Liber historiae Francorum
Liber historiae Francorum (Het geschiedenisboek van de Franken) werd in het Latijn geschreven tijdens de regering van de Merovingische koning Theuderik IV (721-737). Gewoonlijk wordt het gedateerd in het jaar 727. Vroeger werd het boek Gesta Francorum genoemd, Daden der Franken. De auteur is onbekend, maar het zou mogelijk een monnik zijn van de door deze koning gestichte Abdij van Sint-Denis of van de koninklijke Abdij van Sint-Medardus in Soissons.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis van de Merovingen
Het boek geeft een korte samenvatting van de tijd tot de late Merovingen. Daarna wordt het een belangrijke primaire bron van de toenmalige gebeurtenissen en daarmee een van de zeldzame geschiedkundige bronnen van de zevende eeuw die informatie verschaft over de geschiedenis van de familie van hofmeiers, de Pepinidenfamilie van Austrasië, voordat zij bekender werden onder hun nieuwe naam Karolingen. Hoewel het boek voornamelijk in de latere hoofdstukken de geschiedenis beschrijft van de regerende families van Austrasië, is het geschreven vanuit het perspectief van Neustrië. Het Liber historiae Francorum is onderzocht en uitgelegd door Richard Gerberding (1987) en door Rosamond McKitterick in History and memory in the Carolingian world (2004).
Het ‘geschiedenisboek’ is bedoeld als achtergrond en ondersteuning van de Merovingische dynastie. Het is een van de meest verspreide geschiedkundige werken van de achtste eeuw, en bevorderde het gevoel van culturele solidariteit tussen de lezers van de doelgroep. Zo speelde het een rol in de toenmalige politieke agenda. Het boek ondersteunde de Merovingische dynastie, maar steunde haar koningen slechts voor zover zij rekening hielden met de belangrijke edelen. De edelen op hun beurt werden echter ook alleen ondersteund indien ook zij op hun beurt rekening hielden met de gewone bevolking.
Zoals in die tijd gebruikelijk is het een mengeling van gebeurtenissen, fabels en verzinsels. Als bronnen voor dit geschiedkundige werk hebben de eerste zes boeken van Decem Libri Historiae van Gregorius van Tours gediend (tot 584 AD), maar vooral de mondeling overgeleverde geschiedenissen alsmede epische tradities en teksten die verloren zijn gegaan. Het andere belangrijke werk over de geschiedenis van de Franken, de Kronieken van Fredegar, was de schrijver van dit werk niet bekend en hij heeft er dan ook geen informatie uitgeput.
[bewerken] Inhoud
[bewerken] Algemeen
Aan het begin van het boek, dat bestaat uit 53 hoofdstukken, belooft het te verhalen over 'De oorsprong en de daden van de Frankische koningen en hedendaagse mensen'. De Franken zouden zijn ontstaan uit een groep van Trojaanse vluchtelingen aan de noordkust van de Zwarte Zee (daarmee refereert het natuurlijk aan de Aeneis van Vergilius, waarin de Trojaanse afstamming van de Romeinen wordt opgevoerd). Na deze mededeling vat het de geschiedschrijving van de Gallo-Romeinse bisschop en historicus Gregorius van Tours(† 594) samen, met correcties en commentaren van de auteur. Er wordt een lange lijst van fictieve koningen gegeven van wie de Merovingische koningen zouden afstammen. Pas vanaf Childerik II begint er enige waarheid in de legenden te komen.
De laatste elf hoofdstukken staan echter los van de geschiedschrijving van Gregorius (die in 594 was overleden) en bevatten gegevens over de zevende en achtste eeuw die niet uit andere bronnen bekend zijn. Neutraal is het geschiedverhaal niet bepaald, de auteur was duidelijk een dienaar van zijn koning. Het slothoofdstuk handelt voornamelijk over Karel Martel, een tijdgenoot van de auteur. Voor deze informatie is geen andere bron beschikbaar.
Het Liber Historiae Francorum is een belangrijke primaire bron geweest voor de Voortzettingen van de Kronieken van Fredegar zoals die geredigeerd zijn door graaf Childebrand ten behoeve van zijn halfbroer Karel Martel.
[bewerken] Deel 1
Het eerste deel, dat uit tien boeken bestaat, is meer een verzameling verhalen dan een informatieve bron.De eerste vier boeken vertellen wat meer over de vroegste geschiedenis van de wereld, de evangelisatie van Gallië, het leven en lijden van Sint Martinus van Tours, de bekering van de Franken en de verovering van Gallië door Clovis. Opmerkelijk is ook de gedetailleerde geschiedenis van de Frankische koningen tot aan de dood van Sigebert I in 575. Voor deze vier boeken werd ook beroep gedaan op andere, oudere bronnen. Hieronder ziet u een deel van de tekst uit het vierde boek.
- 45. Quod Mummolus Turonus venit.
Multa enim Mummolus bella gessit, in quibus victur extetit. Nam post mortem Chariberthi, cum Chilpericus Toronus ac Pectavis pervasissit, quae Sigybertho regi per pactum in partem venerant, coniunctus rex ipse cum Gunthchramno fratre suo, Mummolum elegunt, qui has urbes ad verum dominium revocare deberet. Qui Toronus veniens, fugato exinde Chlodovecho, Chilperici filium, exacta populo ad partem regis Sigyberthi sacramenta, Pectavum accessit. Sed Basilius ac Sigarius Pectavi civis, collecta multitudine, resistere voluerunt; quos de diversis partibus circumdatus oppressit, obruit, interimit, et sic Pectavum accedens, sacramenta exigit. Haec interim de Mummolo dicta sufficiant; reliqua in posterum sunt digerenda.
[bewerken] Deel 2
De volgende twee boeken, boek vijf en zes, eindigen met de dood van Chilperik I in 584. In de periode waarin Chilperik onder andere over Tours heerste had hij een gespannen relatie met Gregorius van Tours, omdat de bisschop van Tours zijn vrouw zou hebben belasterd. Daarvoor liet Chilperik I Gregorius van Tours arresteren wegens verraad. Dit was een zware domper voor zijn status als bisschop maar ook voor zijn leven. Deze slechte verhouding kan ook makkelijk uit bron afgeleid worden, meer bepaald in het laatste hoofdstuk van het zesde boek, waarin van Tours Chilperik met behulp van scheldwoorden beschrijft als een onsympathiek persoon.
[bewerken] Deel 3
Het derde en laatste deel van de Historia Francorum bestaat uit het zevende, achtste, negende en tiende boek. In dit laatste deel wijdde Gregorius van Tours zelf uit over het jaar 591.
De epiloog voor het geschiedenisboek werd geschreven in het jaar 594, hetzelfde jaar waarin Gregorius van Tours stierf.
[bewerken] Manuscript
Een oorspronkelijk manuscript van de Historia Francorum, die in de middeleeuwen al wijd verspreid was, is niet overgeleverd; wel bestaan er vroege fragmenten uit de achtste en negende eeuw, die echter tamelijk corrupt zijn. Pas uit de elfde eeuw bestaan er handschriften die betrouwbaar worden geacht.
[bewerken] Historisch belang
De Historia Francorum is van groot historisch belang omdat het juist een overgangsperiode beschrijft, een periode die start na het verval van het Romeinse rijk en de middeleeuwen inleidt. Over die periode zijn bitter weinig bronnen beschikbaar. Het motief van van Tours is om bij het volk het belang en de invloed van het christendom aan te tonen. Dat Gregorius van Tours een katholieke bisschop is, is ook sterk af te leiden uit de Historiën. Joden en heidenen worden zwaar onder vuur genomen in zijn werk. Een voorbeeld hiervan is te lezen in het tweede boek. Hier beschrijft hij de heidenen letterlijk als incestueuze en zwakke mensen. Naast deze Joden en heidenen werden ook de Visigoten bekritiseerd, want zij waren in die tijd nog overwegend Arianen. Hij voelde een zekere dreiging van dit Arianisme. Net doordat hij deze andere geloofsovertuigingen bekritiseert, wordt de Historia Francorum ook wel eens gezien als een middel om het christelijke geloof te promoten en te verspreiden. Dit blijkt zeer goed uit een passage waarin hij duidelijk maakt dat de pas gedoopte Clovis een veel beter leven leidt dan voorheen, toen hij nog ongelovig was. Alle moeilijkheden waarmee hij te kampen had toen hij nog heidens was, voor zijn doopsel dus, zouden plots allemaal opgelost raken.
Nu is de vraag nog of Gregorius van Tours een koningsgezinde was en dus eerder een geschiedenis van de vorsten schreef om deze te behagen.
[bewerken] Literatuur
- Bachrach, Bernard S., ed.,Liber Historiae Francorum, 1973
- Fouracre, Paul en Gerberding, Richard A., Late Merovingian France: history and hagiography, 640-720, Manchester University Press, 1996. De laatste elf hoofdstukken van Liber Historiae Francorum, met zes hagiografieën en de overlappende delen van de Kroniek van Metz ( Annales Mettenses Priores). Met een interpreterende inleiding.
- Gerberding, Richard A., The rise of the Carolingians and the Liber historiae Francorum , Oxford, Clarendon Press, 1987 (1993).
- Krusch, Bruno, ed. Liber Historiae Francorum, in Monumenta Germaniae Historica Scriptores rerum Merovingicarum, II (Hannover), pp. 241–328, 1888, op Google books
- McKitterick, Rosamond, History and memory in the Carolingian world, Cambridge University Press, 2005.