Lodewijk Rudolf van Brunswijk-Wolfenbüttel
| Lodewijk Rudolf van Brunswijk-Wolfenbüttel | ||
| 1671-1735 | ||
| Hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel | ||
| Periode | 1731-1735 | |
| Voorganger | August Willem | |
| Opvolger | Ferdinand Albrecht II | |
| Vader | Anton Ulrich van Brunswijk-Wolfenbüttel | |
| Moeder | Elisabeth Juliana van Sleesijk-Holstein-Sønderborg-Nordborg | |
| Dynastie | Welfen | |
Lodewijk Rudolf van Brunswijk-Wolfenbüttel (Wolfenbüttel, 22 juli 1671 - Braunschweig, 1 maart 1735) was de jongste zoon van hertog Anton Ulrich van Brunswijk-Wolfenbüttel en van Elisabeth Juliana van Sleesijk-Holstein-Sønderborg-Nordborg. Hij werd generaal-majoor in het leger van keizer Leopold I en werd in 1690 gevangengenomen door de Fransen. Na zijn vrijlating schonk zijn vader hem in 1690 het graafschap Blankenburg, een apanage, dat in 1707 verheven werd tot vorstendom, toen zijn dochter met Karel VI huwde. Het vorstendom was slechts 7 km², maar had wel een capabele minister. Bij het overlijden van zijn broer August Willem in 1731 werd hij vorst van Brunswijk-Wolfenbüttel. Hij erfde een staat die financieel totaal aan de grond zat, maar slaagde er in het evenwicht te herstellen. Lodewijk Rudolf stierf in 1735 zonder mannelijke erfgenaam. Zijn neef en schoonzoon Ferdinand Albrecht uit het huis Bevern volgde hem op.
Lodewijk Rudolf was in 1690 gehuwd met Christina Louise, dochter van prins Albrecht Ernst I Oettingen, en werd vader van:
- Elisabeth Christine van Brunswijk-Wolfenbüttel (1691-1750), gehuwd met keizer Karel VI. Hun dochter was keizerin Maria Theresia.
- Charlotte Christina (1694-1715), gehuwd met groothertog Aleksej Petrovitsj, zoon van tsaar Peter de Grote, die door zijn vader vermoord werd.
- Antoinette Amalia (1696-1762), gehuwd met hertog Ferdinand Albrecht II van Brunswijk-Bevern.