Limerick (dichtvorm)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een limerick is een dichtvorm van 5 regels met een vrij strak metrum. Twee drievoetige amfibrachen (∪—∪ ∪—∪ ∪—∪), twee regels amfibrachen en jambe (∪—∪ ∪—) en afgesloten door weer een drievoetige amfibrachys.

In de eerste regel wordt (meestal) een persoon of dier geïntroduceerd met een plaatsnaam. De regels 1, 2 en 5 rijmen met elkaar en er is een ander rijm tussen de kortere regels 3 en 4 (rijmschema: a a b b a). Voorts heeft een limerick vaak een wat dubbelzinnige inhoud, of kan zelfs zeer grof zijn. De laatste regel is een soort pointe of uitsmijter. Het is in 2011 precies honderd jaar geleden dat de limerick in Nederland werd geïntroduceerd door Ko Doncker.

[bewerken] Voorbeelden

Er was eens een naaister uit Knokke,
die naaide per dag twintig rokken.
Dat ging niet meer goed,
dus werd ze met spoed
verplaatst naar de afdeling sokken.

Een ander voorbeeld van John O'Mill:

A terrible infant, called Peter,
sprinkled his bed with a gheter.
His father got woost,
took hold of a cnoost
and gave him a pack on his meter.

Er wordt ook wel van de amfibrachen afgeweken:

Een dorstige slijter uit Sneek
Dronk wijn, elke dag van de week,
De zondag excluis
Want dan zat hij thuis
En kreeg hij slechts koffie en cake.
Een goocheme go-ster uit Goor
die al haar partijen verloor
zat achter een struikje
en riep: "Waar gebruik je
mijn steengoeie oordopjes voor!"

Een tekst van een limerick bestaat niet per se louter en alleen uit volrijmen. Klankrijm komt ook vaak voor, vanwege de vele mogelijkheden die dit biedt met betrekking tot pointes:

Er was eens een vent uit Bohemen,
die wilde een Zweedse gaan nemen.
Ze nam hem de maat
en riep over straat:
"Zo'n kleintje, dat kun je niet menen!"

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen