Lijst van eetbare paddenstoelen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Shiitake

Dit is een lijst van eetbare paddenstoelen.

Er zijn duizenden soorten eetbare paddenstoelen die op grote schaal wereldwijd geoogst worden, en letterlijk honderdduizend andere eetbare soorten. Sommige soorten zijn zeer kostbaar omdat ze niet gecultiveerd kunnen worden, maar in hun natuurlijke habitat gevonden moeten worden. Een advies is hier gewenst: eet nooit paddenstoelen waaraan getwijfeld wordt en kook ze altijd goed, want sommige eetbare soorten zijn ongekookt nog steeds giftig. Hoewel veelal wel gewaarschuwd wordt voor het plukken van sommige "licht"-giftige paddenstoelen zoals de vliegenzwam (die overigens goed herkenbaar is, en goed te ontgiften is), wordt vaak te weinig gewaarschuwd voor het plukken van veel gegeten paddenstoelen. Sommige veel gegeten paddenstoelen kunnen namelijk gemakkelijk verward worden met zeer giftige soorten, zoals de groene knolamaniet (Amanita phalloides) die niet altijd zo groen is en dan lijkt op een eetbare champignon.

Inhoud

Veel geconsumeerde paddenstoelen [bewerken]

  • De champignon (Wetenschappelijke naam: Agaricus bisporus, Weidechampignon) is de meest gegeten paddenstoel ter wereld (38 % van de totale hoeveelheid gecultiveerde paddenstoelen) en kan gemakkelijk gekweekt worden. Dit type paddenstoel heet eigenlijk voluit champignon de Paris.
  • De oesterzwam (Pleurotus) is na de champignon wereldwijd de tweede meest gegeten eetbare paddenstoel (25 % van de totale hoeveelheid gecultiveerde paddenstoelen). China is de grootste producent. Verschillende soorten kunnen op koolstofhoudend materiaal groeien zoals op stro of zelfs op oude kranten. In het wild groeien ze het meest op hout.
  • De tropische beurszwam of rijst-stro-paddenstoel (Volvariella volvacea) is goed voor 16% van de wereldwijde consumptie van gecultiveerde eetbare paddenstoelen, maar is in Nederland minder bekend.
  • De in Nederland en België als shiitake bekendstaande paddenstoel (Lentinus edodes) wordt voornamelijk gebruikt in de Aziatische keuken, en is goed voor nog eens 10% van de wereldwijde consumptie van gecultiveerde paddenstoelen.
  • De morielje behoort tot de soort paddenstoelen bekend onder de wetenschappelijke naam Ascomycetes, en wordt voornamelijk gevonden in open struikgewas op beboste terreinen of onbegroeid terrein, of bij ruïnes en tuinen, in de late lente. Ook onder essen, iepen en appelbomen. Bij het zoeken van deze paddenstoel moet goed opgelet worden hem niet te verwarren met de giftige valse morielje (Gyromitra esculenta). Hij ruikt aangenaam naar muskus.
  • De cantharel (Cantharellus cibarius) ook wel hanenkam of eetbare cantharel genoemd, is een van de lekkerste en makkelijkst herkenbare van de niet cultiveerbare eetbare paddenstoelen. Nochtans moet men bij het zoeken goed opletten omdat er enige ernstig giftige (maar meestal niet dodelijk giftige) soorten paddenstoelen zijn die er op lijken.
  • Het eekhoorntjesbrood (Boletus edulis) is bekend om zijn nootachtige smaak. Het is een veelgezochte paddenstoel, gebruikt in een groot aantal culinaire schotels.
  • De truffel behoort ook tot de groep van Ascomycetes, en er zijn verscheidene eetbare soorten, onder andere Tuber magnatum, Tuber aestivum, Tuber melanosporum en Tuber brumale. Het eetbare vruchtlichaam van de truffel groeit ondergronds op het mycorrhiza oftewel wortelschimmel van enkele bomen zoals de eik, de populier en de hazelaar. Omdat truffels extreem moeilijk te vinden zijn gebruikt men vaak getrainde honden, of zelfs varkens, om ze door middel van hun reukvermogen op te sporen. Ze zijn daarom extreem kostbaar, maar als delicatesse ook zeer gewild.
  • De zwavelzwam (Laetiporus sulphureus) is een ook in Nederland voorkomende eetbare zwam, maar wordt hier niet vaak gegeten. Hij heeft een wat zurige smaak die sommigen vinden lijken op de smaak van kippenvlees.
  • De geschubde inktzwam (wetenschappelijke naam Coprinus comatus) moet direct na het plukken geconsumeerd worden omdat hij al gauw in een soort van halfvloeibare zwarte inkt verandert. Alleen de verse hoeden en stengels zijn dus eetbaar. Men kan deze het best jong plukken.
  • Het gewone fluweelpootje (Flammulina velutipes) is een kleine zwammetje met een opvallend oranje, glanzend kleverige hoed. Hij groeit bij voorkeur op dood hout, maar ook op wondplekken. In de Japanse keuken is hij bekend onder de naam 'enokitake' of 'winterpaddenstoel'.
  • De gordijnzwam (Cortinarius praestans) vindt men in de zomer en herfst in kalkrijke bossen. Een stevige paddenstoel met een leerbruine hoed. De witte voet heeft een bolle onderzijde en een violette weerschijn. De cortina is zichtbaar bij de jonge exemplaren.
  • De doodstrompet of hoorn des overvloed (Craterella cornucopioides). Men kan deze eetbare paddenstoel, die in de culinaire wereld beter bekend is onder z'n Franse naam (trompette de la mort) en die wat lijkt op een donkere cantharel, vinden in groepjes in loofbossen (beuken). Het vruchtlichaam is hol als een trompet.

Minder gegeten soorten [bewerken]

Zie ook [bewerken]

Externe link [bewerken]