Locomotief (spoorwegmaterieel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Elektrische locomotief reeks 13 van de NMBS in Oostende.

Een locomotief wordt gebruikt voor het aandrijven van treinen of rangeerdelen. Bij getrokken treinen trekt de locomotief de trein. Bij trek-duwtreinen kan de locomotief de rijtuigen ook duwen. De locomotief wordt in dit geval bestuurd vanuit een stuurstandrijtuig.

Men kan locomotieven indelen volgens hun werkingprincipe. Zo zijn er drie belangrijke types locomotieven:

Rangeerlocomotief[bewerken]

Er is ook nog de rangeerlocomotief. Dit is een kleine locomotief met een gering vermogen en een geringe maximumsnelheid. Een rangeerlocomotief wordt gebruikt voor het rangeren van voertuigen. De krachtbron is meestal diesel, maar elektrische tractie komt ook voor in landen met elektrificatie met wisselspanning. Soms worden rangeerlocomotieven radiografisch bestuurd, zodat de machinist niet in de locomotief zelf hoeft te zijn. Er hoeft dan geen extra begeleidend personeel aanwezig te zijn bij geduwd rangeren en het koppelen van wagens. Een kleine rangeerlocomotief die door rangeerpersoneel bediend mag worden en met een mechanisch remsysteem wordt een locomotor genoemd.

Internationaal verkeer[bewerken]

Vanwege de verschillen in bovenleidingspanning tussen de spoorwegen van verschillende landen moeten treinen met een elektrische locomotief vaak van locomotief wisselen aan de grens. Uit praktische overwegingen worden voor grensoverschrijdende goederentreinen meestal diesellocomotieven gebruikt, zodat men onafhankelijk is van de verschillende bovenleidingsspanningen.

Ook de treinbeïnvloedingssystemen verschillen per land, een locomotief die in meerdere landen rijdt dient met de verschillende systemen van deze landen zijn uitgerust.

Steeds meer locomotieven zijn echter geschikt voor het rijden in verschillende landen. Voor het treinverkeer tussen Nederland en België worden al geruime tijd locomotieven ingezet die onder beide bovenleidingsspanningen kunnen rijden. In dit geval was dit relatief eenvoudig te realiseren doordat de systemen niet sterk van elkaar verschillen: in beide gevallen wordt gelijkspanning gebruikt, alleen de spanning verschilt: in Nederland 1500 V, in België 3000 V.

De Siemens ES 64 F4 is een voorbeeld van een locomotief die in vrijwel heel Europa kan en mag rijden.