Lineair A

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tabletten met Lineair A gevonden in Santorini

Het Lineair A is een schrift dat ontwikkeld is door de Minoïsche beschaving op Kreta (3000 - 1370 v.Chr.). Het is het eerste Europese schrift. Het is nog steeds niet geheel ontcijferd, omdat men de taal niet kent.

Ontstaan en gebruik[bewerken]

Aanvankelijk bestond het schrift als beeldschrift uit ideogrammen. Hierbij stelde elk teken een voorwerp, handeling of persoon voor; het doet denken aan Egyptische hiërogliefen. De tekens werden in klei gedrukt met stempels.

Lineair A-inscriptie op een kruik, afkomstig uit Akrotiri.

De Kretenzers maakten gebruik van het Lineair A om de administratie van het paleis bij te houden. Van veel van de ca. 90 schrifttekens is wel de uitspraak bekend, omdat de vorm van die tekens bijna hetzelfde is als in het latere Lineair B, maar de taal is geen Grieks (maar Prehelleens) en voor een deel nog steeds een raadsel.

Semitische hypothese[bewerken]

Een van de meer serieuze mogelijkheden is dat de taal van het Lineair A tot de (West-)Semitische taalgroep behoort. Deze stelling is vooral door Cyrus H. Gordon verdedigd, in een reeks publicaties sinds 1956[1]. Een feit is dat een aantal woorden waarvan we zowel de uitspraak, als uit de context de betekenis kennen, overeen lijkt te komen met gebruikelijke woorden in talen als het Hebreeuws of Fenicisch. Gordon beweerde voor zo'n twee dozijn woorden Semitische parallellen te kunnen aanwijzen.

Een voorbeeld is het woord "ku-lo" waarmee totalen van inventarisaties worden aangeduid: dit correspondeert met Semitisch "kull" ("kul", "kol") = "totaliteit, geheel". Maar zoals ons woord "totaal" ontleend is aan het Latijn, zo zou ook in het Lineair A het woord "ku-lo" een leenwoord kunnen zijn. Het gebruik van het woord "ku-lo" bewijst dus niet dat de taal van het Lineair A Semitisch is, en de meeste deskundigen staan sceptisch tegenover Gordons hypothese.

Meer recent heeft de Nederlander Jan G.P. Best in een lange reeks publicaties geprobeerd de "Semitische oplossing" voor het Lineair A aannemelijk te maken. Hij identificeerde de taal van Lineair A als een Noordwest-Semitische taal en onderbouwde zijn theorie met een opmerkelijke veelvoud aan argumenten. Niet alleen wist hij aan de hand van geschiedkundige argumenten aannemelijk te maken dat Kreta vanaf ca. 2000 v.Chr. een belangrijke doorgangsplaats was voor internationale handel tussen Europa, Egypte en de Levant, ook was hij in staat de tekeninventaris van het Lineair A terug te voeren op drie bronnen: de Egyptische hiërogliefen, authentieke Kretenzische tradities en het Assyrisch-Babylonisch spijkerschrift. Apert onwetenschappelijk kan echter een lezing van een Lineair A-teken genoemd worden, dat Best (in zijn Het Byblosschrift ontcijferd (2010) afleidt van de Oudegyptische hieroglief van 'twee naar voren uitgestrekte armen' dat in de egyptologie standaard wordt gelezen als k3. De ware uitspra(a)k(en) daarvan rond 2000 v.Chr. staat/staan niet vast, want vocalen werden niet weergegeven in het Oudegyptisch, maar waarschijnlijk klonk die als 'ko' of 'koe', zeker zo in latere perioden: bijvoorbeeld in het woord hai-koe-pta(h) "tempel van de generatieve energie van de god Ptah (van Memfis)" (in het Ugaritisch weergegeven als hqpt) waarvan uiteindelijk het Griekse Ai-gy-ptos - dan als landsnaam, dus de naam Egypte, is afgeleid. Het van dezelfde stam k3 afgeleide woorddeel k3- in het Oudegyptische samengestelde toponiem k3-km "Zwarte Stier" wordt zo ook in het Grieks als Kochome weergegeven. Dit fonologisch gegeven van k3 gold, wanneer de oorspronkelijke betekenis van het Egyptische ideogram tenminste overeenkwam met of nauw gelieerd bleef met het beeldteken k3. Werd ditzelfde Egyptische teken echter als fonogram geschreven in bijvoorbeeld uitheemse in Egypte gebruikte woorden, dan kon de klank ervan alle vocale kanten opgaan: ke, ki, ko, koe, ka. Toch leest Best het volgens hem op Kreta overgenomen Egyptische teken zonder enige twijfel en uitleg als de ene Lineair A-lettergreep met vaste uitspraak: ka. En waarom leest Best '(de Egyptische god) Re' voor het Kretenzisch teken van een 'lotus' (als het al een lotusbloem is)? Waarom nam men op Kreta dan niet het simpele Egyptische teken van de zonneschijf (een cirkel) over om die Egyptische godsnaam mee weer te geven? Het wordt door dr. Jan Best helaas niet uitgelegd. (Deze kritische noten naar drs. Carles Wolterman, egyptoloog). Niet alleen de qua taalmateriaal spaarzame en voor een ontcijfering nauwelijks toereikende kleitabletten wist Best als Semitisch te interpreteren, hij slaagde er bovendien in de langere zogenaamde "Libation inscriptions" als Noordwest-Semitisch te interpreteren. Deze teksten zijn met name belangrijk, omdat ze in de regel complete zinnen vormen, waardoor de grammaticale eigenschappen van de taal gemakkelijker kunnen worden geanalyseerd.

Een hoofdprobleem bij de toetsing van een ontcijfering van het Lineair A is het geringe aantal teksten in dat schrift. Daardoor is intern bewijs moeilijk te vinden. Nieuwe hoop rijst, nu duidelijk is geworden dat in Byblos teksten zijn gevonden in een schrift dat vele tekens met het Lineair A gemeenschappelijk heeft en bovendien volgens de consensus van de geleerden eveneens Semitisch noteert. Mochten deze teksten inderdaad overtuigend als Semitisch geïnterpreteerd kunnen worden, dan kan met behulp van die teksten de geldigheid van de ontcijfering van het Lineair A door Jan G.P. Best bevestigd worden. Een toenemend aantal geleerden van overal op aarde raakt overtuigd van de juistheid van de ontcijfering door Jan G.P. Best, die in 2009 in Ugarit-Forschungen publiceerde dat hij het Byblosschrift eveneens heeft ontcijferd. Over het Lineair A zegt hij tegenwoordig dat het niet om ontcijfering maar om 'reconstructie' gaat. [2]

Vedische hypothese[bewerken]

Zeer recent is de fascinerende theorie geopperd dat de Minoïsche taal gerelateerd is aan het Vedisch, en daarmee een Indo-Europese taal zou zijn. Ook zou de Minoïsche cultuur gerelateerd zijn aan die van de Indusvallei. Zie de artikelen in het tijdschrift Minoa.[3][bron?]

Ontwikkeling[bewerken]

In de loop der tijd werden deze tekens vereenvoudigd en uiteindelijk bleven er alleen lijnen over: zogenoemd lineair schrift. Niet enkel werden de tekens vereenvoudigd tot lijnen, ze stelden ook geen begrippen meer voor, maar lettergrepen van een woord (syllabisch schrift).

Onderscheid met Lineair B[bewerken]

Het lineair lettergrepenschrift van de Kretenzers heet "Lineair A" om het te onderscheiden van dat van de Myceners of Achaeërs, dat behalve op Kreta voornamelijk ook op het Griekse vasteland werd gebruikt, het "Lineair B". Het Lineair B ontwikkelde zich, na de vestiging van de Myceners op Kreta, uit het Lineair A. De taal van dit Lineair B is Grieks.

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Vóór de Bijbel; Het Spectrum Aula pocket, 1966, bladz 271,
  2. Jan G.P. Best Het Byblosschrift ontcijferd - In het voetspoor van Willem Glasbergen Amsterdam, 2010, p. 95
  3. Minoa

Externe link[bewerken]