Lijst van puntensystemen in de Formule 1

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit is een lijst van puntensystemen op basis waarvan sinds 1950 in de Formule 1 de punten zijn verdeeld.

In sommige seizoenen telden alleen de beste resultaten van een coureur mee voor het totaal aantal punten. Het meest recent was dit in 1988, waar de McLaren-coureurs Ayrton Senna en Alain Prost dominant waren. Prost finishte veertien races als eerste of tweede en viel in de andere twee races uit, terwijl Senna acht races wonnen tegenover zeven van Prost en had slechts drie tweede plaatsen nodig om het kampioenschap te winnen. Prost haalde dat seizoen een recordaantal van 105 punten en Senna 94, maar in de elf beste resultaten van Senna behaalde hij 90 punten en Prost behaalde 87 punten. Vanaf 1991 worden alle resultaten meegeteld, dit was ook al het geval tussen 1981 en 1984.

Het huidige puntensysteem was ingevoerd in 2010 en was bedoeld om meer teams punten te laten scoren.

De meest dominante coureur in termen van het aantal punten was Jim Clark in 1963 en 1965 waarin hij het maximumaantal van 54 punten (zes overwinningen) scoorde. In recentere tijden finishte Michael Schumacher in elke race in 2002 op het podium en scoorde 144 van het maximumaantal van 170 punten. De meest dominante constructeurskampioen in recente tijden was McLaren in 1988, dat 199 van de 240 maximaal haalbare punten scoorde en 134 punten voor hun naaste rivaal Ferrari finishte. In 2002 scoorde Ferrari 221 punten, evenveel als alle andere teams bij elkaar.

Puntensystemen[bewerken]

Seizoenen 1e 2e 3e 4e 5e 6e 7e 8e 9e 10e Snelste ronde Beste resultaten meegeteld Noten
19501953 8 6 4 3 2 1 4 [1][2]
1954 8 6 4 3 2 1 5 [1][2][3]
19551957 8 6 4 3 2 1 5 [1][4][5][6][7]
1958 8 6 4 3 2 1 6 [6][7][8][9][10]
1959 8 6 4 3 2 1 5 [9][10]
1960 8 6 4 3 2 1 6 [9]
19611962 9 6 4 3 2 1 5 [9]
19631965 9 6 4 3 2 1 6 [9]
1966 9 6 4 3 2 1 5 [7][9][11]
1967 9 6 4 3 2 1 9
(5 van eerste 6, 4 van laatste 5)
[7][9][11]
1968 9 6 4 3 2 1 10
(5 van eerste 6, 5 van laatste 6)
[9]
1969 9 6 4 3 2 1 9
(5 van eerste 6, 4 van laatste 5)
[7][9]
1970 9 6 4 3 2 1 11
(6 van eerste 7, 5 van laatste 6)
[7][9]
1971 9 6 4 3 2 1 9
(5 van eerste 6, 4 van laatste 5)
[9]
1972 9 6 4 3 2 1 10
(5 van eerste 6, 5 van laatste 6)
[9]
19731974 9 6 4 3 2 1 13
(7 van eerste 8, 6 van laatste 7)
[9]
1975 9 6 4 3 2 1 12
(6 van eerste 7, 6 van laatste 7)
[9][12]
19761978 9 6 4 3 2 1 14
(7 van eerste 8, 7 van laatste 8)
[9]
1979 9 6 4 3 2 1 8
(4 van eerste 7, 4 van laatste 8)
[12]
1980 9 6 4 3 2 1 10
(5 van eerste 7, 5 van laatste 7)
[12]
19811984 9 6 4 3 2 1 Alle [12][13]
19851990 9 6 4 3 2 1 11 [12][13]
19912002 10 6 4 3 2 1 Alle [12]
20032009 10 8 6 5 4 3 2 1 Alle [12]
2010–heden 25 18 15 12 10 8 6 4 2 1 Alle [12][14]

Noten[bewerken]

  1. a b c Het constructeurskampioenschap werd niet gehouden van 1950 tot 1957.
  2. a b Punten voor gedeelde races waren eerlijk verdeeld tussen de coureurs, onafhankelijk van hoeveel ronden ze hebben afgelegd.
  3. In de Grand Prix van Groot-Brittannië 1954 zetten zeven coureurs de snelste ronde neer en kregen elk 0,143 punten.
  4. Coureurs die meer dan een auto deelden in een race kregen enkel punten voor hun beste finish.
  5. Punten voor gedeelde coureurs waren eerlijk verdeeld tussen de coureurs, behalve als een coureur "onvoldoende" afstand had afgelegd.
  6. a b Punten waren eerlijk verdeeld tussen coureurs die dezelfde snelste rondetijd hadden neergezet.
  7. a b c d e f In de volgende races raceten Formule 2-auto's samen met Formule 1-auto's, maar konden geen punten scoren:
  8. Punten waren niet langer verdeeld tussen coureurs in dezelfde auto.
  9. a b c d e f g h i j k l m n o Enkel de best scorende coureur in een race voor elke constructeur telde mee voor het constructeurskampioenschap.
  10. a b Het punt voor de snelste ronde telde alleen voor de coureurs, niet voor de constructeurs.
  11. a b Coureurs die niet waren geklasseerd kregen geen punten, zelfs als zij in de top 6 zijn gefinisht.
  12. a b c d e f g h Halve punten werden uitgereikt voor races die stopten voordat 75% van de raceafstand werd afgelegd.
  13. a b Tweede coureurs van teams die officieel slechts een auto inschreef kregen geen punten. Dit gebeurde bij de Grand Prix van Italië 1984 met Jo Gartner (Osella) en Gerhard Berger (ATS) die als vijfde en zesde finishten, en in de Grand Prix van Australië 1987 met Yannick Dalmas (Larrousse).
  14. "Press Release Formula One Commission" 2 februari 2010

Referenties[bewerken]