Alikruiken
| Littorina Fossiel voorkomen: Paleoceen tot recent |
|||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Littorina littorina | |||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| Geslacht | |||||||||||||||
| Littorina |
|||||||||||||||
|
|||||||||||||||
Alikruiken (Littorina) behoren tot een geslacht van weekdieren, dat fossiel bekend is vanaf het Paleoceen. Tegenwoordig bestaan er nog enkele soorten van dit geslacht.
Inhoud |
Beschrijving[bewerken]
Deze buikpotige heeft een stevige, laaggewonden, kegelvormige schelp met een gladde tot zwak spirale versiering. Er bevinden zich 6 tot 7 bolle windingen met een oppervlaktesculptuur van horizontale spiraalribben. De jongste winding is groter dan de overige schaal. De schelphoogte bedraagt maximaal 40 mm en de schelpbreedte maximaal 35 mm.
De schelp is meestal bruingrijs, met donkere en lichte kleurbanden, die evenwijdig aan de ribben verlopen. De mondrand en callus zijn wit. Er is een dun bruin hoornachtig operculum met een spiraalvormige opbouw.
Leefwijze[bewerken]
Het voedsel bestaat uit algen en zeewier, maar ook dode materialen worden gegeten. Het dier is in staat om zeer lage zoutgehalten en vervuiling te overleven, maar ook een door de golven losgeraakte slak wordt zelden beschadigd, dankzij het zeer sterke huisje. Om niet door stromingen te worden meegevoerd, verankert het dier zich op objecten met behulp van een slijmlaagje. Bij eb wordt het huisje afgesloten met het operculum, zodat het slakje niet uitdroogt.
Verspreiding en leefgebied[bewerken]
Deze algenetende dieren komen algemeen voor in de getijdenzone op rotskusten, zandige kwelders en in mangrovebossen, maar minder op slikbodems. Sommige soorten komen slechts op plaatsen voor, die alleen nog door springvloeden bereikt kunnen worden. Bij deze is de kieuwholte deels omgevormd tot long.
Soorten[bewerken]
- L. coccinea † Gmelin 1791
- L. hercynica † Geinitz 1848
- L. littorea Linnaeus 1758
- L. neritoides Linnaeus 1758
- L. obtusata Linnaeus 1758
- L. planaxis Philippi 1847
- L. saxatilis Olivi 1792
- L. scabra † Linnaeus 1758
- L. scutulata Gould 1849
- L. sheaferi † Olsson 1967
- L. tuberculostriata † Clarke 1885
- L. undulata † Gray 1839
- L. unifasciata † Gray 1826
Bronnen, noten en/of referenties
|