Liguriërs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De volkeren op het Italische schiereiland bij het begin van de ijzertijd

██ Liguriërs

██ Veneti

██ Etrusken

██ Piceni

██ Umbriërs

██ Latijnen

██ Osken

██ Messapiërs

██ Grieken

Stammen op het Italiaanse Schiereiland rond de IJzertijd

De Liguriërs of Liguren (Enkelvoud: Ligus of Ligur, Grieks: Λίγυες, Latijn: Ligures) waren een Indo-Europeaans volk uit de oudheid die hun naam gaven aan Liguria, een regio in noordwest Italië. Al rond 1800 v.Chr. hadden zij een groot deel van West-Europa gekoloniseerd, in het bijzonder het huidige Duitsland, Zwitserland, Frankrijk, Zuid-Engeland, Ierland, Noord- en Centraal-Italië en Corsica. Ze spraken een eigen, oude taal, het Ligurisch, waarvan men denkt dat het verwant was aan het Keltisch en de vroege Italiaanse talen. Uiteindelijk werden ze door de Kelten teruggedreven tot Ligurië, en later door de Romeinen opgenomen in het Romeinse rijk waar ze assimileerden in de omringende volkeren.

Oorsprong[bewerken]

Experts zijn het nog altijd niet eens over de vraag of de Liguriërs uit de mensen van de Klokbekercultuur zijn voortgekomen ofwel uit Indo-Europeanen uit zuid-Rusland die lang voor de uittocht van de andere Indo-Europeanen zijn vertrokken naar West-Europa. Men weet ook nog altijd niet of ze een vroege tak van de Kelten waren of een nog oudere pre-Keltische oorsprong hadden: dus afstamden van de oorspronkelijke neolithische Europeanen. Er zijn zelfs historici die beweren dat de Liguriërs afstammen van de Cro-Magnon mensen.

Ligurië in Romeins Italië tussen de rivieren de Var en de Magra.

Klassieke bronnen[bewerken]

Volgens Plutarchus noemden ze zichzelf Ambrones, maar dit is niet meteen een link met de Ambronen in noord-Europa. Volgens bronnen besteedden de Liguriërs niet zoveel aandacht aan hun afkomst.[1] Klassieke referenties beschrijven het rijk van de Liguriërs, en duidden erop dat het veel groter moet zijn geweest dan de huidige grens van Liguria. Er zijn sporen gevonden van de Liguriërs op Sicilië en de vallei van de Rhône, Corsica en Sardinië. Herodotus plaatste de Liguriërs in het land boven Massilia, dat door de Grieken was gesticht. Thucydides schrijft ook dat de Liguriërs de Sicanen en de Iberische stam verjaagd hadden van de oevers van de rivier de Sicanus, in Iberia. Er waren inwoners van Plancentia, dat in het noorden van Italië ligt, met een Ligurische achternaam, tot in de eerste eeuw naar Christus.

19e-eeuwse ontstaanstheorieën[bewerken]

Enkele onderzoekers onderzochten de afkomst van de Liguriërs in de 19e eeuw. Amédée Thierry, een Franse historicus, linkte hen met de Iberiërs, terwijl de Duitse onderzoeker Karl Müllenhoff, na een studie van het werk ‘’Ora maritima’’van Avienus, dat de naam Liguriërs waarschijnlijk connecties had met verscheidene volkeren in West-Europa, en ook de Kelten. Maar de ‘echte Liguriërs' waren volgens hem een pre-Indo-Europeaanse stam uit het Neolithicum. Dominique-François-Louis Roget legde hun origine bij de Galliërs.

De taal van de Liguriërs[bewerken]

Eigenlijk is over de Ligurische taal (of talen) maar weinig bekend. Wat we hebben, zijn plaatsnamen en persoonlijke namen. Het lijkt op een Indo-Europeaanse taal, met overeenkomsten tussen de Italische talen en vooral met het Keltisch. Strabo schrijft in zijn geografisch boekwerk, dat de taal afstamt van een moedertaal, het Keltisch (Waarmee hij eigenlijk Gallisch bedoeld), dat in de rest van de Alpen gesproken werd, maar omdat de Liguriërs al sporen hebben achtergelaten tot in de steentijd, is het mogelijk dat de Ligurische taal een taal apart van de Keltische talen is.

Uiterlijk[bewerken]

Marcus Annaeus Lucanus schreef in zijn Pharsalia dat leden van de Ligurische stammen lang, roodbruin haar hadden:
...Ligurian tribes, now shorn, in ancient days, first of the long-haired nations, on whose necks, once flowed the auburn locks in pride supreme.(Vertaling:De Ligurische stamen, nu geschoren, in de oude dagen een van de eerste langharige naties, op wier nekken ooit roodbruine lokken vloeiden in supreme trots)[2]

Huurlingen[bewerken]

De volkeren van Gallia Cisalpina 391-192 v.Chr.

De Liguriërs waren in de oudheid gewild en bekend als huurlingen, in dienst van anderen. Ligurische hulptroepen worden genoemd aanwezig te zijn in het leger van Carthago in 480 v.Chr. Griekse leiders in Sicilië rekruteerden herhaaldelijk huurlingen van de Liguriërs, tot in de tijd van Agathocles, de tiran van Syracuse. Ondanks hun vechterservaring, en lange en hevige gevechten tegen de Romeinen, werden de Liguriërs uiteindelijk verslagen en van hun moederland verjaagd, en integreerden uiteindelijk in de Romeinse cultuur, rond de 2e eeuw v.Chr.

Nalatenschap[bewerken]

Hun verbreiding over Europa is na te gaan uit de plaatsnamen en andere geografische namen die eindigen op -asco, -asca en -osco, zoals bijvoorbeeld Velasco en Orusco in Spanje; Tarascon, teruggaande op Tarusco, in Frankrijk; de berg Pescasco en het riviertje Carisasca in Noord-Italië. Het achtervoegsel -asco enz. is noch Keltisch noch Latijn. De plaatsnamen Genua en Genève hebben hoogstwaarschijnlijk eveneens een Ligurische oorsprong.

Stammen[bewerken]

Historici uit de oudheid noemen vele stammen van de Liguriërs, waaronder:

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. John Boardman, The Cambridge ancient history: Persia, Greece and the Western Mediterranean c. 525-479 BC (1988), p. 716.
  2. Lucan, Pharsalia, I. 496, translated by Edward Ridley (1896).
2

Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.