Lezgiërs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lezgiërs
лезгияр
Lezgin map.png
Verspreiding Vlag van Rusland Rusland: 412.000 (2002[1])

Vlag van Azerbeidzjan Azerbeidzjan: 178.000 (1999[2])

Taal Lezgisch
Geloof Islam, grotendeels soennitisch
Verwante groepen Agoeliërs, Tabasaranen en andere Kaukasische Dagestani
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

De Lezgiërs of Lezgienen (Lezgisch: лезгияр, Russisch: лезгины) vormen een van de grootste inheemse etnische groepen van de oostelijke Kaukasus. Het volk woont voornamelijk in het zuiden van de Russische Republiek Dagestan en het noordoosten van Azerbeidzjan, maar er leven kleine minderheden in onder andere Kazachstan, Turkije en Kirgizstan. Het Lezgisch behoort tot de Nach-Dagestaanse talen en wordt als officiële taal erkend in Dagestan.

De Lezgiërs zijn overwegend soennitische moslims, met een kleine sjiitische minderheid. Tot het begin van de 20e eeuw werd de term Lezgiërs overigens meer algemeen gebruikt voor etnische groepen uit de betreffende regio die Noord-Kaukasische talen spreken.

Geschiedenis[bewerken]

Het Lezgische volk leefde van oudsher verdeeld over verschillende machtspolitieke en bestuurlijke entiteiten. Delen woonden binnen het gebied van het Kanaat van Derbent (in het huidige Dagestan), anderen hoorden bij het Kanaat van Koeba (in Azerbeidzjan). Ook werden grote delen van de Lezgiërs in de 18e eeuw beheerst door het Lak Sjamchalaat Kazi-Koemoech, en vervolgens door de Russen.

Van de 16e tot de 19e eeuw waren ze berucht in Georgië vanwege hun verwoestende plundertochten aldaar, die de geschiedenis ingingen als de Lekianoba.

Russische invloed[bewerken]

Samen met andere etnische groepen in de regio verzetten de Lezgiërs zich tegen het Russische besluit tot oprichting van een grote Autonome Bergrepubliek met Arabisch als officiële taal, kort na de Bolsjewistische revolutie. Na aanhoudende opstanden besloten de leiders in Moskou in 1921 om binnen die republiek de Autonome Sovjetrepubliek Dagestan op te richten en vanaf 1928 werd het Lezgisch (net als onder andere het Avaars en het Azerbeidzjaans) als officiële taal erkend. Hoewel de situatie in de regio daarna stabieler werd, vormde de vaak wrede verdeel-en-heerspolitiek die de Russische overheersing van het gebied kenmerkte een voedingsbodem voor toenemende anti-Russische sentimenten. De Lezgiërs verzetten zich fel tegen de Russische assimilatiedruk. Hoewel bijvoorbeeld het Russisch als taal werd ingevoerd in educatieve instellingen en bestuurlijke instanties, hielden ze vast aan hun eigen tradities en levensstijl. De Lezgiërs weigerden deel te nemen aan de door Moskou geïnitieerde verplaatsingsprogramma's, die erop gericht waren hen naar lagergelegen gebieden en steden, onder meer om hen op collectieve boerderijen in te zetten.

Na de val van de Sovjet-Unie en de economische moeilijkheden die daarmee gepaard gingen werd de roep om zelfbeschikking en onafhankelijkheid onder de Lezgiërs sterker. [3]

Religie[bewerken]

De Lezgiërs kwamen vanaf de 8e eeuw via Arabische moslims in aanraking met de islam, maar hingen in meerderheid tot in de 15e eeuw animistische religies aan. Vanaf de late middeleeuwen werd de islamitische invloed echter groter, met name door aanvallen van de Gouden Horde en de toenemende handel met het Perzische Rijk. De bezetting van het gebied door de Osmanen in de 16e eeuw versterkte de islamisering, en aan het eind van de 18e eeuw was vrijwel het gehele Lezgische volk tot de islam bekeerd.

Bronnen, noten en/of referenties