Taalkunde
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Taalkunde, taalwetenschap of linguïstiek is de wetenschappelijke studie van de natuurlijke talen, d.w.z. door mensen tegen elkaar gesproken talen die op natuurlijke wijze als moedertaal verworven worden. Het doel van de taalkunde is om deze talen te beschrijven zoals ze zijn; dat wil zeggen, zoals mensen ze in werkelijkheid gebruiken. Wanneer het onderzoek niet een specifieke taal betreft, maar natuurlijke taal in het algemeen, spreken we van algemene of universele taalwetenschap.
Omdat taalgebruik en taalontwikkeling menselijke activiteiten zijn, heeft de studie van taal veel raakvlakken met humane wetenschappen zoals cognitiewetenschappen, psychologie, antropologie en sociologie. Binnen de taalkunde bestaat echter de traditie om taal als een afzonderlijk, samenhangend systeem te bestuderen, juist zo veel mogelijk onafhankelijk van kwesties die in die andere wetenschappen worden bestudeerd; taalkunde kan dan ook vaak gekarakteriseerd worden als formele wetenschap. Er is inhoudelijk een groot raakvlak met de constructie, bestudering en toepassing van formele talen, bijvoorbeeld talen die in de wiskunde worden gebruikt, en computertalen.
De meeste taalkunde is ontwikkeld voor de beschrijving van gesproken talen, waarbij vaak de taal wordt beschouwd zoals die wordt gesproken en geschreven, maar soms ook expliciet naar spreektaal of naar schrijftaal wordt gekeken. Ook gebarentaal wordt bestudeerd, maar uiteraard is niet alle bestaande taalkunde op gebarentaal van toepassing.
[bewerk] Taaluitingen
Als taaluitingen beschouwt de meeste taalkunde dus gesproken uitingen, opgebouwd uit klanken, morfemen, woorden, zinnen en teksten of discourses. De klanken worden bestudeerd door de fonetiek en de fonologie, de opbouw van woorden door de morfologie, en de groepering van woorden in zinnen door de syntaxis. De betekenis van taaluitingen wordt bestudeerd door de semantiek, wat de spreker met de taaluitingen probeert te bewerkstelligen, het doel dat ermee nagestreefd wordt, wordt bestudeerd door de pragmatiek. Tegenwoordig worden echter ook de gebaren van gebarentaalsprekers als taaluitingen opgevat.
[bewerk] Vakgebieden
Taalkundige disciplines zijn onder andere:
- Algemene Taalkunde:
- Pragmatiek, de studie van taalgebruik
- Semantiek, de studie van de betekenis van woorden, zinnen en teksten
- Tekstlinguïstiek, de studie van eigenschappen van teksten
- Fonetiek, algemene klankleer (articulatorisch, akoestisch, perceptief alsook linguïstisch)
- Structurele Taalkunde (vooral Grammatica):
- Semiotiek, tekenregels van een taal
- Syntaxis, zinsbouw
- Morfologie, studie van woordvormen
- Fonologie, de leer van de fonemen (betekenisonderscheidende klanken) van een taal (niet te verwarren met Fonetiek)
- Lexicologie, de "woordleer", alles wat met woorden te maken heeft - en Lexicografie, de toepassing van lexicologische regels van een taal, zoals spelling en het maken van woordenboeken
- Fraseologie, de zinsleer van een taal
- Stilistiek, hoewel geen echt onderdeel van de Structurele Taalkunde wel een onderwerp van de Grammatica
- Historische en Vergelijkende Taalkunde:
- Diachrone historische taalkunde bestudeert de historische ontwikkeling van een taal en reconstrueert niet-overgeleverde oertalen
- Synchrone historische taalkunde bestudeert een taal in een bepaalde periode van de geschiedenis
- Vergelijkende taalkunde bestudeert de (mate van) verwantschap tussen verschillende talen, gebruikmakend van de reconstructiemethodes uit de historische taalkunde
- Interdisciplinaire Taalkunde (ook wel Antropologische of Fenomenologische Taalkunde genoemd):
- Sociolinguïstiek
- Psycholinguïstiek, met inbegrip van taalontwikkeling
- Neurolinguïstiek, het verband tussen taal en hersenen
- Etnolinguïstiek
- Toegepaste Taalkunde:
[bewerk] Zie ook
- Etymologie, de herkomst van woorden
- Onomastiek of Naamkunde
- Dialectologie
- Computationele taalkunde
- Mathematische taalkunde
- Taal
- Lijst van talen van de wereld
- Taalfilosofie

