Lijst van Engelse leenwoorden in het Nederlands met Nederlandse alternatieven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hieronder staan voorbeelden van Engelse leenwoorden waar Nederlandstalige alternatieven voor zijn. Zelden is de betekenis exact hetzelfde. Dit is een verschijnsel dat veel voorkomt bij leenwoorden: ze worden vaak in een iets andere context of register gebruikt of leggen een iets andere nadruk dan het Nederlandse alternatief, maar ze voorzien daarmee kennelijk in een bestaande behoefte.

Leenwoorden in de woordenschat[bewerken]

Zowel het gebruik van leenwoorden als het gebruik van Nederlandse alternatieven ter vervanging van deze leenwoorden is omstreden. Met name het gebruik van leenwoorden voor zaken waar Nederlandse alternatieven voor bestaan, wordt door vele sprekers afgekeurd. Minder gangbare alternatieven zoals botsballon kunnen daarentegen een geforceerde indruk maken en worden daarom door veel taalgebruikers onbenut gelaten. Ook als 'Nederlands' beschouwde alternatieven zijn soms zelf weer leenwoorden uit een andere taal, zoals imago (Latijn), post en reclame (Frans).

De Nederlandse woordenschat taal bestaat voor een belangrijk deel uit leenwoorden.[1] Woorden als sorry, baby en e-mail zijn in het Nederlands (en in andere talen) ingeburgerd.

Een deel van de leenwoorden verdwijnt spontaan, doordat er bij grootschalig gebruik Nederlandse benamingen voor ontstaan waardoor het oorspronkelijke leenwoord minder gangbaar wordt. Enkele voorbeelden: wat eerst een calculator genoemd werd, heet nu een rekenmachine, en in plaats van het initieel gebruikte word processor wordt nu tekstverwerker gebruikt.

Lenende talen[bewerken]

In het Nederlandse taalgebied is het Frans eeuwenlang de dominante leentaal geweest. In de negentiende eeuw kwam het Duits op in die rol, om vooral na de Tweede Wereldoorlog plaats in te ruimen voor het Engels.

Ontlening beperkt zich niet tot de woordenschat, maar valt ook op andere taalniveaus waar te nemen, en komt in vrijwel alle bekende talen voor. De motieven voor ontlening kunnen divers zijn, en behoren tot het studiegebied van de sociolinguïstiek. Taalkundigen[2] wijzen erop dat verzet tegen ontlening regelmatig eerder politiek dan taalkundig gemotiveerd is, en dat leenwoorden vaak even makkelijk weer in onbruik raken. Dit neemt niet weg dat in het Nederlands taalgebied - in Nederland sterker dan in België - eind 20e, begin 21e eeuw een zekere neiging bestaat Nederlandse woorden te vervangen door Engelse.

De naamgeving voor kinderen is aan een vergelijkbare ontwikkeling onderhevig. Er is een verschuiving weg van wat als een conventionele Nederlandse naam kan worden beschouwd.[3] Namen als Jan, Jaap of Kees worden doorgaans gezien als 'echt' Nederlandse of "oer-Hollandse" namen. Tegenwoordig komen deze namen steeds minder voor. Toch valt dit niet alleen aan vreemde taalinvloeden te "wijten": voornamen zijn altijd aan mode onderhevig (zo is een veelgekozen naam in het begin van de 21e eeuw Lars; geen ontlening uit het Engels, maar uit het Scandinavisch), en ten tweede waren ook Jan, Jaap en Kees zelf ooit leenwoorden.[4]

Tabel met voorbeelden[bewerken]

Gangbaar Nederlands Nederengels
onzin bullshit (pejoratief), (Amerikaans Engels)
imago image
reclameboodschap commercial
pauze, onderbreking break
meerkeuzevraag multiplechoicevraag
oppas babysit(ter)
tijdschrift, blad magazine
ontwerp, vormgeving design
wachtwoord password of paswoord
verslaggever reporter
blikvanger eyecatcher
beroemdheid celebrity
vergadering meeting
terugkoppeling feedback
verkoop, uitverkoop sale
leden van koninklijk huis royalty
koppelaar (relatie) matchmaker
overeenkomst / overeenkomen(d) (specimen e.d.) match / matchen(d)
wedstrijd match
lijfwacht bodyguard
praatprogramma talk show
(zakelijke) overeenkomst deal
afspraakje date
alleenstaand single
snufje (nieuwigheid), hebbeding gadget
uitbesteden / uitbesteding outsourcen / outsourcing
bemiddeling mediation
kinderen kids
verplichting, betrokkenheid commitment
sabbatjaar sabbatical
intensieve zorg(en) intensive care
Functietitels Nederengels
personeelschef, personeelsdirecteur human resource manager
medewerker loonadministratie payroll assistant
algemeen directeur, bestuursvoorzitter chief executive officer
financieel directeur, financieel bestuurder chief financial officer
Minder gangbaar Nederengels
klimaatregeling airconditioning
luchtkussen, botsballon airbag
rekenaar, rekenkast computer
koppeling (op een website) link
vermarkting marketing
T-hemd T-shirt
weekeinde weekend
sleur-en-pleur drag-and-drop
gegevensbestand database
slepen (en neerzetten) drag-and-drop
verklaring (uitspraak) statement
(bedrijfs)leider, chef, verantwoordelijke manager
Vermeld in Van Dale Nederengels
apenstaartje, slinger-a, amfoor at (@)
webstek website
e-post e-mail
luchtkussenvaartuig hovercraft
Nieuw Nederengels
snelheidsregeling, tempomaat cruisecontrol
klimo (afk.: klimaatregeling) airco(nditioning)
braai (uit het Afrikaans) barbecue
plofzak (komische variant) airbag
luxevaart cruise
zesdrager sixpack

Noten[bewerken]

  1. Een steekproef (Nicoline van der Sijs, Groot leenwoordenboek, Utrecht/Antwerpen 2005) kwam tot 30% van de woordenschat, maar de schattingen lopen zeer uiteen en zijn onder meer afhankelijk van de definitie van het begrip "woord" en van het bestudeerde taalmateriaal.
  2. Van der Sijs, a.w.
  3. Populaire voornamen in het recente verleden, KNAW/Meertens instituut
  4. Aan de niet-verkorte vormen is dit gemakkelijker te zien: Johannes, Jacobus, Cornelius.