Lise Meitner

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lise Meitner
Lise Meitner, 1946
Lise Meitner, 1946
Persoonlijke gegevens
Volledige naam Elise Meitner
Geboortedatum 7 of 17 november 1878
Geboorteplaats Wenen, Flag of Austria-Hungary (1869-1918).svg Oostenrijk-Hongarije
Sterfdatum 27 oktober 1968
Sterfplaats Cambridge, Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
Wetenschappelijk werk
Vakgebied Kernfysica
Publicaties > 150
Bekend van Kernsplijting, Augereffect
Promotor Franz-Serafin Exner
Overig
Handtekening Lise Meitner signature.svg
Portaal  Portaalicoon   Natuurkunde

Lise Meitner (Wenen, 7 november 1878Cambridge, 27 oktober 1968)[1] was een Oostenrijks-Zweeds natuurkundige die belangrijk werk heeft verricht op het gebied van radioactiviteit en kernfysica. Ze wordt vaak genoemd als een van de schrijnende voorbeelden van een vrouw van wie de wetenschappelijke prestaties over het hoofd gezien werden voor een Nobelprijs.[2][3][4][5]

Ze werkte samen met Otto Hahn en zijn assistent Fritz Strassmann, die op 17 december 1938 kernsplijting ontdekten, een paar maanden na haar vlucht uit Duitsland. In januari 1939 leverde ze samen met Otto Frisch de eerste natuurkundige theoretische verklaring van de kernsplijting. Haar collega Otto Hahn kreeg de Nobelprijs voor de Scheikunde van 1944 voor hun ontdekking.[6] Het element meitnerium is naar haar vernoemd.[7]

Biografie[bewerken]

Lise Meitner, geboortenaam Elise,[8] werd geboren in Wenen en was de derde van acht kinderen uit een liberaal-joods gezin. Ze groeide op in Leopoldstadt, het tweede district van Wenen, dat samen met Boedapest de hoofdstad van Oostenrijk-Hongarije vormde. In het geboorteregister van de Weense Joodse Gemeenschap staat 17 november 1878 als haar geboortedatum. Alle andere officiële bronnen geven 7 november 1878 aan, de datum die Lise Meitner gebruikte.[8] Haar vader, Philipp Meitner, was een van de eerste advocaten in Oostenrijk van Joodse afkomst. Haar moeder was Hedwig Meitner-Skovran.[8] Lise kreeg geen joodse maar een seculiere,[9] of volgens een andere bron een protestantse opvoeding.[10] Later bekeerde ze zich tot het lutheranisme en liet ze zich dopen.[8] Na een lagere school van vijf jaar ging ze naar een Weense Mädchen-Bürgerschule, een meisjesburgerschool, omdat het gymnasium dat voorbereidde op de universiteit niet toegankelijk was voor meisjes.[11] Na de meisjesburgerschool werd haar opleiding als voltooid aangeduid ("vom weiteren Schulbesuch befreit"). De enige mogelijkheid voor vrouwen om verder te studeren was naar een privéschool gaan, de hohere Tochterschule, en een beroep als docent te kiezen in een beperkt aantal vakken. Voor een diploma als docent in de wetenschappen was een universitaire opleiding nodig. Ze besloot Frans te studeren, maar had nooit echt passie voor het vak. Na deze opleiding gaf ze een jaar lang Franse les op een middelbare school. Hiermee verdiende ze wat geld voor de gevorderde muzieklessen van haar zus Auguste (Gusti), die later concertpianiste werd.[8]

Universiteit van Wenen[bewerken]

Lise Meitner in 1906

De kans om een wetenschappelijke opleiding te volgen kreeg Meitner in 1897. In dit jaar werd de wet opgeheven die in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije vrouwen verbood te studeren aan een universiteit.[12] Op advies van haar vader rondde ze eerst haar opleiding tot docent Frans af om verzekerd te zijn dat ze in haar eigen levensonderhoud kon voorzien.[8] Met de hulp van een lokale privé-docent wist ze door hard werken de achtjarige opleiding van het Akademisches Gymnasium Wien ter voorbereiding op het universitaire toelatingsexamen in twee jaar af te ronden.[11] Hier gaf ze aan dat ze filosofie als realistische vervolgstudie zag.[13] Kort voor haar 23-jarige verjaardag trad ze als een van de weinige vrouwelijke studenten toe tot de Universiteit van Wenen.[8] Geïnspireerd door haar docent, Ludwig Boltzmann, besloot Meitner zich na haar eerste jaar volledig op natuurkunde te richten. Hij was de enige natuurkundedocent op dat moment, en accepteerde vrouwen als vanzelfsprekend. Hij was getrouwd met de wiskunde- en natuurkundelerares Henriette von Aigentler die met zeer veel moeite en hulp van Boltzmann lessen op de universiteit mocht volgen. Meitner behaalde op 1 februari 1906 haar doctorstitel summa cum laude met een dissertatie over warmtegeleiding in niet-homogene lichamen.[8] Ze was hiermee de tweede vrouw die aan die universiteit promoveerde in de natuurkunde, maar als vrouwelijke onderzoeker kreeg ze nauwelijks werk. Uiteindelijk schreef ze Marie Curie aan, maar die bleek geen positie vrij te hebben voor Meitner.[9]

Om geld te verdienen besloot ze weer Franse les te gaan geven op een middelbare school. Na de zelfmoord van Boltzmann werd ze de assistent van Stefan Meyer, die Boltzmanns werk waarnam.[8] Ze werkte een jaar voor Meyer, waarin ze veel leerde over kernfysica. Ze publiceerde ook een aantal artikelen over radioactiviteit: "Über Absorption von α- und β-Strahlen" en "Über die Zerstreuung von α-Strahlen".[11]

In Wenen waren er echter geen verdere carrièremogelijkheden en na een ontmoeting met de natuurkundige Max Planck, een professor op de Universiteit van Berlijn, besloot ze haar geluk in Berlijn te beproeven. Haar plan was om er één of enkele semesters te blijven.[11] Ze mocht er Plancks lezingen over theoretische fysica bijwonen, een opmerkelijk gebaar van Planck, die tot dan toe slechts één andere vrouw had toegelaten, Elsa Neumann.[12] In Berlijn maakte ze ook kennis met Otto Hahn.

Wetenschappelijke carrière[bewerken]

Het begin van de twintigste eeuw was de tijd van de grote ontdekkingen op het gebied van radioactiviteit. In de dertig jaar in Berlijn werkte Meitner intensief samen met Hahn, eerst bij het Chemisch Instituut van de Universiteit van Berlijn dat onder leiding stond van Emil Fischer en vanaf 1912 bij het pas opgerichte Kaiser-Wilhelm-Institut für Chemie in Berlin-Dahlem.[14] Het werk in Berlijn was voor Meitner niet eenvoudig. Samen met Hahn mocht ze als "gast" van Hahn zonder salaris werken in een omgebouwd laboratorium in de kelder van het Chemisch Instituut, mits ze nooit de hoger gelegen etages van het gebouw betrad.[11] Om van een toilet gebruik te kunnen maken moest ze naar een nabijgelegen café gaan.[15] Hahn en Meitner vulden elkaar goed aan: terwijl Hahn meer intuïtief werkte, was Meitner de analyticus van de twee.[11] Hun laboratorium in de kelder van het Chemisch Instituut raakte snel radioactief en de partners hadden vaak last van duizeligheid en misselijkheid.[11] Een jaar later werden ook vrouwen toegelaten tot de colleges en mocht Meitner vrijelijk het gebouw betreden.

Pas in 1913 kreeg Meitner een vaste positie bij het Kaiser-Wilhelm-Institut.[9] Dezelfde Fischer die haar in 1907 slechts als gast tolereerde, steunde haar steeds meer, totdat ze in 1916 hetzelfde loon als Hahn betaald kreeg.[14] Een aanbod uit Praag in 1914, een lage academische positie met vooruitzicht op een betere betrekking, zorgde ervoor dat ze meer prestige kreeg, en een verdubbeld salaris.[16]

Ze onderbrak haar werkzaamheden in 1915 om tijdens de Eerste Wereldoorlog te werken als verpleegster en röntgentechnicus in het Oostenrijkse leger. In 1916 keerde ze terug naar Berlijn. Otto Hahn diende tijdens de hele oorlog als soldaat en was slechts af en toe aan het werk in het laboratorium.[17] In 1918 wisten Hahn en Meitner als eersten een isotoop met een lange halfwaardetijd van het chemische element protactinium (231Pa) te isoleren en in 1921 de isotoop uranium-Z (234Pa). Hoewel Lise Meitner bijna al het werk had gedaan voor de ontdekking van 231Pa, was Hahn de eerste auteur van het artikel dat ze erover publiceerden.[18] Voor deze ontdekking werd ze in 1924 onderscheiden met een zilveren Leibniz-medaille van de Pruisische Academie van Wetenschappen.[19] Ook kreeg Meitner in 1917 haar eigen afdeling in het Kaiser-Wilhelm-Institut, de Physikalisch-radioaktive Abteilung, en mocht ze zelf haar personeelsbeleid en financiën regelen.[14] Hiermee verdiende ze ook genoeg om haar studentenkamer te verlaten en een huis voor zichzelf te betrekken. Hoewel ze nu haar eigen afdeling had, bleef ze haar dagelijks contact met Hahn onderhouden.[11] In 1919 kreeg ze de titel professor.[14]

Lise Meitner en Otto Hahn op hun laboratorium in het KWI, 1913. Ze heeft een rekenliniaal in de hand.

Meitner behaalde haar habilitatie in 1922 met het Habilitationsschrift "De betekenis van radioactiviteit voor kosmische processen", waarna ze colleges mocht geven over radioactiviteit. Deze stap op de academische ladder was pas sinds 1920 opengesteld voor vrouwen.[14] Kort daarna ontdekte ze in 1922 het Augereffect. Dat werd evenwel vernoemd naar Pierre Auger, die het onafhankelijk van Meitner ontdekt had en die er in 1923 een artikel over publiceerde.[20] In 1926 werd Meitner de eerste vrouw in Duitsland die officieel werd benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit van Berlijn – wel tegen een sterk gereduceerd salaris en zonder eigen laboratorium.[21] Meitner begon een geslaagd onderzoek naar de eigenschappen van gamma- en bètastraling, waarbij ze correct aannam dat de deeltjes van de bètastraling elektronen uit de kern waren.[22] Hahn bleef aan bij de faculteit scheikunde.[23] Een lange serie experimenten door Charles Drummond Ellis en Lise Meitner leidde in 1930 tot de hypothese van het bestaan van de neutrino. Ander pionierswerk op het gebied van radioactiviteit behelsde de ontdekking van positron-elektron paren, haar werk over kunstmatige kernreacties en haar massabepalingen van neutronen.[24] Albert Einstein noemde haar in deze periode vaak "onze Marie Curie".[24]

Zoektocht naar transuranen[bewerken]

Lise hernieuwde de samenwerking met Otto Hahn in 1934 nadat de Italiaanse natuurkundige Enrico Fermi over transuranen had gepubliceerd. Door elementen met langzame neutronen te bombarderen had hij met zijn groep elementen geproduceerd met een hoger atoomgetal, waarbij steeds een β-deeltje werd uitgezonden. Fermi veronderstelde dat hij door uranium te bombarderen met neutronen, elementen geproduceerd had met een atoomgetal groter dan 92.[23]

Er waren twee aannames binnen de natuurkunde en scheikunde die leidden tot een verkeerde conclusie uit de experimenten. De eerste was dat de kern zich gedroeg als een stabiele vloeistofdruppel, en slechts in stappen van 1 of 2 atoomgetallen kon veranderen. De andere aanname was dat de transuranen zich zouden gedragen als overgangsmetalen. Aangezien de producten van kernsplijting, die hier eigenlijk plaatsvond, overgangsmetalen waren, dachten ze transuranen gevonden te hebben. In de jaren die hierop volgden publiceerden Hahn en Meitner veelvuldig over de transuranen die zij dachten te hebben gemaakt. Meitner kon geen theoretische verklaring geven van de "ontdekking" van de transuranen.[25]

Nazi-Duitsland en vlucht[bewerken]

Door het opkomende nationaalsocialisme in Duitsland ondervond Meitner steeds meer last aan de universiteit.[26] Vele Joodse onderzoekers, zoals Fritz Haber, Leó Szilárd en haar neef Otto Frisch, werden gedwongen hun positie op te geven en besloten het land te verlaten. Hoewel Meitner haar positie als hoogleraar in 1933 kwijtraakte, besloot ze in Duitsland te blijven.[15] Vier dingen beschermden haar tegen de anti-Joodse wet die in 1933 werd afgekondigd: haar Oostenrijkse nationaliteit, het feit dat het Kaiser-Wilhelm-Institut geen overheidsinstantie was, haar vriendschap met vooraanstaande onderzoekers, zoals Max Planck en Otto Hahn, en het feit dat ze een vooraanstaand onderzoeker was.[15][27]

Niettemin kon haar beschermde status haar niet geheel vrijwaren van het publieke lot dat Joden moesten ondergaan. Ze werd gedwongen de gele Jodenster te dragen en ze was regelmatig doelwit van grove opmerkingen en zelfs fysiek geweld. Na de annexatie (Anschluss) van Oostenrijk in maart 1938 door Duitsland besloot ook Meitner te vluchten voor het naziregime. Zonder uitreisvisum wist ze met de hulp van de Nederlandse fysici Dirk Coster, Peter Debye en Adriaan Fokker op 13 juli ternauwernood Nederland te bereiken, vanwaar ze via Denemarken doorreisde naar Zweden.[11] Fokker en Coster waren in de weken ervoor bezig geweest om geld te verzamelen om Meitner een positie aan te kunnen bieden op de Rijksuniversiteit Groningen, waar buitenlanders geen betaalde functie mochten hebben. Hoewel ze slechts een vijfde van het gewenste bedrag bijeen hadden verzameld, besloten ze haar uit Duitsland te halen met toestemming van de Nederlandse overheid.[26] Voor een vakantie naar Nederland was geen visum verplicht,[23] maar wel een geldig paspoort, dat de Duitse overheid haar niet wilde geven.[28] Om de schijn te wekken van een vakantie, was ze zeer licht bepakt: wat kleren, 10 mark en een diamanten ring, gekregen van Hahn om in geval van nood als geldmiddel te gebruiken.[28]

In Denemarken werkte ze een tijdje samen met Niels Bohr, maar besloot toch het aanbod uit Stockholm aan te nemen en eind augustus vertrok ze naar Zweden.[26] Op het Nobel-instituut van Manne Siegbahn in Stockholm zette Meitner – met de weinige middelen die ze tot haar beschikking had – haar onderzoekswerkzaamheden voort op het gebied van de kernfysica. Van Siegbahn kreeg ze weinig ondersteuning wegens diens vooroordelen over vrouwen in de wetenschap.[11]

Ontdekking van de kernsplijting[bewerken]

Een uranium-235-kern slokt een neutron op, zodat even een aangeslagen uranium-236-kern ontstaat met extra energie: de bindingsenergie van het neutron en zijn bewegingsenergie. Deze kern splijt met als resultaat snelle kernen van lichtere elementen, drie losse neutronen en gammastralen (niet aangegeven).
Reconstructie van de proefopstelling waarmee kernsplijting werd ontdekt, Deutsches Museum, München.

De doorbraak kwam in 1938 in het laboratorium van Irène Joliot-Curie, die na een bombardement met neutronen een element vond met eigenschappen die ze niet kon verklaren. Hahn en Strassmann dachten dat het een isotoop van radium was.[25] Lise, die na haar vlucht een bijdrage bleef leveren aan het onderzoek aan de transuraniumelementen door een intensieve briefwisseling,[29] kon het ontstaan van dit element niet verklaren. In november 1938, tijdens een clandestiene, geheime ontmoeting in Kopenhagen, bespraken Meitner en Hahn de vorderingen op het Berlijnse laboratorium.[30] Ze drong erop aan dat Hahn en Strassmann de resultaten uit Parijs verifieerden.[25] Hahn hield deze correspondentie met de Joodse geheim en beweerde dat Strassman en hij hun onderzoek alleen deden.[29] Hahn en Strassmann begonnen echter onmiddellijk na terugkomst uit Kopenhagen de gesuggereerde experimenten uit te voeren.

De kerstvakantie van 1938 bracht Meitner door in de Zweedse stad Kungälv waar ook haar uit Kopenhagen overgekomen neef Otto Frisch aanwezig was.[23] Kort daarvoor had ze bericht uit Berlijn ontvangen. In het schrijven maakte Hahn melding van het feit dat hij en Strassmann tijdens het bombarderen van uraniumkernen met langzame neutronen het lichtere element barium, met atoomnummer 56, hadden geproduceerd als een van de bijproducten. Een resultaat dat hij echter niet kon verklaren, mede omdat het uiteenvallen van een atoomkern op theoretische gronden als ondenkbaar werd beschouwd.

Op basis van het druppelmodel van onder meer Niels Bohr concludeerden Meitner en Frisch dat de kern zo heftig verstoord wordt door het invallende neutron dat de oorspronkelijke druppel splijt in twee kleinere druppels.[31] Zo werden ze de eersten die verklaarden hoe een atoomkern kon splijten: uraniumkernen vielen uiteen in barium en krypton en diverse neutronen met veel energie. In latere formulevorm:

  • 235U + 1 neutron \rightarrow 2 neutronen + 92Kr + 142Ba + E (energie), of
  • 235U + 1 neutron \rightarrow 3 neutronen + 90Kr + 143Ba + E.


Ook werd duidelijk dat er geen natuurlijke stabiele atomen kunnen bestaan met een groter atoomnummer dan 92 (uranium): de elektrische afstoting van de vele protonen overwint daar de sterke kernkracht, die de andere kernen bijeenhoudt.

Meitner begreep als eerste dat de kleine hoeveelheid verloren massa was omgezet in de grote kinetische energie van de vervalproducten, volgens Einsteins vergelijking voor de massa-energierelatie E = m c2. Frisch gebruikte de term "splijting" (fission) voor dit proces. Hiermee was het principe van kernsplijting ontdekt.

Toen Ida Noddack in 1934 na de experimenten van Fermi te hebben bestudeerd voor het eerst met het (theoretisch niet onderbouwde) idee kwam van kernsplijting, werd dit door Hahn en Meitner sceptisch en zelfs vijandig ontvangen, deels vanwege de ophef nadat ze de ontdekking van het element masurium opeiste.[32] Vanwege de politieke situatie in nazi-Duitsland moesten Hahn en Meitner hun resultaten afzonderlijk publiceren. Hahns artikel in het Duitse Die Naturwissenschaften (6 januari) beschreef het experiment en het vinden van barium als bijproduct. Het artikel van Meitner en Frisch getiteld "Disintegration of Uranium by Neutrons: a New Type of Nuclear Reaction" beschreef de fysica achter het fenomeen van kernsplijting,[33] uitgebreid met het artikel "Products of Fission of the Uranium Nucleus" (Nature, 18 maart 1939)[34] Het was pas na deze twee publicaties dat Hahn en Strassman een volgende serie experimenten begonnen, waarin onder andere haar voorspellingen van de aanwezigheid van krypton als splijtingsproduct werden geverifieerd, en het daaropvolgende verval in rubidium, strontium en yttrium.[35] Na de oorlog werd Meitners naam nog zelden genoemd in verband met het experimenteel onderzoek, hoewel ze zelfs vanuit Zweden het onderzoek de goede kant op stuurde door middel van een intensieve briefwisseling met Hahn, en in de vier voorgaande jaren deel uitmaakte van de experimentele groep.[11]

Latere carrière[bewerken]

Voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak werd haar een positie aan het Cavendish-laboratorium in Cambridge aangeboden. Het aannemen hiervan stelde ze echter uit vanwege de belofte dat ze in Stockholm een assistent zou krijgen en omdat haar paspoortaanvraag niet werd beantwoord. Ze wilde geen tweede keer op illegale wijze immigreren.[36] In 1943 werd ze gevraagd mee te werken aan het Amerikaanse Manhattanproject, maar als overtuigd pacifist weigerde Meitner bij te dragen aan een atoombom.[37] Desondanks werd ze regelmatig benaderd door inlichtingenofficieren van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten omtrent informatie over het lopende kernwapenonderzoek in Duitsland, vanwege haar correspondentie met Otto Hahn. Meitner wist niets van de vorderingen van de ontwikkeling van de atoombom tot het bombardement op Hiroshima. In een interview kort hierna verklaarde ze:[38]

Aanhalingsteken openen

You must not blame us scientists for the uses to which war technicians have put our discoveries (...) My hope is that the atomic bomb will make humanity realize that we must, once and for all, finish with war

(U moet ons onderzoekers niet de schuld geven van het gebruik van onze ontdekkingen door militaire technici (...) Ik hoop dat door de atoombom de mensheid beseft dat we, eens en voor altijd, moeten ophouden met oorlog voeren.)

Aanhalingsteken sluiten

Na de oorlog weigerde ze terug te keren naar Duitsland, verbitterd over het feit dat vooraanstaande Duitse wetenschappers, zoals Planck, Heisenberg en Von Laue voor en tijdens de oorlog meer oog hadden voor hun eigen wetenschappelijke carrière dan voor de rechten van hun Joodse collega's.[39] Ook een persoonlijk verzoek van Hahn en Strassmann om te helpen bij de wederopbouw van het Kaiser Wilhelm Instituut in Mainz legde ze naast zich neer. Hier werd haar de volledige natuurkunde-afdeling aangeboden.[11] Pas in 1948 betrad ze voor het eerst weer Duitse grond, om een herinneringsceremonie bij te wonen voor Max Planck.[11]

Karl Herzfeld bood haar voor het winterseizoen 1945-1946 een gasthoogleraarschap aan op de Katholieke Universiteit van Amerika, dat ze accepteerde. Ze kreeg tijdens haar verblijf in de Verenigde Staten verschillende aanbiedingen tot hoogleraarschappen, maar besloot terug te keren naar Zweden.[11] Hoewel haar rol in de technische ontwikkeling marginaal was, werd ze na de oorlog in de Amerikaanse pers neergezet als de "Joodse moeder van de atoombom" en als de gevluchte Joodse die het geheim van de atoombom onder de neus van Adolf Hitler had weggegrist. Ze werd zelfs gevraagd mee te spelen in een speelfilm, maar dat weigerde ze resoluut. "Liever loop ik naakt over Broadway", zei ze tegen Otto Frisch. In het jaar dat ze in de Verenigde Staten verbleef, werd ze uitgeroepen tot "Woman of the Year".[7]

In 1947 werd ze benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit van Stockholm, kreeg assistentes en een degelijk inkomen.[11] In 1949 werd ze Zweeds staatsburger en een paar jaar later besloot ze op 75-jarige leeftijd met pensioen te gaan.[40]

Om nabij haar neef Otto Frisch te wonen, vestigde Meitner zich in 1960 in Groot-Brittannië, waar ze in 1968 te Cambridge overleed – kort voor haar 90ste verjaardag. De tekst van Otto Frisch op haar grafsteen luidt:[41]

Aanhalingsteken openen

A scientist who never lost her humanity

(Een onderzoeker die haar menselijkheid nooit verloor)

Aanhalingsteken sluiten

Privéleven[bewerken]

Lise Meitner keek terug naar haar jeugd in Wenen als een uitermate stimulerende omgeving en was dankbaar voor de ongelooflijke goedheid van haar ouders. Hoewel Leopoldtstad een grotendeels joods district was, speelde geloof geen grote rol in haar opvoeding. Otto Frisch geloofde later stellig dat alle kinderen uit het gezin protestants opgevoed waren en allemaal waren gedoopt. Idealisme was belangrijk in het gezin; haar vader was een gepassioneerd politicus. Zo deed ze tijdens haar opleiding Frans vrijwilligerswerk, en daarnaast gaf ze ook nog bijles om geld te vergaren voor de opleiding van haar zus Auguste. Tijdens haar privélessen als voorbereiding op de Matura (eindexamen), plaagden haar zussen en broertjes haar met haar nijverheid: "Je gaat het niet halen: net liep je door de kamer zonder studieboek."[8]

Haar persoonlijkheid werd vaak omschreven als verlegen wanneer ze niet met natuurkunde bezig was.[4] Desondanks kon ze zeer makkelijk vrienden maken. Zo had ze een innige vriendschap met Otto Hahn en zijn vrouw Edith, en brachten ze vaak samen het weekend door. Ze was de peetmoeder van zowel hun zoon als hun kleinzoon, en ze noemde Hahn collegabroer. Hun vriendschap maakte de verdraaiing van het verhaal door Hahn over de ontdekking van kernsplijting, en het niet corrigeren hiervan na de oorlog, extra pijnlijk.[25] Hoezeer ze haar Weense afkomst waardeerde, bleek uit het feit dat ze pas de Zweedse nationaliteit aanvroeg toen het mogelijk werd haar Oostenrijks paspoort te behouden.[8]

Erkenning[bewerken]

Gedenksteen in Berlijn

Hahn ontving de Nobelprijs voor de Scheikunde van 1944 (uitgereikt in 1945), terwijl Meitner door het Nobelcomité werd genegeerd,[6] mede omdat Hahn haar rol in het ontdekkingsproces minimaliseerde na haar gedwongen vlucht uit Duitsland. Hij verdedigde zich door te beweren dat de ontdekking van kernsplijting had plaatsgevonden na de gedwongen vlucht van Meitner en geheel was te danken aan het chemisch onderzoek van hem en Strassmann. Hij gaf haar een deel van het prijsgeld, maar maakte dit niet openbaar.[7]

Het Nobelcomité was in de veronderstelling dat Bohr de eerste was die een theoretische verklaring voor kernsplijting had gegeven. De brief van Bohr, waarin hij stelde dat dit niet zo was, kwam te laat aan voor de Nobelprijs van 1944. Waarom ze in volgende jaren hun beslissing niet herzien hebben blijft onduidelijk. Mogelijk speelden persoonlijke redenen een rol. Door de jaren heen is Meitner veelvuldig genomineerd voor een Nobelprijs, zowel de Nobelprijs voor de Scheikunde, als de Nobelprijs voor de Natuurkunde. Een aantal keren samen met Otto Hahn, een paar keer samen met Otto Frisch, en ook is ze genomineerd voor een ongedeelde Nobelprijs. Onder de nominatoren zaten James Franck en Max Planck.[15][42]

Het niet verkrijgen van de prijs heeft haar waarschijnlijk meer bekendheid opgeleverd dan een eventuele toekenning ervan. Mede omdat haar uitsluiting door de gemeenschap werd opgevat als een achterstelling van de vrouw in de wetenschap, waardoor ze uitgroeide tot een feministische icoon. In 1966 werd dat gedeeltelijk gecorrigeerd toen zij samen met Hahn en Strassmann de Enrico Fermi-prijs kreeg.[43] Verder ontving ze in 1949 (samen met Hahn) de Max Planck-medaille[44] en in 1955 was ze de eerste winnaar van de Otto-Hahn-Preis für Chemie und Physik, die ze deelde met Heinrich Wieland.[45]

Het prestigieuze Deutsches Museum heeft een tentoonstelling over de ontdekking van kernsplijting. Hierbij werd een werktafel met natuurkundige apparaten van Lise Meitner, gebruikt voor de ontdekking van kernsplijting, aangeduid als de werktafel van Otto Hahn, en Meitner omgeschreven als zijn medewerker in plaats van collega. De tekst werd rond 1990 na protest aangepast.[25]

In 1945 werd ze tot buitenlands lid verkozen in de Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen; in 1951 werd dit omgezet tot een normaal lidmaatschap.[46]

In 1997 werd het element meitnerium, dat in 1982 was ontdekt door de groep van Peter Armbruster en Gottfried Münzenberg, officieel naar haar vernoemd door het IUPAC.[7][23] Ook zijn twee kraters, op de Maan en op Venus, naar haar vernoemd.[47]

Publicaties[bewerken]

In totaal heeft Meitner meer dan 150 publicaties geschreven.[48] Enkele noemenswaardige:

  • Meitner, L. (1906). Wärmeleitung in inhomogenen Körpern. Hölder in Komm, Wenen.
  • Hahn, O, Meitner, L. (1918). Die Muttersubstanz des Actiniums, ein Neues Radioaktives Element von Langer Lebensdauer. Physikalische Zeitschrift 19. pp. 208-218. DOI:10.1002/bbpc.19180241107
  • Meitner, L. (1922). Über die Entstehung der β-Strahl-Spektren radioaktiver Substanzen. Zeitschrift für Physik 9, pp. 131-144. DOI:10.1007/BF01326962
  • Meitner, L. (1923). Das beta-Strahlenspektrum von UX1 und seine Deutung, Zeitschrift für Physik 17, pp. 54-66. DOI:10.1007/BF01328663
  • Hahn, O. & Meitner, L. (1925). Die β-Strahlspektren von Radioactinium und seinen Zerfallsprodukten, Zeitschrift für Physik 34, pp.795-806. DOI:10.1007/BF01328526
  • Meitner, L. (1925). Die γ-Strahlung der Actiniumreihe und der Nachweis, daß die γ- Strahlen erst nach erfolgtem Atomzerfall emittiert werden, Zeitschrift für Physik 34, pp.807-818. PDF op Springer Download DOI:10.1007/BF01328527
  • Meitner, L. (1928). Über den Aufbau des Atominnern. Die Naturwissenschaften 15, pp. 369–378. DOI:10.1007/BF01504760
  • Meitner, Lise; Delbrück, M., Der Aufbau der Atomkerne: natürliche und künstliche Kernumwandlungen., J. Springer, Berlijn, 1935 ISBN 978-3642649448.
  • Meitner, L. & Frisch, O.R. (1939). Disintegration of Uranium by Neutrons: a New Type of Nuclear Reaction. Nature 143, pp. 239–240.
  • Meitner, L. (1960). The status of women in the professions. Physics Today 13, pp. 16-21. DOI:10.1063/1.3057062

Bronvermelding[bewerken]

Secundaire literatuur[bewerken]

  • (nl) Lang, Herman de; Vincent Icke, e.a, Canon van de Natuurkunde, Veen magazines, Diemen, 2009, pp. 211-213 ISBN 978-9085712350.
  • (en) Rife, Patricia, Lise Meitner and the Dawn of the Nuclear Age, Birkhäuser Boston Inc, Boston, Massachusetts, 2006 ISBN 978-0817645595.
  • (en) Rudavsky, Shari (1995). "Lise Meitner". Notable Twentieth-Century Scientists. (1995). Detroit: Gale Research Inc. ISBN 978-0810391819.
  • (en) Sime, Ruth Lewin, Lise Meitner: A Life in Physics, University of California Press, Berkeley, California, 1997 ISBN 978-0520208605.

Referenties[bewerken]

  1. (en) "Lise Meitner Dies; Atomic Pioneer, 89; Lise Meitner, Physicist, Is Dead; Paved Way for Splitting of Atom", The New York Times, 28 april 1968.
  2. (en) Judson, Horace Freeland. "No Nobel Prize for Whining", The New York Times, 20 October 2003. Geraadpleegd op 3 januari 2014.
  3. (en) Otto Hahn, Lise Meitner and Fritz Strassmann. Chemistry Heritage Geraadpleegd op 3 januari 2014
  4. a b (en) Bartusiak, Marcia. "The Woman Behind the Bomb", The Washington Post. Geraadpleegd op 3 januari 2014. “While professional jealousies only threatened to keep Marie Currie from receiving the Nobel Prize, they succeeded in denying Meitner the same recognition.”
  5. (nl) Friedman, Carl. "E=mc2", Trouw. Geraadpleegd op 3 januari 2014.
  6. a b (en) The Nobel Prize in Chemistry 1944. Chemistry Heritage Geraadpleegd op 3 januari 2014
  7. a b c d (en) Royal Society of Chemistry Chemistry in its element - meitnerium
  8. a b c d e f g h i j k (en) Sime, Ruth Lewin: Lise Meitner: A Life in Physics, hoofdstuk 1. 1996 University of California, University of California Press
  9. a b c (en) Sime, Ruth Lewin From exceptional prominence to prominent exception: Lise Meitner at the Kaiser Wilhelm Institute for Chemistry, 2005, pp. 7-8
  10. (de) Ariadne: Lise Meitner Österreichische Nationalbibliothek, 28 april 2006
  11. a b c d e f g h i j k l m n o (en) Apotheker, Jan; Sarkadi, Livia Simon, European Women in Chemistry, Wiley-VCH Verlag & Co. KGaA, Weinheim, Duitsland, 2011, pp. 69-74 ISBN 9783527636457.
  12. a b (en) Sime, Ruth Lewin From exceptional prominence to prominent exception: Lise Meitner at the Kaiser Wilhelm Institute for Chemistry, 2005, pp. 5-6
  13. (de) Jahresbericht Akademische Gymnasium Wien, Österreichische Nationalbibliothek, 1902.
  14. a b c d e (en) Sime, Ruth Lewin From exceptional prominence to prominent exception: Lise Meitner at the Kaiser Wilhelm Institute for Chemistry, 2005, pp. 9-11
  15. a b c d (en) Cornwell, John, Hitler's scientists: Science, War and the Devil's Pact, Penguin Books Ltd, 2004, pp. 69-74 ISBN 978-0140296860.
  16. (en) Sime, Ruth Lewin, Lise Meitner: A Life in Physics, University of California Press, 1997, p. 52
  17. Sime, Ruth Lewin, Lise Meitner: A Life in Physics, University of California Press, 1997, pp. 59-62
  18. Sime, Ruth Lewin, Lise Meitner: A Life in Physics, University of California Press, 1997, p. 70
  19. (de) Lise Meitner: Physikerin und erste außerdordentliche Professorin Geraadpleegd op 4 januari 2014
  20. (fr) Auger, P. (1923) Sur les rayons β secondaires produits dans un gaz par des rayons X, C.R.A.S. 177, pp. 169–171.
  21. (nl) Lang, Herman de; Vincent Icke, e.a, Canon van de Natuurkunde, Veen magazines, 2009, p. 212
  22. (en) Kass-Simon, G.; Farnes, Patricia, Women of Science: Righting the record, Indiana University Press, 1990, pp. 193-195, 213 ISBN 978-0253208132.
  23. a b c d e (en) Yount, Lisa, A to Z of Women in Science and Math, Infobase Publishing, New York, 2008, pp. 204-206 ISBN 978-0816066957.
  24. a b (en) Sime, Ruth Lewin From exceptional prominence to prominent exception: Lise Meitner at the Kaiser Wilhelm Institute for Chemistry, 2005, pp. 12-13
  25. a b c d e (en) College gegeven door Ruth Lewin Sime op 27 februari 2007 Overlooked Achievement: The Life of Lise Meitner. National Science Foundation
  26. a b c (en) Rife, Patricia, Lise Meitner and the Dawn of the Nuclear Age, Birkhauser Boston Inc, 2006, pp. 168-172
  27. (en) Sime, Ruth Lewin From exceptional prominence to prominent exception: Lise Meitner at the Kaiser Wilhelm Institute for Chemistry, 2005, pp. 15-17
  28. a b (en) Sime, Ruth Lewin, Lise Meitner: A Life in Physics, University of California Press, 1997, pp. 203-204
  29. a b (en) Sime, Ruth Lewin From exceptional prominence to prominent exception: Lise Meitner at the Kaiser Wilhelm Institute for Chemistry, 2005, pp. 23-24
  30. (de) "Klaglos im Keller", Der Spiegel. Geraadpleegd op 3 januari 2014.
  31. (nl) Peruzzi, Giulio, Wetenschappelijke biografie Niels Bohr – van kwantumsprong tot 'big science', Veen Magazines, Amsterdam, 2007, p. 238 ISBN 978-90-76988-96-2.
  32. (en) Sime, Ruth Lewin, Lise Meitner: A Life in Physics, University of California Press, 1997, p. 373
  33. (en) Meitner, L. & O.R. Frisch, (1939) Disintegration of Uranium by Neutrons: a New Type of Nuclear Reaction, Nature 142, pp. 239-240
  34. (en) Meitner, L. & O.R. Frisch (1939). "Products of the Fission of the Uranium Nucleus" Nature 143, pp. 471-472.
  35. (en) Rife, Patricia, Lise Meitner and the Dawn of the Nuclear Age, Birkhauser Boston Inc, 2006, p. 213
  36. (en) Sime, Ruth Lewin, Lise Meitner: A Life in Physics, University of California Press, 1997, p. 280
  37. (en) Sime, Ruth Lewin, Lise Meitner: A Life in Physics, University of California Press, 1997, p. 305
  38. (en) L'Annunziata, Michael F., Radioactivity: Introduction and History, Elsevier Science, 2007, p. 229 ISBN 978-0444527158.
  39. (en) Rife, Patricia, Lise Meitner and the Dawn of the Nuclear Age, Birkhauser Boston Inc, 2006, p. xv
  40. (en) Rife, Patricia, Lise Meitner and the Dawn of the Nuclear Age, Birkhauser Boston Inc, 2006, p. 264
  41. (en) Sime, Ruth Lewin, Lise Meitner: A Life in Physics, University of California Press, 1997, p. 380
  42. (en) Crawford, E., Sime, R.L., Walker, M., (1996). A Nobel tale of wartime injustice, Nature 382, pp. 393-395
  43. (en) US department of Energy: The Enrico Fermi Award. Award laureates
  44. (de) Deutsche Physikalische Gesellschaft Preisträger Max Planck Medaille
  45. (de) Deutsche Physikalische Gesellschaft Preisträger Otto Hahn Preis
  46. (en) Sime, Ruth Lewin, Lise Meitner: A Life in Physics, University of California Press, 1997, p. 359
  47. (en) International Astronomical Union (IAU) Working Group for Planetary System Nomenclature (WGPSN) Gazetteer of Planetary Nomenclature
  48. (de) Ausgewählte Literaturnachweise aus dem Bestand der Akademiebibliothek (incompleet). Lise Meitner: Physikin. (2002). Berlin-Brandenburgische Akademie der Wissenschaften.(PDF).
Etalagester
Etalagester Dit artikel is op 14 februari 2014 in deze versie opgenomen in de etalage.