthografische code dus) gebeurt in de 'prelexicale' fase: dit wil zeggen dat de visuele détails waaruit een geschreven woord is samengesteld (letters, lettersegmenten) eerst uiteen wordt gerafeld. Dit heet orthografische analyse. Ook bestaat er een akoestische route, waarbij men het woord letter voor letter subvocaal (innerlijk) uitspelt. Dit heet akoestische (of fonologische) analyse. Deze route speelt vooral een rol bij herkennen van gesproken woorden, maar kan ook als hulproute of parallelle route worden gebruikt met bij het lezen (zie verder)

  • Leesstrategieën

Bij het lezen van woorden kunnen twee strategieën worden gevolgd: men kan zuiver visueel lezen, dus via de orthografische analyse vervolgens de visuele woordvorm en dan woordbetekenis vaststellen. Een tweede mogelijkheid is dat men gebruik maakt van een akoestische (of fonologische) analyse. Omdat hierbij een tweede route wordt gebruikt spreekt men ook wel van het twee-routes model van lezen [1] Hierbij worden de letters waaruit een woord is opgebouwd stuk voor stuk subvocaal (innerljk) uitgesproken. Deze fonetische manier van lezen leidt allereerst tot een klankbeeld (auditieve woordvorm) en vervolgens tot herkennen van woordbetekenis. Deze strategie wordt vooral door beginnende lezers gevolgd of bij het lezen van onbekende woorden. Echter, men vermoedt dat lezen ook bij ervaren lezers gepaard gaat met 'innerlijke spraak', ook al is dit geen voorwaarde voor het herkennen van de woorden. Tenslotte zijn er aanwijzingen dat bij ervaren lezers analyse van woordvorm en woordbetekenis min of meer gelijktijdig (dus niet na elkaar) plaatsvindt. Een geroutineerde lezer kan namelijk de betekenis van het woord snel hebben herkend, zelfs al is het woord moeilijk leesbaar.

  • Lezen in ander culturen

Hersenonderzoek met fMRI suggereert dat lezers in verschillende taalgebieden gebruikmaken van eenzelfde leesroute in de hersenen. Dit geldt voor Italiaanse [2] en voor Chinese [3] sprekers

Van woorden naar zinnen[bewerken]

De complexiteit van taal komt pas goed tot zijn recht bij het lezen of spreken van zinnen. Bij het lezen van woorden moet het woord ook in de context van de hele zin worden opgenomen. De afzonderlijke woordrepresentaties in het mentale lexicon worden dan samengevoegd tot een hele zin. Daarbij staat de syntaxis of betekenisstructuur van de zin centraal. De structuur van de zin wordt vaak als een boomdiagram afgebeeld. Bijvoorbeeld in de zin 'Jan trapt de bal' zijn er twee deelstructuren: een nominaal zinsdeel (Jan) en een werkwoord zinsdeel (trapt de bal). Deze deelstructuren kunnen dan vaak weer in kleinere structuren worden opgedeeld, zoals 'trapt de bal' in trapt (werkwoord) en de bal (nominaal deel). Bij het lezen en begrijpen van zinnen moet de grammaticale structuur van de zin stapje voor stapje worden opgebouwd. Daarbij worden syntactische fragmenten samengevoegd tot grotere gehelen. Mogelijk speelt ons werkgeheugen daarbij een belangrijke rol. Het begrijpen en toepassen van syntaxis kan bij bepaalde hersenbeschadigingen zoals die bij Broca-afasie een probleem vormen[4].

Visuele woordvorm en hersenen[bewerken]

Met beeldvormende technieken als fMRI heeft men kunnen vaststellen dat zich in de hersenen een gebiedje bevindt dat mogelijk een specifieke rol vervult bij het herkennen van visuele woordvormen [5]. Het gebied is gelegen in het linkerdeel van de gyrus fusiformis, dus net vóór het gebied voor het zien. Andere onderzoekers menen echter dat het gebied een meer algemene rol vervult, omdat het ook actief is bij stimulatie door andere visuele patronen zoals visuele objecten en Braille schrift[6]

Leesstoornissen[bewerken]

Leesstoornissen kunnen verschillende oorzaken hebben en worden samengevat met de term dyslexie. Leesstoornissen kunnen bijvoorbeeld ontstaan omdat men moeite heeft met het herkennen van de visuele woordvorm, de woordbetekenis niet kan vaststellen, moeite heeft met het uitspreken van het woord of het zinsverband niet begrijpt.

Lezen in het onderwijs[bewerken]

Lezen is een vak op de basisschool. Het gaat om het leren ontsleutelen van letters om deze om te zetten in klanken, zogenaamd fonemisch bewustzijn. Hiervoor wordt een lesmethode gevolgd die per school kan verschillen. Een bekende leesmethode is Veilig leren lezen. Maar er zijn vele andere methodes en methodieken: Ontdekkend leren lezen, Zo leer je kinderen lezen en spellen, Natuurlijk leren lezen etc. Het leren lezen wordt onderverdeeld in:

Hierbij speelt het begrijpend lezen een belangrijk onderdeel.

Extra leesoefeningen kan men organiseren in het niveaulezen.

Vanaf het einde van de negentiende eeuw tot en met de eerste helft van de twintigste eeuw leerden veel kinderen (in Nederland) lezen met behulp van het Leesplankje van Hoogeveen en dat van Ligthart.

Als ondersteuning worden letterdozen gebruikt en veel boeken. Steeds vaker wordt ook educatieve software ingezet in het leesonderwijs.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Marshall, J.C. & Newcombe, F. (1973). Patterns of paralexia. A psycholinguistic approach. Journal of Psycholinguistic Research, 2, 175/199
  2. Paulesu E. e.a. (2000) A cultural effect on brain functions. Nature Neuroscience, 3, 91-96
  3. Chen, Y.P. e.a. (2002). Testing for dual brain processing routes in reading: A direct contrast of Chinese characters and pinyin reading using fMRI. J. Cogn. Neurosc., 14, 1088-1098
  4. Brown, C.M. & Hagoort, O. (1999). The Neurocognition of Language. N.Y. Oxford University Press
  5. Cohen, L. & Dehaene, S. (2004). Specialization within the ventral stream: the case for the visual word form area. Neuroimage, 22, 466-476)
  6. Price, C.J. & Devlin, J.T. (2003).The myth of the visuel word form area, Neuroimage, 19, 473-482