Liepke Scheepstra
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Liepke Scheepstra[1][2] (1918 - Amersfoort, 15 september 2002) was een Nederlands verzetsman in de Tweede Wereldoorlog. Hij gebruikte de schuilnaam "Bob".
Scheepstra was voor de oorlog als dienstplichtige korporaal bij het Korps Politietroepen. Vanaf 1943 nam hij actief deel aan het verzet, en was onder andere betrokken bij een geslaagde overval op 11 mei 1944 op de gevangenis van Arnhem , waar Henk Kruithof en Frits de Zwerver werden bevrijd. Hij was actief in de LKP en werkte mee aan het samenvoegen van de knokploegen, de Ordedienst en de Raad van Verzet tot de Binnenlandse Strijdkrachten.
Scheepstra werd op 1 oktober 1958 eervol uit militaire dienst ontslagen. Hij werd onderscheiden met de Militaire Willems-Orde, die hij pas na aandrang van Koningin Wilhelmina accepteerde "als plaatsvervangend voor al die anderen".
Na de oorlog zette Scheepstra zich in voor de belangen van nabestaanden, het vastleggen van de geschiedenis en het overdragen van de beweegredenen voor het verzet op latere generaties.
Scheepstra is begraven op Schiermonnikoog. Zijn Collectie Oorlog en Verzet werd overgedragen aan het gemeentearchief van Kampen.
| Referenties: |

