Liederen naar Des Knaben Wunderhorn (Mahler)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Des Knaben Wunderhorn - De wonderhoorn van de knaap - is een verzameling anonieme Duitstalige volksliedteksten die zijn verzameld door Achim von Arnim en Clemens Brentano. Zij publiceerden ze in gereduceerde vorm tussen 1805 en 1808. Sinds die tijd zijn verschillende van deze teksten door componisten als Mendelssohn, Schumann, Loewe, Brahms and Zemlinsky tot Lieder bewerkt. De specifieke term Lieder aus Des Knaben Wunderhorn slaat over het algemeen echter op liederen waarin Gustav Mahler gebruikmaakte van twaalf van deze teksten. Hoewel Mahler meer stukken heeft bewerkt uit de wonderhoorn, werden deze nooit expliciet gegroepeerd onder deze titel. De inhoud en volgorde varieerde per uitgave totdat de uiteindelijke vorm in 1901 werd bereikt.

De liederen[bewerken]

De door Mahler zelf geschreven tekst voor Wenn mein Schatz Hochzeit macht, het eerste van zijn vier Lieder eines fahrenden Gesellen, is gebaseerd op het uit de Wunderhorn afkomstige gedicht "Wann mein Schatz". De eerste echte bewerkingen van teksten uit de Wunderhorn bevinden zich in de Lieder und Gesänge die in 1892 gepubliceerd werden en later door de uitgever werden hernoemd tot Lieder und Gesänge aus der Jugendzeit. De negen Wunderhornbewerkingen eruit werden tussen 1887 en 1890 gecomponeerd en beslaan het tweede en derde deel van deze driedelige collectie voor zangstem en piano. De titels van deze negen nummers zijn als volgt:

Deel II:

  1. "Um schlimme Kinder artig zu machen" – Om stoute kinderen te leren goed te zijn
  2. "Ich ging mit Lust durch einen grünen Wald" – Ik ging lustig door een groen woud
  3. "Aus! Aus!" – Uit! Uit!
  4. "Starke Einbildungskraft" – Sterke verbeeldingskracht

Deel III:

  1. "Zu Strassburg auf der Schanz" – In de loopgraaf in Straatsburg
  2. "Ablösung im Sommer" – De wisseling van de wacht in de zomer
  3. "Scheiden und Meiden" – Scheiden en vermijden
  4. "Nicht wiedersehen!" – Geen weerzien!
  5. "Selbstgefühl" – Zelfverzekerdheid

Mahler begon in 1892 aan de volgende groep bewerkingen uit de Wunderhorn. Een verzameling van twaalf van deze liederen werd in 1899 gepubliceerd onder de titel Humoresken (Humoresques). Hoewel de liederen uit de Lieder und Gesänge-verzameling voor piano en zangstem waren geschreven, dus geen door de componist geproduceerde orkestversie kenden, werden de Humoresken wel zo opgevat. Toch was Mahlers eerste stap het produceren van speelbare en publiceerbare stukken voor stem en piano. De titels uit deze collectie uit 1899 zijn:

  1. "Der Schildwache Nachtlied" – Het nachtlied van de schildwacht
  2. "Verlor'ne Müh" – Verloren arbeid
  3. "Trost im Unglück" – Troost in ongeluk
  4. "Wer hat dies Liedlein erdacht?" – Wie heeft aan dit lied gedacht?
  5. "Das irdische Leben" – Het aardse leven
  6. "Des Antonius von Padua Fischpredigt" – Sint Anthonius van Padova predikt tot de vissen
  7. "Rheinlegendchen" – Kleine rijnlegende
  8. "Lied des Verfolgten im Turm" – Lied van de vervolgden in de toren
  9. "Wo die schönen Trompeten blasen" – Waar de mooie trompetten spelen
  10. "Lob des hohen Verstandes" – Lof voor het grote intellect
  11. "Urlicht" – Oerlicht
  12. "Es sungen drei Engel" – Er zongen drie Engelen, met koor

Een andere bewerking uit deze tijd was Das himmlische Leben - Het hemelse leven - uit februari 1892. Bij de publicatie in 1899 was dit lied al geherorkestreerd en gebruikt als laatste deel van Mahlers Vierde symfonie. Daarom werd het niet gepubliceerd als onderdeel van de Wunderhorncollectie.

Na 1901 werd Urlicht opgenomen in de Tweede symfonie en Es sungen drei Engel in de Derde. Zij werden uit de verzameling verwijderd en in latere edities vervangen door twee nieuwe liederen:

  1. "Revelge" – Reveille
  2. "Der Tamboursg'sell" – De leerling-trommelslager

Na Mahlers dood[bewerken]

Kort na Mahlers dood in 1911 verving de uitgever (Universal Edition) Mahlers eigen voor de piano geschreven versies van de Wunderhorn door pianoreducties van de orkestversies, waardoor de verschillen in de composities voor de twee verschillende bezettingen vervaagden. In 1993 zijn de originele pianobezettingen echter weer uitgegeven na bewerking door Renate Hilmar-Voit en Thomas Hampson.

Externe links[bewerken]

Bronnen