Lodewijk Willem van Baden-Baden
| Lodewijk Willem | ||
| 1655 - 1707 | ||
![]() |
||
| Markgraaf van Baden-Baden | ||
| Periode | 1677 - 1707 | |
| Voorganger | Willem | |
| Opvolger | Lodewijk George Simpert | |
| Vader | Ferdinand Maximiliaan van Baden-Baden | |
| Moeder | Louise Christina van Savoye-Carignano | |
Lodewijk Willem van Baden (Parijs, 8 april 1655 - Rastatt, 4 januari 1707), bijgenaamd der Türkenlouis of Schild des Rijks, was een zoon van Ferdinand Maximiliaan van Baden-Baden en Louise Christina van Savoye-Carignano, en dus een kleinzoon van zijn voorganger Willem van Baden-Baden. Doordat zijn vader al in 1669 gestorven was, volgde hij zijn grootvader op als markgraaf in 1677. In zijn tijd was Lodewijk Willem een bekwaam krijgsheer in de keizerlijke legers, onder meer in de oorlogen tegen de Turken. Na de slag van Slankamen van 1691, benoemde de keizer hem tot luitenant-generaal van zijn troepen. Bij de Vrede van Rijswijk in 1697, kreeg hij de gebieden rechts van de Rijn terug van de Fransen. Na de vernieling van zijn paleis in Baden-Baden, bouwde hij vanaf 1697 een nieuwe residentie in Rastatt, naar het voorbeeld van het kasteel van Versailles.
Lodewijk Willem was in 1690 gehuwd met Francisca van Saksen-Lauenburg (1675-1733), dochter van Julius Frans van Saksen-Lauenburg, en werd vader van:
- Leopold (1695-1696)
- Charlotte (1696-1700)
- Karel (1697-1703)
- Wilhelmina (1700-1702)
- Louise (1701-1707)
- Lodewijk George Simpert van Baden-Baden (1702-1761)
- Willem (1703-1709)
- Augusta (1704-1726), in 1724 gehuwd met hertog Lodewijk IV van Orléans (1703-1752)
- August George Simpert van Baden-Baden (1706-1771).
