Lineaire hypotheek
Een lineaire hypotheek is een vorm van een hypothecaire geldlening. Bij een lineaire hypotheek wordt de lening gelijkmatig afgelost, de te betalen termijnen bestaan uit rente en aflossing. De verschuldigde rente wordt berekend over het nog openstaande saldo van de hoofdsom (het geleende bedrag), de totale lasten (rente en aflossing) zijn aan het begin van de looptijd relatief hoog. De hoofdsom is dan nog hoog, dus wordt er veel rente betaald. Omdat de hoofdsom langzaamaan wordt afgelost, hoeft er steeds minder rente betaald te worden. De afnemende lasten vormen een gedeeltelijke zekerheid tegen renteverhogingen: wanneer na een aantal jaren de rente wordt verhoogd zijn de totale lasten vaak toch niet hoger dan aan ze het begin waren. Bovendien, omdat de hoofdsom afneemt heeft een rentestijging minder impact. Een lineaire hypotheek is geschikt voor diegenen die de maandlast willen zien afnemen.
Het aflossingsbedrag wordt berekend door het leningbedrag te delen door de gehele looptijd van de lening. Bij een leningbedrag van € 200.000,-- en een looptijd van 30 jaar, is de aflossing € 556,-- per maand. Hier komt de rente dan nog bij.
[bewerken] Nederland
Door de hypotheekrenteaftrek is de lineaire hypotheek in Nederland fiscaal minder aantrekkelijk: de lener gaat steeds minder rente betalen en kan dus ook minder aftrekken. Voor de Nederlandse situatie is de annuïtaire hypotheek ontwikkeld. Wordt er gekeken naar de totale looptijd van de hypotheek, dan blijft de lineaire hypotheek wel het meest voordelig: er wordt het minste betaald voor de totale lening.
Doordat de hoofdsom afneemt, kent deze hypotheekvorm het voordeel van een beperking van het eigenwoningforfait. Door de aflossing op de hoofdsom neemt de hypotheekschuld af, hierdoor betaalt de lener steeds minder rente. Als de hypotheekschuld laag is, kan het eigenwoningforfait hoger worden dan de aftrekbare rente. Op die manier heeft iemand met een lage hypotheek geen voordeel meer van de renteaftrek: de renteaftrek valt immers weg tegen het eigenwoningforfait. Het eigenwoningforfait zou zelfs hoger kunnen worden dan de aftrekbare rente, waardoor de huiseigenaar zelfs belasting bij moet betalen.
Dit wordt deels gecompenseerd door de op 1 januari 2005 ingevoerde 'Wet Hillen'. Met deze regeling kunnen eigenwoningbezitters een extra aftrekpost krijgen als hun aftrekbare rente lager is dan het eigenwoningforfait. Met die extra aftrekpost kan het eigenwoningforfait in ieder geval nooit hoger worden dan de af te trekken rente. Voorbeeld: een woningeigenaar heeft nog een kleine hypotheekschuld, hierover betaalt hij jaarlijks € 1.500 euro rente, die rente mag hij aftrekken. Zijn eigenwoningforfait bedraagt € 2.475 over dit bedrag zou hij inkomstenbelasting moeten betalen. Hij kan nu dus niet alleen geen rente meer aftrekken, maar moet zelfs bijbetalen. Volgens de Wet Hillen heeft deze woningeigenaar recht op een extra aftrekpost van € 975 (2475 minus 1500). Weliswaar heeft de woningeigenaar nog steeds niets aan de renteaftrek (die valt weg tegen het eigenwoningforfait) maar hij hoeft in ieder geval niet bij te betalen. [1] [2]
Bij hypotheekvormen waarbij niet wordt afgelost op de hoofdsom, zoals bij een aflossingsvrije hypotheek of spaarhypotheek, bereikt men dit punt nooit. De hypotheekschuld neemt immers niet af, men blijft dus altijd het volledige eigenwoningforfait betalen.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe link
Referenties
|