Lijst van stadhouders in de Nederlanden
Een overzicht van stadhouders in de Nederlanden.
[bewerken] Korte geschiedenis
Een stadhouder is een plaatsvervanger van een vorst in een van diens gewesten; in de Zuidelijke Nederlanden wordt hij ook wel gouverneur genoemd. In de Nederlanden waren de stadhouders eerst in dienst van de Bourgondische, daarna van de Habsburgse vorsten, maar ook Karel van Gelre en de Saksische hertogen in Friesland hadden stadhouders in gewesten die zij bezetten, tot de Habsburgers in 1543 alle Nederlanden hadden veroverd (zie Gelderse Oorlogen). Bij het aanstellen van stadhouders werden leden gekozen uit de hoge Nederlandse adel, en belangrijke families leverden meerdere stadhouders.
Door de Tachtigjarige Oorlog waren er twee partijen die aanspraken maakten op verscheidene gewesten in de Nederlanden, die derhalve twee verschillende stadhouders kregen, één voor de Spaanse koning/Oostenrijkse aartshertog en één in dienst van de Staten-Generaal der Nederlanden. Uiteindelijk kwamen alle stadhouders in de Verenigde Provinciën uit het huis Oranje-Nassau en werd het Noord-Nederlandse stadhouderschap erfelijk in 1747.
Erfstadhouder Willem VI werd, na terugkeer uit ballingschap in 1813 ten gevolge van Franse bezetting in 1815 ingehuldigd als eerste koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830/1839) dat ook het latere België omvatte en een personele unie met het Groothertogdom Luxemburg onderhield. De Koning(in) der Nederlanden stelt sindsdien de provinciaal gouverneur aan over iedere provincie, die sinds 1850 commissaris van de Koning(in) wordt genoemd (behalve in Limburg). België (onafhankelijk sinds 1830/1839) heeft nog steeds provinciale gouverneurs; Luxemburg schafte het stadhouderschap/gouverneurschap in 1890 af bij zijn onafhankelijkheid.
[bewerken] Stadhouders van Artesië
In dienst van de Habsburgers:
- 15??-1524: Ferry van Croÿ-Rœulx
- 1524-1553: Adriaan van Croÿ-Rœulx
- 1559-1568: Lamoraal van Egmont
- 1568-1571: geen (?)
- 1571-1578?: Ferdinand van Lannoy
- 1578-1579: Gilles van Berlaymont
- 1579-1597?: Florent van Berlaymont
- 1597-1610: Karel III van Croÿ
- 1610-1624: Lamoraal I van Ligne
[bewerken] Stadhouders van Brabant
Brabant kende geen stadhouder, aangezien de landvoogd(es) dit gewest rechtstreeks vanuit Brussel bestuurde. Willem van Oranje heeft eens voorgesteld om een soort stadhouder (superintendent noemde hij het) aan te stellen om de staten van Brabant te kunnen bewegen tot gehoorzaamheid, omdat zonder stadhouder de staten te zelfstandig konden optreden. Zijn voorstel werd echter verworpen door Granvelle.[1] Bij de intocht van Willem van Oranje te Brussel in 1577 kreeg hij wel de middeleeuwse titel van ruwaard, wat op een stadhouderschap neerkwam, maar vooral een symbolische waarde had.
[bewerken] Stadhouders van Doornik
- 1559-1570?: Floris van Montmorency
[bewerken] Stadhouders van Drenthe
Vóór 1536 was de drost de vertegenwoordiger van de landsheer geweest. Met Georg Schenck van Toutenburg ontving Drenthe van de Habsburgers in 1536 haar eerste stadhouder; sindsdien had Drenthe dezelfde stadhouder als Groningen.
In 1696 werd Willem III van Oranje-Nassau van Holland erkend in plaats van Johan Willem Friso. Toen Willem III in 1702 kinderloos stierf kwam Drenthe, evenals een groot deel van de Republiek, terecht in een Stadhouderloos tijdperk. Dit eindigde in 1722 toen Drenthe de stadhouder van Friesland (Willem IV) erkende als stadhouder. In 1747 zou Willem IV stadhouder van alle gewesten van de Verenigde Nederlanden worden, in 1751 opgevolgd door Willem V die tot 1795 regeerde.
[bewerken] Stadhouders van Friesland
Vanaf 1515, toen Friesland bij de Habsburgse Nederlanden ging horen, werden er door het bestuur in Brussel stadhouders benoemd. Vanaf 1528 regeerde de Friese stadhouder ook over Overijssel en vanaf 1536 ook over Groningen en Drenthe.
Friesland heeft lange tijd een eigen stadhouder gehad, ook toen de andere gewesten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden één stadhouder hadden aangenomen. Friesland heeft hierdoor geen Stadhouderloze tijdperken gekend. Vanaf stadhouder Willem IV kregen alle gewesten in de republiek dezelfde stadhouder.
Tijdens de beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog kende Friesland enige tijd twee stadhouders. Eén namens koning Filips II (achtereenvolgens de naar de Spanjaarden overgelopen graaf van Rennenberg en de Spanjaard Francisco Verdugo) en één namens de republiek (achtereenvolgens Willem van Oranje en Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg).
In dienst van de Saksers:
- 1498-1500: Willebrord van Schaumburg
- 1500-1504: Hugo van Leisenach (of Leisnig)
- 1504-1506: Willem Truches van Waldburg
- 1506-1509: Hendrik van Stolberg, graaf van Stolberg en heer van Wernigerode
- 1509-1515: Everwijn van Bentheim, graaf van Bentheim
In dienst van de Habsburgers:
- 1515-1518: Floris van Egmont, graaf van Buren
- 1518-1521: Wilhelm van Roggendorf
- 1521-1540: Georg Schenck van Toutenburg
- 1540-1548: Maximiliaan van Egmont, graaf van Buren
- 1549-1568: Jan van Ligne, graaf van Arenberg
- 1568-1572: Karel van Brimeu, graaf van Megen
- 1572-1573: Gilles van Berlaymont, heer van Hierges
- 1573-1576: Caspar de Robles, heer van Billy (1568-1573 plaatsvervangend[2])
- 1576-1581: George van Lalaing, graaf van Rennenberg (vanaf 1580 in dienst van Filips II[3])
- 1581-1594: Francisco Verdugo (in dienst van Filips II)
In dienst van de Staten-Generaal:
- 1580-1584: Willem I van Oranje-Nassau
- 1584-1620: Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg
- 1620-1632: Ernst Casimir van Nassau-Dietz
- 1632-1640: Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz
- 1640-1664: Willem Frederik van Nassau-Dietz
- 1664-1696: Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz, regentes 1664-1673: Albertine Agnes van Oranje-Nassau
- 1696-1707: Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, regentes 1696-1707: Henriette Amalia van Anhalt
- 1711-1731: Willem IV van Oranje-Nassau, regentes 1711-1731: Maria Louise van Hessen-Kassel
- 1751-1795: Willem V van Oranje-Nassau, regenten: 1751-1759: Anna van Hannover; 1759-1766: Lodewijk Ernst, hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel
[bewerken] Stadhouders van Gelre en Zutphen
Het hertogdom Gelre en het graafschap Zutphen, sinds de 12e eeuw al in personele unie met elkaar verbonden, werden in 1473 veroverd door de Bourgondische hertog Karel de Stoute, die zich liet vertegenwoordigen door stadhouders. In 1492 wist Karel van Gelre, erfgenaam van de Gelderse hertog, het hertogdom weer in handen te krijgen, en in 1492-1504 bestuurde hij Gelre zelf. Vervolgens stelden ook hij en zijn opvolger Willem V van Kleef stadhouders aan. Gelre werd in 1543 ingelijfd door de Habsburgse keizer Karel V, die ook weer stadhouders aanstelde.
In 1581 maakten Gelre (met uitzondering van het Opper-Gelre) en Zutphen zich samen met enkele andere gewesten en steden los van de Spaanse koning Filips II middels het Plakkaat van Verlatinghe. In 1591 ging het graafschap Zutphen volledig op in het hertogdom Gelre.
In dienst van de Bourgondiërs:
- 1473-1474: Willem IV van Egmont
- 1474-1477: Filips van Croÿ-Chimay
- 1474-1475: Willem IV van Egmont (waarnemend)
- 1475-1476: Willem van Egmont jr. (waarnemend)
- 1480-1481: Willem van Egmont jr.
In dienst van de Habsburgers:
- 1481-1492: Adolf III van Nassau-Wiesbaden-Idstein (tot 1489 alleen van Zutphen)[4]
- 1492-1504: Gelderse zelfstandigheid
- 1504-1505: Johan V van Nassau-Dietz
- 1505-1507: Filips van Bourgondië
- 1507-1511: Floris van Egmont
- 1511-1543: Gelderse zelfstandigheid
- 1543-1544: René van Chalon, prins van Oranje
- 1544-1555: Filips van Lalaing, graaf van Hoogstraten
- 1555-1560: Filips van Montmorency, graaf van Horne
- 1560-1572: Karel van Brimeu, graaf van Megen
- 1572-1577: Gilles van Berlaymont, heer van Hierges
- 1577-1583: geen (?); gewest in Staatse handen
- 1583-1585?: Willem IV van den Bergh, graaf van den Bergh
- 1585-1587: Claudius van Berlaymont, heer van Haultepenne
- 1587-1626?: Florent van Berlaymont
In dienst van de Staten-Generaal:
- 1577-1578: Maximilien de Hénin-Liétard, graaf van Boussu
- 1578-1581: Jan VI van Nassau-Dillenburg
- 1581-1583: Willem IV van den Bergh
- 1584-1589: Adolf van Nieuwenaar
- 1590-1625: Maurits van Nassau (1591: Zutphen volledig in Gelre opgenomen)
- 1625-1647: Frederik Hendrik van Oranje
- 1647-1650: Willem II van Oranje-Nassau
- 1650-1675: Eerste Stadhouderloze Tijdperk (dit duurde langer dan in Holland, Zeeland en Utrecht)
- 1675-1702: Willem III van Oranje-Nassau
- 1702-1747: Tweede Stadhouderloze Tijdperk
- 1711-1751: Willem IV van Oranje-Nassau, regentes 1711-1731: Maria Louise van Hessen-Kassel
- 1751-1795: Willem V van Oranje-Nassau, regenten: 1751-1759: Anna van Hannover; 1759-1766: Lodewijk Ernst, hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel
[bewerken] Gouverneurs van Opper-Gelre
- 1502-1522: Reinier van Gelre (in Gelderse dienst)[5]
- 1522-1579: geen (?) (vanaf 1543 is Gelre Habsburgs)
In dienst van de Habsburgers:
- 1579-1589: Jan van Argenteau
- 1589-1592: Marcus de Rye de la Palud
- 1592-1593: Karel van Ligne, vorst van Arenberg
- 1593-1611: Herman van den Bergh
- 1611-1618: Frederik van den Bergh
- 1618-1632: Hendrik van den Bergh (in 1632 overgelopen naar de Staten-Generaal)
- 1632-1637: Staatse bezetting
- 1637-1640: geen (?)
- 1640-1646: Willem Bette
- 1646-1652: Jan Koenraard van Aubremont
- 1652-1680: Filips Balthasar van Gendt
- 1680-1699: Johan Frans Desideratus van Nassau-Siegen
- 1699-1702: Filips Emanuel van Horne
In dienst van de Staten-Generaal:
- 1632-1637: Hendrik van den Bergh (in 1632 overgelopen naar de Staten-Generaal)
[bewerken] Stadhouders van Groningen
Tussen 1514 en 1536 viel Groningen onder de Gelderse hertog Karel, die erover zijn stadhouders aanstelde. Vanaf 1536 werden de gewesten Groningen en Drenthe bij de Habsburgse Nederlanden gevoegd. De stadhouder van Friesland en Overijssel, kreeg ook zeggenschap over deze gebieden. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog ging Groningen deel uitmaken van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die ook met stadhouders werkte. In de overgangsperiode waren er twee stadhouders: namens de Spaanse koning Filips II en namens de Staten Generaal. De macht van de eerste brokkelde steeds verder af ten gunste van de tweede.
In dienst van de Geldersen:
- 1514-1519: Willem van Ooy
- 1519-1522: Cristoffel van Meurs
- 1522-1529: Jasper van Marwijck
- 1529-1536: Karel van Gelre (bastaard van hertog Karel van Gelre)
- 1536: Ludolf Coenders
In dienst van de Habsburgers:
- 1536-1540: Georg Schenck van Toutenburg
- 1540-1548: Maximiliaan van Egmont, graaf van Buren
- 1549-1568: Jan van Ligne, graaf van Arenberg
- 1568-1572: Karel van Brimeu, graaf van Megen
- 1572-1574: Gilles van Berlaymont, heer van Hierges
- 1574-1576: Caspar de Robles, heer van Billy
- 1576-1581: George van Lalaing, graaf van Rennenberg (staatsgezind, maar vanaf 1580 in dienst van Filips II)
- 1581-1594: Francisco Verdugo (in dienst van Filips II, vanaf 1584 werd zijn gezag alleen erkend in de stad Groningen)
In dienst van de Staten-Generaal:
- 1584-1620: Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg (in de stad Groningen vanaf 1594 (Reductie))
- 1620-1625: Maurits van Nassau
- 1625-1632: Ernst Casimir van Nassau-Dietz
- 1632-1640: Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz
- 1640-1647: Frederik Hendrik van Oranje
- 1647-1650: Willem II van Oranje-Nassau
- 1650-1664: Willem Frederik van Nassau-Dietz
- 1664-1696: Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz, regentes 1664-1673: Albertine Agnes van Oranje-Nassau
- 1696-1711: Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, regentes 1696-1707: Henriette Amalia van Anhalt
- 1711-1729: Stadhouderloos tijdperk (vanaf 1718 erkende Groningen de regentes Maria Louise van Hessen-Kassel aangezien Willem IV nog geen 18 was)
- 1729-1751: Willem IV van Oranje-Nassau
- 1751-1795: Willem V van Oranje-Nassau, regenten: 1751-1759: Anna van Hannover; 1759-1766: Lodewijk Ernst, hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel
[bewerken] Stadhouder van Gulik
Er is maar één stadhouder ooit aangesteld over Gulik, toen dat land bezet was in 1543 aan het einde van de Gelderse Oorlogen. Het werd echter spoedig duidelijk dat Gulik geen onderdeel zou worden van de Habsburgse Nederlanden, maar in het bezit van het Huis van der Mark bleef. Het stadhouderschap werd hetzelfde jaar weer opgeheven.
- 1543: Filips van Lalaing
[bewerken] Stadhouders van Henegouwen
De stadhouder van Henegouwen werd doorgaans ook gouverneur van Valencijn. Daarnaast genoten de ambten groot-baljuw (rechtspraak) en kapitein (leger) van Henegouwen groot prestige; deze moeten niet verward worden met het stadhouderschap (bestuur), hoewel één persoon meerdere van deze functies tegelijk kon bekleden, zoals gebeurde vanaf 1560.
- 1477-1482: Adolf van Kleef-Ravenstein, heer van Ravenstein
- 1482-1511: Filips I van Croÿ (graaf van Porcéan), heer van Aarschot
- 1511-1521: Karel I van Croÿ, prins van Chimay
- 1521-1549: Filips II van Croÿ,[6] 1e hertog van Aarschot
- 1549-1558: Karel II van Lalaing, 2e graaf van Lalaing
- 1558-1560: Karel van Brimeu, graaf van Megen
- 1560-1566: Jan IV van Glymes van Bergen, markies van Bergen op Zoom
- 1566-1574: Filips van Noircarmes, heer van Sint-Aldegonde en Noircarmes
- 1574-1582: Filips van Lalaing, 3e graaf van Lalaing
- 1582-1590: Emanuel Filibert van Lalaing, heer van Montigny
- 1592-1606/1613: Karel III van Croÿ, 1e hertog van Croÿ
- 1606/1613-16??: Karel Bonaventura van Longueval, graaf van Bucquoy
- 1663-1674?: Filips Frans van Arenberg, hertog van Arenberg en Aarschot
[bewerken] Stadhouders van Holland en Zeeland
In 1428 kwamen de graafschappen Holland en Zeeland in handen van Filips de Goede van Bourgondië. In 1433 liet hij zich vertegenwoordigen door een stadhouder. Later gingen Holland en Zeeland door vererving van het huis Bourgondië over in handen van het huis Habsburg.
Na het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog gingen Holland en Zeeland deel uitmaken van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden die ook stadhouders aanstelde.
In dienst van de Bourgondiërs:
- 1433-1440: Hugo van Lannoy, heer van Santes (bij Rijsel)
- 1440-1445: Willem van Lalaing, heer van Bingincourt
- 1445-1448: Gozewijn de Wilde
- 1448-1462: Jan van Lannoy
- 1462-1477: Lodewijk van Gruuthuse
- 1477-1480: Wolfert VI van Borselen, heer van Veere
- 1480-1483: Joost van Lalaing, heer van Montigny-en-Ostrevant en Hantes
In dienst van de Habsburgers:
- 1483-1515: Jan III van Egmont
- 1515-1521: Hendrik III van Nassau-Breda
- 1522-1540: Antoon I van Lalaing, graaf van Hoogstraten
- 1540-1544: René van Chalon 1540-1544, prins van Oranje
- 1544-1546: Lodewijk van Vlaanderen, heer van Praet
- 1547-1558: Maximiliaan II van Bourgondië, markies van Veere
- 1559-1567: Willem I van Oranje-Nassau, prins van Oranje
- 1567-1573: Maximiliaan van Hénin, graaf van Boussu
- 1573-1574: Filips van Noircarmes
- 1574-1577: Gilles van Berlaymont
In dienst van de Staten-Generaal:
- 1572-1584: Willem I van Oranje-Nassau, prins van Oranje
- 1585-1625: Maurits van Nassau, graaf van Nassau
- 1625-1647: Frederik Hendrik van Oranje, prins van Oranje
- 1647-1650: Willem II van Oranje-Nassau, prins van Oranje
- 1650-1672: Eerste Stadhouderloze Tijdperk
- 1672-1702: Willem III van Oranje-Nassau, koning van Engeland, Schotland en Ierland, prins van Oranje
- 1702-1747: Tweede Stadhouderloze Tijdperk
- 1747-1751: Willem IV van Oranje-Nassau
- 1751-1795: Willem V van Oranje-Nassau, regenten: 1751-1759: Anna van Hannover; 1759-1766: Lodewijk Ernst, hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel
[bewerken] Stadhouders van Limburg en de Landen van Overmaas
In dienst van de Habsburgers:
- 1542-1572: Johan I van Oost-Friesland
- 1574-1578: Arnoud Huyn van Amstenraedt
- 1578-1579: Christoffel van Mondragon
- 1579-1597: Claude van Wittem van Beersel
- 1597-1612: Gaston Spinola
- 1612-1620: Maximiliaan van Sint-Aldegonde
- 1620-1624: Karel Emanuel van Gorrevod
- 1624-1626: Herman van Bourgondië
- 1626-1632: Hugo van Noyelles
- 1632-1635: Staatse bezetting
- 1635-1640: Willem Bette
- 1640-1647: Jan van Wiltz
- 1649-1665: Lancelot Schetz van Grobbendonk
- 1665-1684: Johan Frans Desideratus van Nassau-Siegen
- 1685-1702: Hendrik Lodewijk Ernest van Ligne
- 1702-1703: Frans Sigismund van Thurn en Taxis
- 1703-1705: Lodewijk van Sinzendorff
- 1705-1707: Jan Peter de Goës
- 1707-1709: Ferdinand Bertrand de Quiros
- 1709-1710: Johan Wenceslaus van Gallas
- 1710-1713: Frans Adolf van Sinzerling
- 1713: Lodewijk van Sinzendorff
- 1713-1714: George van Tunderfeld
- 1714-1723: Frans Sigismund van Thurn en Taxis
- 1725-1728: Otto van Vehlen
- 1728-1754: Wolfgang Willem van Bournonville
[bewerken] Stadhouders van Luxemburg
In dienst van de Habsburgers:
- 1451-1475: Anton van Croÿ
- 1???-1511?: Filips I van Croÿ
- 1511-1545: ?
- 1545-1552: Peter Ernst von Mansfeld
- 1552-1555: Maarten van Rossum
- 1556-1558: Karel van Brimeu
- 1559-1597/1604?[7]: Peter Ernst von Mansfeld (opnieuw)
- 1604-1626?: Florent van Berlaymont
- 1654-1675: Filips van Croÿ-Ligne
- 1675-16??: Johan Karel de Landas (waarnemend)
- 16??-16??: Ernst van Croÿ-Ligne
- 1684-1688: Hendrik de Lambert
- 1727-1734: Franz-Paul von Wallis
In dienst van de Oranje-Nassaus:
- 1817-1830: Jean-Georges Willmar
- 1830-1839: Belgische bezetting; verschillende regeringscommissies
- 1839: Duitstalig (Luxemburgstalig) oostelijk Luxemburg aan Oranje-Nassau (Nederland) hersteld; tot 1842 geen stadhouder.
- 1842-1848: Gaspard-Théodore-Ignace de la Fontaine (1848: 1e premier van Luxemburg (President van de Regeringsraad))
- 1850-1879: Hendrik van Oranje-Nassau
- 1890: Luxemburg onafhankelijk, stadhouderschap afgeschaft
[bewerken] Stadhouders van Mechelen
- 1566-1567: Antoon II van Lalaing
- 15??-1594?: Peter van Melun
[bewerken] Stadhouders van Namen
In dienst van de Habsburgers:
- 1429-1473: Jan van Croÿ-Chimay
- 1485-1???: Engelbrecht II van Nassau
- 1503-1521: Willem II van Croÿ
- 1553/4-1578: Karel van Berlaymont[8]
- 1578-1579: Gilles van Berlaymont
- 1579-1599?: Florent van Berlaymont
- 1599-16??: Karel II van Egmont
- 16??-16??: Albert François van Croÿ-Roeulx, graaf van Megen[9]
[bewerken] Stadhouders van Overijssel
Vanaf 1528 hoorde Overijssel (voordien samen met Drenthe Oversticht geheten) bij de Habsburgse Nederlanden, nadat keizer Karel V de gebieden verkreeg van de bisschop van Utrecht. In de jaren 1528-1584 had Overijssel dezelfde stadhouder als Friesland. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog ging Overijssel deel uitmaken van wat later de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd, die ook met stadhouders werkte.
In dienst van de Habsburgers:
- 1528-1540: Georg Schenck van Toutenburg
- 1540-1548: Maximiliaan van Egmont, graaf van Buren
- 1549-1568: Jan van Ligne, graaf van Arenberg
- 1568-1572: Karel van Brimeu, graaf van Megen
- 1572-1573: Gilles van Berlaymont, heer van Hierges
- 1573-1576: Caspar de Robles, heer van Billy
- 1576-1581: George van Lalaing, graaf van Rennenberg (vanaf 1580 in dienst van Filips II[3])
- 1581-1594: Francisco Verdugo (in dienst van Filips II)
In dienst van de Staten-Generaal:
- 1576-1580: George van Lalaing (verliet de Opstand op 3 maart 1580)
- 1580-1584: Willem van Oranje
- 1584-1589: Adolf van Nieuwenaar
- 1590-1625: Maurits van Nassau
- 1625-1647: Frederik Hendrik van Oranje
- 1647-1650: Willem II van Oranje-Nassau
- 1650-1675: Eerste Stadhouderloze Tijdperk (dit duurde langer dan in Holland, Zeeland en Utrecht)
- 1675-1702: Willem III van Oranje-Nassau
- 1702-1747: Tweede Stadhouderloze Tijdperk
- 1747-1751: Willem IV van Oranje-Nassau
- 1751-1795: Willem V van Oranje-Nassau, regenten: 1751-1759: Anna van Hannover; 1759-1766: Lodewijk Ernst, hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel
[bewerken] Stadhouders van Utrecht
Vanaf 1528 waren de stadhouders van Holland ook stadhouder van Utrecht. Voor die tijd kende Utrecht geen stadhouder maar was het een zelfstandig prinsbisdom, het Sticht geheten, totdat de Habsburger Karel V ook Utrecht inlijfde en een stadhouder benoemde.
Na het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog ging Utrecht deel uitmaken van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden die ook stadhouders aanstelde.
In dienst van de Habsburgers:
- 1528-1540: Antoon I van Lalaing, graaf van Hoogstraten 1528-1540
- 1540-1544: René van Chalon, prins van Oranje
- 1544-1546: Lodewijk van Vlaanderen, heer van Praet
- 1547-1558: Maximiliaan II van Bourgondië, markies van Veere
- 1559-1567: Willem I van Oranje-Nassau
- 1567-1573: Maximiliaan van Hénin, graaf van Boussu
- 1573-1574: Filips van Noircarmes
- 1574-1577: Gilles van Berlaymont
In dienst van de Staten-Generaal:
- 1572-1584: Willem I van Oranje-Nassau
- 1584: Joost de Soete
- 1584-1589: Adolf van Nieuwenaar
- 1589-1625: Maurits van Nassau
- 1625-1647: Frederik Hendrik van Oranje
- 1647-1650: Willem II van Oranje-Nassau
- 1650-1672: Eerste Stadhouderloze Tijdperk
- 1672-1702: Willem III van Oranje-Nassau
- 1702-1747: Tweede Stadhouderloze Tijdperk
- 1747-1751: Willem IV van Oranje-Nassau
- 1751-1795: Willem V van Oranje-Nassau, regenten: 1751-1759: Anna van Hannover; 1759-1766: Lodewijk Ernst, hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel
[bewerken] Stadhouders van Vlaanderen
In dienst van de Habsburgers:
- 1490-1506: Engelbrecht II van Nassau
- 1506-1513: Jacob van Luxemburg
- 1540-1553: Adriaan van Croÿ-Roeulx
- 1553-1558: Pontus van Lalaing
- 1559-1568: Lamoraal van Egmont, graaf van Egmont
- 1568-1572: geen (?)[10]
- 1572-1577: Jan van Croÿ, graaf van Rœulx
- 1577-1584: geen (?); gewest in Staatse handen (Gentse Republiek)
In dienst van de Staten-Generaal:
- 1577: Filips III van Croÿ, hertog van Aarschot
- 1577-1583: geen (?); Gentse Republiek
- 1583-1584: Karel III van Croÿ, hertog van Croÿ en Aarschot
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Verwijzingen
- ↑ Robert Fruin, Het voorspel van den tachtigjarigen oorlog (1859).
- ↑ Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW). Deel 19, blz. 819-820 s.v. ROBLES (Caspar de) (1911-1937)
- ↑ a b Rennenberg betuigde aanvankelijk adhesie aan de Unie van Utrecht (1579), maar koos op 3 maart 1580 om terug te keren onder de 'obediëntie des Konings', ook wel aangeduid als het 'verraad van Rennenberg'.
- ↑ Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (1911-1937) s.v. Adolf, III, graaf van Nassau-Wiesbaden-Idstein, Deel 1, 24.
- ↑ De nakomeling van Adolf van Egmont
- ↑ L.V.G. Gorter-Van Royen, Maria van Hongarije: regentes der Nederlanden : een politieke analyse op basis van haar regentschapsordonnanties en haar correspondentie met Karel V (1995) 336. Uitgeverij Verloren.
- ↑ Mansfeld trok zich terug uit het openbare leven in 1597 (de:Peter Ernst I. von Mansfeld), maar onduidelijk is of hij vanuit zijn landgoed Clausen (Luxemburg-stad) zijn ambt als stadhouder bleef uitoefenen. Florent van Berlaymont wordt genoemd als Mansfelds directe opvolger zodra hij in 1604 overleed, dus dit lijkt waarschijnlijk. (J. Israel, Conflicts of empires: Spain, the low countries and the struggle for world supremacy, 1585-1713 (1997) 12-13.)
- ↑ Berlaymont, Charles, graaf van. Universiteit Leiden.
- ↑ Jean Coenen, Baanderheren, boeren en burgers (2004) 145.
- ↑ Na de terechtstelling van Egmont had Vlaanderen (waarschijnlijk) tijdelijk geen stadhouder. Jan van Croÿ (de graaf van Rœulx) wordt genoemd als zijn opvolger, maar hij ontving zijn aanstelling pas op 3 juli 1572.
- Stadhouder
- Geschiedenis van Artesië
- Geschiedenis van Brabant
- Geschiedenis van Drenthe
- Geschiedenis van Friesland
- Geschiedenis van Gelre
- Geschiedenis van Groningen
- Geschiedenis van Henegouwen
- Geschiedenis van Holland
- Geschiedenis van Limburg
- Geschiedenis van Luxemburg
- Geschiedenis van Mechelen
- Geschiedenis van Namen
- Geschiedenis van Overijssel
- Geschiedenis van Utrecht
- Geschiedenis van Vlaanderen
- Geschiedenis van Zeeland