Liggende vetmuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Liggende vetmuur
Sagina procumbens 2005.05.08 12.49.10-p5080008.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Geavanceerde tweezaadlobbigen
Orde: Caryophyllales
Familie: Caryophyllaceae (Anjerfamilie)
Geslacht: Sagina (Vetmuur)
Soort
Sagina procumbens
L. (1753)
Bladrozetten van jonge planten
Bladrozetten van jonge planten
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Liggende vetmuur (Sagina procumbens) is een groenblijvende, vaste plant die behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae). De plant komt van nature voor in Eurazië en Noord-Afrika en is vandaaruit over de gehele wereld verspreid. Liggende vetmuur lijkt op sierlijke vetmuur, maar is iets kleiner en heeft meerdere bloemen in de oksels van de bovenste bladeren. Ook heeft liggende vetmuur meestal vier, soms vijf kroon- en kelkbladeren in plaats van de altijd vijf bij sierlijke vetmuur. Liggend vetmuur kan betreden goed verdragen en komt daardoor vaak voor tussen straatstenen. Het aantal chromosomen is n = 11[1].

De op mos lijkende plant wordt 2-5 cm hoog, vormt een penwortel en is zodevormend doordat de liggende stengels wortelen. Jonge planten vormen eerst een bladrozet, waaruit spoedig vertakte, bebladerde, liggende aan het eind opstijgende stengels gevormd worden. De stengels kunnen tot 20 cm lang worden. De tegenoverelkaar staande stengelbladeren zijn lijnvormig en kort stekelpuntig. De vaak iets vlezige bladeren zijn 5-15 mm lang.

Zodevormend

Liggende vetmuur bloeit van mei tot in september met witte, 5 mm grote bloemen. Per stengel komen twee of meer bloemen op lange bloemstelen, ontspringend uit een bladoksel, voor. De bloemstengel is na de bloei haakvormig gekromd, maar later weer rechtopstaand. De meestal vier, soms vijf kroonbladeren zijn kleiner dan de kelkbladeren en vallen spoedig af of ontbreken zelfs. De breed-elliptische tot rondachtige kelkbladeren zijn tot 2 mm lang en hebben een vliezige, witte rand. De bloem heeft vier, soms acht meeldraden.[2]

De vrucht is een eivormige vier- tot vijfkleppige doosvrucht. De kleverige, matbruine, driehoekige zaden zijn ongeveer 0,3 mm groot.

De plant komt voor op voedselrijke plaatsen tussen straatstenen, op muren en in vaak belopen bermen.

Namen in andere talen[bewerken]

  • Duits: Niederliegendes Mastkraut, Liegender Knebel
  • Engels: Bird-eye pearlwort, Procumbent pearlwort, Spreading pearlwort
  • Frans: Sagine couchée

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Tischler, G.: Die Chromosomenzahlen der Gefäßpflanzen Mitteleuropas. S-Gravenhage, Junk. 1950.
  2. Oskar Sebald: Wegweiser durch die Natur Wildpflanzen Mitteleuropas, ADAC Verlag, München 1989, ISBN 3-87003-352-5, Seite 81