Linieschip

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een schaalmodel van de Zeven Provinciën

Linieschepen waren in de tijd van de zeilschepen de grootste oorlogsschepen van de zeemachten. Het waren drie- of viermasters met meer dan 50 stukken geschut. Enkele exemplaren hadden er zelfs meer dan 100. Het bekende vlaggenschip van Michiel de Ruyter, De Zeven Provinciën, had er 80 aan boord.

De naam verwijst naar de tactiek die in het midden van de 17e eeuw geformaliseerd werd om met de oorlogsschepen in een enkele slaglinie te varen zodat de vuurkracht op één afstand geconcentreerd kon worden. Lichtere schepen waren daartoe niet van nut omdat hun bewapening tekortschoot.

In verband met de vele ondieptes voor de Nederlandse kust werden de linieschepen van de Republiek in de regel met niet meer dan 2 geschutdekken uitgerust (met enkele uitzonderingen), waar de zwaarste Engelse schepen doorgaans over 3 van zulke dekken beschikten. De Nederlandse schepen waren verder ook wat korter en ronder van bouw. Zij waren dan ook zelden volgens een speciaal ontwerp als oorlogsschip gebouwd, maar als een zwaar bewapende koopvaarder; grote aantallen ingehuurde koopvaarders werden tot in de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog ook vaak gewoon aangepast als men schepen tekort kwam.

Aan het einde van de 17e eeuw deelde de Royal Navy linieschepen in, in 1e, 2e 3e en 4e klasse (rate), op basis van het aantal stukken geschut, geplaatst in een ononderbroken rij. Vaak worden die termen achteraf op eerdere schepen toegepast, maar dat is dus anachronistisch. De Nederlandse marine gebruikte daarvoor de term charter.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]