Lieskanaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het lieskanaal[1] of de canalis inguinalis[2] is een anatomische structuur (één links en één rechts) bij zoogdieren, waaronder de mens, waardoorheen, bij de mannelijke individuen, de zaadstreng (de funiculus spermaticus, deze bestaat onder andere uit de arteria testicularis, de vena testicularis, de ramus genitalis nervi genitofemoralis en de ductus deferens) van de testis naar de buikholte loopt.

Het is een schuine poort in de buikwand die ligt boven het ligament van Poupart (ligamentum inguinale) en die van dieper lateraal (boven gelegen) naar oppervlakkig mediaal (beneden gelegen) loopt, tussen twee lagen van de spierfascie van de buikspieren door. Bij mannen kan men het palperen door (voorzichtig) een stuk scrotumhuid in te stulpen en met de vinger de zaadstreng naar binnen te volgen.

Vrouwen hebben overigens ook een (veel minder sterk ontwikkeld) lieskanaal waarin zich een ligament (Ligamentum teres uteri) bevindt dat in de grote schaamlip (labium majus) eindigt. Het ligamentum teres uteri is een restant van het gubernaculum dat gedurende de embryonale ontwikkeling een rol speelt bij het indalen van zowel de testikels als de eierstokken.

De betekenis van het lieskanaal is dat het naast zijn functie als passage voor de afdalende testis en de zaadstreng ook een zwakke plek in de buikwand is, wat op verschillende manieren medische gevolgen kan hebben. Een darmlis kan via het lieskanaal naar buiten stulpen en in het scrotum terechtkomen: de liesbreuk of hernia inguinalis. Dit brengt de bloedvoorziening van de darm in gevaar.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Kloosterhuis, G. (1965). Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde (9de druk). Den Haag: Van Goor Zonen.
  2. His, W. (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag Veit & Comp.