Lintkabel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Doorsnede lintkabel
Lintkabel

Lintkabel is een verouderde vorm van antennekabel, bestaande uit twee aders die zich in een kunststof isolatie op vaste afstand van elkaar bevinden. De gebruikelijke uitvoering heeft een karakteristieke impedantie van 300 ohm. Lintkabel kwam voor in zwarte, witte en (lichtroze) transparante uitvoeringen. Oude radio's hadden vaak alleen een lintantenne-aansluiting, en oude televisies hadden er alleen een voor UHF en een voor VHF. Een tijd lang werden hierop scheidingsfilters aangesloten die een coax-ingang hadden.

Het grote nadeel van lintkabel is de storingsgevoeligheid en de invloed van naburige metalen oppervlakken op de impedantie. Het voordeel is dat dipoolantennes rechtstreeks kunnen worden aangesloten, zonder impedantietransformator. Handig was ook dat de kabel door de tussenisolatie heen gemakkelijk tegen houten kozijnen te spijkeren was en dat de kabel meestal wel tussen een gesloten venster en de omlijsting in gevouwen kon worden.

Tegenwoordig worden nagenoeg alle elektrische hoogfrequentverbindingen met coaxkabel gemaakt of vervangen door optische (glasvezel)verbindingen.

Een uitzondering hierop zijn radiozendamateurs die veel gebruik maken van lintkabel van 300 tot 600 ohm voor het verzenden en ontvangen van signalen op de HF-banden. Het voordeel van lintkabel op deze frequenties ligt vooral in het lage verlies op deze banden tov coaxkabel en het geschikt zijn van het gebruik bij sterk afwijkende impedanties van de antenne en de lage kosten t.o.v. verliesarme coaxkabel. Meestal spreken zendamateurs over open-feedline.