Lipolyse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Lipolyse of vetverbranding is een fysiologisch proces, dat plaatsvindt om energie op te wekken in het lichaam. Vetten (hetzij afkomstig uit voeding, hetzij opgeslagen in het lichaam) worden 'verbrand' en omgezet in energie (massa-energierelatie). Bij dit proces wordt triglyceride afgebroken tot glycerol en drie vrije vetzuurmoleculen. Het omgekeerde proces, het opbouwen van een vet, noemt men lipogenese.

Lipolyse wordt beïnvloed door hormonen. Het wordt namelijk geremd door insuline en gestimuleerd door glucagon. De stof fosfatidylcholine wordt bij de lipolysetherapie onderhuids ingespoten om vet op te lossen.

Het verbranden van één gram vet levert 38 kilojoule aan energie op, die bijvoorbeeld gebruikt kan worden om het lichaam te verwarmen of om te bewegen. Andersom dienen er 38 kilojoule uit vet geconsumeerd te worden om één gram aan vet bij te komen. Ook wanneer te veel koolhydraten (suikers of zetmeel) of eiwitten gegeten worden, kan het overschot aan binnengekregen voeding omgezet worden in vet en opgeslagen worden.

Zie ook[bewerken]