Lier (werktuig)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eenvoudige lier
Ankerlier met hulplieren
Handlier uit de pleziervaart

Een lier is een werktuig, dat wordt gebruikt om lasten te hijsen of te vieren of om te positioneren. Meestal vindt men de lieren in de scheepvaart. Hoewel er ook kettinglieren bestaan (bijvoorbeeld ankerlier), bestaat een lier meestal uit een trommel waar het touw of de kabel in één of meerdere lagen op gewonden wordt, een overbrenging en een aandrijving. Er bestaan grote verschillen in voorschriften voor hijslieren en voor treklieren die ook wel positioneer- of verhaallieren worden genoemd. Dit heeft uiteraard te maken met het feit dat bij calamiteiten, bij hijslieren de veiligheid meer in het gedrang komt dan bij verhaallieren.

Echte hijslieren zijn ook altijd voorzien van een (automatische) rem, terwijl positioneerlieren een rem of een blokkering kunnen hebben. Deze rem kan direct op de liertrommel worden aangebracht of in de aandrijving/overbrenging. Lieren worden in het algemeen door een luchtmotor, elektromotor of een hydromotor aangedreven.

In de pleziervaart worden ook nog veel handbediende lieren gebruikt, maar ook hier is een onomkeerbaar proces naar mechanisatie ingezet.

Meestal heeft een lier meerdere windingen kabel. Het opspoelen van deze kabel is vaak een probleem. Meestal wordt een keerschijf gebruikt of een afstand van bijvoorbeeld 25 keer de lierbreedte; de ervaring leert dat de kabel dan goed in beide richtingen opspoelt. Is deze afstand korter dan maakt men gebruik van een opspoelrichting of van zogenaamde lebusgroeven. Een opspoelrichting lijkt een betere oplossing dan hij is. De opspoelinrichting verdubbelt vaak zo ongeveer de prijs van de lier en geeft problemen als de kabel niet strak gespannen is. Er zijn dan weer zogenaamde actieve schijven nodig, (keerschijven die aangedreven worden) om de kabel strak door de opspoelinrichting te leiden.

De kabel spoelt op de lier van links naar rechts en andersom, dus loopt de kabel altijd kruislings over de vorige laag kabels. Een (gepatenteerde) lebusgroef loopt loodrecht op de trommellengte en maakt over een klein gedeelte van de omtrek een sprong naar de volgende "groef". Dit heeft tot geval dat de kabel in de "groef" van de voorgaande kabels kan lopen en slechts over deze sprong kruislings op de vorige kabels komt te lopen. In plaats van een hele trommel worden er ook wel lebusschalen gebruikt om de gladde trommel.

De grootste lieren hebben een trekkracht van honderden tonnen. Zo heeft de Mooring Line Deployment Winch op de Balder met een diameter van 10,5 meter een SWL van 275 ton. Nog grotere krachten kunnen worden bereikt door de kabel in te scheren in een takel. Bij het vieren van de last moet energie worden vernietigd. Bij oudere lieren werd dit door middel van de slippende rem gedaan, tegenwoordig wordt bijna altijd op de motor geremd.

Zie ook[bewerken]